RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707765 / JE RK 25-2039
Datum uitspraak: 6 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats],
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 2 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 3 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam].
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met [minderjarige]. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 november 2025.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De nieuwe jeugdbeschermer is sinds kort betrokken bij het gezin. [minderjarige] heeft de afgelopen tijd goede stappen gezet en het gaat goed op school. Ook tussen [minderjarige] en de moeder gaat het beter. De moeder krijgt ondersteuning vanuit Pameijer en voor het broertje van [minderjarige] is een logeervoorziening aangevraagd. De GI is van mening dat het wijkteam de ondersteuning kan bieden die [minderjarige] en de moeder nodig hebben. De GI ziet wel mogelijkheid voor voortzetting van hulpverlening in het vrijwillig kader. De taken worden dan overgedragen aan het wijkteam. De GI laat het aan de kinderrechter te beslissen over de vraag of de ondertoezichtstelling nog nodig is.
4. De standpunten
De moeder heeft ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder voelt zich verantwoordelijk om haar kinderen te begeleiden naar volwassenheid en de kinderen te bieden wat zij nodig hebben. De Multi Systeem Therapie (MST) is afgerond en dit heeft een positief effect gehad op de moeder. De moeder wil graag met het wijkteam werken en wil dat er emotieregulatie therapie voor de kinderen komt. Daarnaast geeft de moeder aan dat ook traumabehandeling en EMDR gestart zouden moeten worden. De moeder wil dit regelen via het wijkteam en daarvoor is een ondertoezichtstelling niet nodig.
5. De beoordeling
Op basis van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de moeder de kennis en de capaciteit heeft om zelfstandig in actie te komen. De moeder weet precies welke hulp zij wil. Er is dus geen sprake van onwil of onvermogen als het op onvermogen aankomt. Ook [minderjarige] heeft de afgelopen tijd mooie stappen gemaakt. [minderjarige] heeft veel gehad aan de MST en is bezig met zijn toekomst. Bij [minderjarige] wordt in feite geen ernstige ontwikkelingsbedreiging meer gezien, hoewel er nog wel uitdagingen zijn. De kinderrechter ziet dat [minderjarige] graag voor anderen zorgt en dat hij op die momenten zichzelf soms vergeet. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [minderjarige] aan zichzelf blijft werken en goed voor zichzelf blijft zorgen. Iedereen krijgt in het leven te maken met tegenslagen en door hard te blijven werken aan zichzelf zal [minderjarige] tegenslagen beter kunnen opvangen. De kinderrechter is van oordeel dat voor de komende periode niet volledig wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor een verlenging van de ondertoezichtstelling. Wel acht de kinderrechter hulpverlening in het gezin noodzakelijk. De moeder is druk bezig met hulp via het wijkteam, maar daarvoor is een overdracht van de GI richting het wijkteam noodzakelijk. Het is belangrijk dat hier ook het onderwerp huisvesting van de moeder wordt meegenomen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van één maand, zodat de GI de tijd heeft om de overdracht richting het wijkteam te doen. De kinderrechter zal het verzoek voor het overige afwijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 december 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025 door
mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 2 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.