ECLI:NL:RBROT:2025:15026

ECLI:NL:RBROT:2025:15026, Rechtbank Rotterdam, 17-12-2025, C/10/680115 / FA RK 24-4198

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer C/10/680115 / FA RK 24-4198
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

omgangsregeling en praktische uitvoerbaarheid

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/680115 / FA RK 24-4198

Beschikking van 17 december 2025 over de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [plaatsnaam 1],

advocaat mr. L. de Brito te Rotterdam,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [plaatsnaam 2],

advocaat mr. A.C. van 't Hek te Dordrecht.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de beschikking van 25 november 2024;

het gewijzigd verzoek van de vrouw van 6 november 2025;

het verweerschrift met bijlage van de man van 10 november 2025.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 12 november 2025. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam].

Na de mondelinge behandeling is op verzoek van de rechtbank door de vrouw nog een bericht gestuurd op 19 november 2025.

2. De vaststaande feiten

Partijen zijn de ouders van de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats], en

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats].

De man heeft de minderjarigen erkend.

De vrouw oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over de minderjarigen.

De minderjarigen wonen bij de vrouw.

De rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2024 bij verstek een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen bepaald, en de behandeling van de zaak ten aanzien van de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht (hierna: omgangsregeling) aangehouden.

3. De beoordeling

Zelfstandige verzoeken van de man

De man heeft bij zijn verweerschrift van 10 november 2025 zelfstandige verzoeken gedaan met betrekking tot het gezag, de omgangsregeling, en de informatieregeling. De vrouw heeft bezwaar geuit tegen het in behandeling nemen van het verzoek over het gezag. Het inleidende verzoekschrift van de vrouw is ingediend op 31 mei 2024 en de man heeft ruim voor 10 november 2025 gelegenheid gehad om een zelfstandig verzoek voor het gezamenlijk gezag in te dienen. Omdat de vrouw door de late indiening van het verzoek door de man onvoldoende gelegenheid heeft gehad zich voor te bereiden op behandeling van dit verzoek, heeft de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling beslist dit verzoek wegens strijd met de goede procesorde niet in behandeling te nemen.

De vrouw heeft geen bezwaar gemaakt tegen het in behandeling nemen van de zelfstandige verzoeken met betrekking tot de omgangsregeling en de informatieregeling. De rechtbank zal die zelfstandige verzoeken wel inhoudelijk behandelen.

Omgangsregeling

De vrouw verzoekt bij gewijzigd verzoek een omgangsregeling te bepalen als volgt:

de minderjarigen verblijven een keer in de veertien dagen van vrijdag 17:30 uur tot zaterdag 17:00 uur bij de man;

in het andere weekend verblijven de minderjarigen van zaterdag 17:30 uur tot maandagochtend naar school bij de man;

de minderjarigen verblijven wekelijks een doordeweekse nacht bij de man.

Daarnaast verzoekt de vrouw een regeling te bepalen voor de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen als volgt:

De voorjaarsvakantie wordt jaarlijks tussen de ouders afgewisseld. In 2026 verblijven de kinderen bij de man en in 2027 bij de vrouw. In de daaropvolgende jaren wordt deze verdeling voortgezet volgens hetzelfde afwisselende patroon;

De herfstvakantie wordt jaarlijks tussen de ouders afgewisseld. In 2026 verblijven de kinderen bij de man en in 2027 bij de vrouw. In de daaropvolgende jaren wordt deze verdeling voortgezet volgens hetzelfde afwisselende patroon;

De zomervakantie wordt gelijkelijk tussen de ouders verdeeld, ieder voor een periode van drie weken. In de zomer van 2026 verblijven de minderjarigen de eerste drie weken bij de man en de daaropvolgende drie weken bij de vrouw. In het daaropvolgende jaar wordt deze verdeling omgewisseld. Ouders kunnen in onderling overleg van deze regeling afwijken;

De kerstvakantie wordt gelijk verdeeld tussen de ouders, waarbij de minderjarigen één week bij de man en één week bij de vrouw verblijven. In het ene jaar verblijven de minderjarigen de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw en het daaropvolgende jaar wordt deze verdeling omgewisseld. Ouders kunnen in onderling overleg van deze verdeling afwijken. In het jaar 2025 verblijven de minderjarigen van 18 december tot en met het einde van de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;

De meivakantie wordt gelijk verdeeld tussen de ouders, waarbij de minderjarigen in 2026 de eerste week bij de vrouw verblijven en de tweede week bij de man. In het daaropvolgende jaar wordt deze verdeling omgewisseld, zodat de minderjarigen de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw verblijven. Ouders kunnen in onderling overleg van deze verdeling afwijken;

Verjaardagen van de minderjarigen: bij de ouder waar zij volgens de regeling verblijven. De andere ouder kan het kind op de betreffende dag kort zien;

Verjaardagen van de ouders: de minderjarigen zijn bij de betreffende ouder; een eventuele overnachting de nacht ervoor of erna is mogelijk in overleg;

Moederdag en Vaderdag: op Moederdag verblijven de minderjarigen bij de vrouw en op Vaderdag verblijven de kinderen bij de man. Overnachting de nacht ervoor is mogelijk in overleg;

Studiedagen: indien een studiedag op een dinsdag of donderdag valt, worden de minderjarigen opgevangen door de BSO, waarbij de ouders eventuele meerkosten bij helfte verdelen. Indien een studiedag op een maandag of vrijdag valt, sluit deze dag aan bij de aansluitende weekendregeling;

Overige feestdagen: de feestdagen worden tussen de ouders afgewisseld;

Pasen: de minderjarigen verblijven het ene jaar bij de ene ouder en het daaropvolgende jaar bij de andere ouder, in onderlinge afstemming;

Sinterklaas: de minderjarigen verblijven het ene jaar bij de ene ouder en het daaropvolgende jaar bij de andere ouder, in onderlinge afstemming.

De man voert gemotiveerd verweer en verzoekt bij zelfstandig verzoek een omgangsregeling vast te stellen als volgt:

de minderjarigen verblijven één keer per twee weken bij de man van vrijdag 17:30 uur tot en met maandag naar school, waarbij de man de minderjarigen op maandag naar school brengt;

de minderjarigen verblijven in de andere week één doordeweekse dag met een overnachting bij de man;

de minderjarigen verblijven de helft van de vakanties, bijzondere- en feestdagen bij de man.

Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht heeft op en de verplichting heeft tot omgang met zijn kind. Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW wordt het recht op omgang slechts ontzegd als:

omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of

de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of

het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of

omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Het is partijen gelukt om gedeeltelijk overeenstemming te bereiken over de omgangsregeling. Zij zijn het eens geworden over de door de vrouw voorgestelde regeling voor de vakanties en feestdagen. Ook zijn partijen het eens dat het doordeweekse omgangsmoment één keer per twee weken op woensdag plaats zal vinden, waarbij de man de minderjarigen uit school haalt en zij bij de man verblijven tot donderdag naar school. De vrouw heeft daarbij tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat als de man vanwege zijn werk de minderjarigen niet op woensdag uit school kan halen, zij de minderjarigen uit school kan halen en de man de minderjarigen daarna bij de vrouw op kan halen. De rechtbank zal op de onderdelen waarover partijen het eens zijn geworden, beslissen overeenkomstig de overeenstemming tussen partijen.

Partijen zijn het niet eens geworden over het omgangsweekend. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat partijen op dit moment al ruim anderhalf jaar een omgangsregeling uitvoeren waarbij de minderjarigen de ene week van vrijdag 17:00 uur tot zaterdag 15:00 uur bij de man verblijven, en het andere weekend van zaterdag 17:00 uur tot zondag 15:00 uur, waarbij de man af en toe bij nood een extra zorgdag op zich neemt. De man bevestigt dat dit de regeling is die partijen uitvoeren, maar volgens hem zijn de minderjarigen regelmatig extra dagen bij hem. In de kern loopt de regeling die partijen met elkaar hebben afgesproken goed. De man werkt één zaterdag per twee weken, en daar is de regeling op aangepast. De vrouw heeft haar werkrooster daar vervolgens ook op aan kunnen passen. Voor beide partijen is de huidige regeling te combineren met hun werk. De vrouw wil nu een omgangsregeling vastleggen die daar grotendeels op aansluit. De man acht het echter in het belang van de minderjarigen dat zij ook een langer weekend met zowel de man als met de vrouw door kunnen brengen. De huidige regeling waarbij de minderjarigen elk weekend allebei hun ouders zien, vindt de man te onrustig voor hen. De vrouw is dat op zich wel met de man eens, maar het is voor haar op dit moment vanwege haar werkrooster praktisch onmogelijk om uitvoering te geven aan de regeling die de man heeft voorgesteld.

Beide voorstellen komen de rechtbank in het belang van de minderjarigen voor, maar belangrijk is ook dat de regeling kan worden uitgevoerd. Een regeling waarin uitgangspunt is dat de minderjarigen een langer weekend per twee weken bij één van hun ouders zijn, maar die in de praktijk niet nagekomen kan worden en/of er toe leidt dat er in verband met werk oppas gezocht moet worden, is niet wenselijk voor de minderjarigen. De weekendregeling is er immers juist zodat de minderjarigen dan tijd kunnen doorbrengen met hun ouders. Een regeling waarbij ieder weekend tussen partijen wordt verdeeld, stelt beide partijen in staat om, rekening houdend met hun werkrooster, samen met de minderjarigen te zijn. Nu de vrouw op dit moment niet in staat is de door de man voorgestelde regeling uit te voeren, en er ook geen enkele zekerheid is dat zij met haar werkgever kan regelen dat haar werktijden worden gewijzigd, zal de rechtbank daarom de weekendregeling vaststellen zoals door de vrouw is verzocht. Deze regeling is voor beide partijen op dit moment praktisch uitvoerbaar en komt voor een van de twee weekenden tegemoet aan de wens van de man om een langer omgangsweekend te hebben, nu een van de twee weekenden tot maandagochtend duurt in plaats van tot zondagmiddag.

Dit laat onverlet dat partijen met elkaar in overleg kunnen treden als hun (werk)omstandigheden wijzigen. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat partijen daar in het belang van de minderjarigen in goede harmonie met elkaar over kunnen spreken.

Informatieregeling

De man verzoekt bij zelfstandig verzoek te bepalen dat de vrouw hem elke eerste dag van de maand schriftelijk informeert over gewichtige aangelegenheden betreffende de minderjarigen, waaronder zaken met betrekking tot school, hobby’s en medische zaken.

De vrouw weerspreekt dit verzoek niet. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij de man op dit moment al informeert en dat zij dat zal blijven doen.

Op grond van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen over daarover te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.

De rechtbank zal het verzoek, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen, nu het belang van de minderjarigen zich daar niet tegen verzet en partijen het daarover eens zijn.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat de minderjarigen in het kader van de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht bij de man zullen zijn als volgt:

per veertien dagen het ene weekend van vrijdag 17:30 uur tot zaterdag 17:00 uur en het andere weekend van zaterdag 17:30 uur tot maandagochtend naar school;

eens per veertien dagen, in de week na het korte omgangsweekend, verblijven de minderjarigen bij de man van woensdag uit school tot donderdag naar school;

De vakanties, feestdagen en bijzondere dagen worden tussen partijen verdeeld als volgt:

De voorjaarsvakantie wordt jaarlijks tussen de ouders afgewisseld. In 2026 verblijven de kinderen bij de man en in 2027 bij de vrouw. In de daaropvolgende jaren wordt deze verdeling voortgezet volgens hetzelfde afwisselende patroon;

De herfstvakantie wordt jaarlijks tussen de ouders afgewisseld. In 2026 verblijven de kinderen bij de man en in 2027 bij de vrouw. In de daaropvolgende jaren wordt deze verdeling voortgezet volgens hetzelfde afwisselende patroon;

De zomervakantie wordt gelijkelijk tussen de ouders verdeeld, ieder voor een periode van drie weken. In de zomer van 2026 verblijven de minderjarigen de eerste drie weken bij de man en de daaropvolgende drie weken bij de vrouw. In het daaropvolgende jaar wordt deze verdeling omgewisseld. Ouders kunnen in onderling overleg van deze regeling afwijken;

De kerstvakantie wordt gelijk verdeeld tussen de ouders, waarbij de minderjarigen één week bij de man en één week bij de vrouw verblijven. In het ene jaar verblijven de minderjarigen de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw en het daaropvolgende jaar wordt deze verdeling omgewisseld. Ouders kunnen in onderling overleg van deze verdeling afwijken. In het jaar 2025 verblijven de minderjarigen van 18 december tot en met het einde van de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;

De meivakantie wordt gelijk verdeeld tussen de ouders, waarbij de minderjarigen in 2026 de eerste week bij de vrouw verblijven en de tweede week bij de man. In het daaropvolgende jaar wordt deze verdeling omgewisseld, zodat de minderjarigen de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw verblijven. Ouders kunnen in onderling overleg van deze verdeling afwijken;

Verjaardagen van de minderjarigen: bij de ouder waar zij volgens de regeling verblijven. De andere ouder kan het kind op de betreffende dag kort zien;

Verjaardagen van de ouders: de minderjarigen zijn bij de betreffende ouder; een eventuele overnachting de nacht ervoor of erna is mogelijk in overleg;

Moederdag en Vaderdag: op Moederdag verblijven de minderjarigen bij de vrouw en op Vaderdag verblijven de kinderen bij de man. Overnachting de nacht ervoor is mogelijk in overleg;

Studiedagen: indien een studiedag op een dinsdag of donderdag valt, worden de minderjarigen opgevangen door de BSO, waarbij de ouders eventuele meerkosten bij helfte verdelen. Indien een studiedag op een maandag of vrijdag valt, sluit deze dag aan bij de aansluitende weekendregeling;

Overige feestdagen: de feestdagen worden tussen de ouders afgewisseld;

Pasen: de minderjarigen verblijven het ene jaar bij de ene ouder en het daaropvolgende jaar bij de andere ouder, in onderlinge afstemming;

Sinterklaas: de minderjarigen verblijven het ene jaar bij de ene ouder en het daaropvolgende jaar bij de andere ouder, in onderlinge afstemming;

bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van deze beschikking de man elke eerste dag van de maand schriftelijk informeert over gewichtige aangelegenheden betreffende de minderjarigen, waaronder zaken met betrekking tot school, hobby’s en medische zaken;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. L.C.M. van Gils, griffier, op 17 december 2025

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.C.M. van Gils

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?