Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/052584-25
Parketnummer TUL: 10/281959-24
Datum uitspraak: 1 september 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman: mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 1 september 2025.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Rotterdam op/aan de openbare weg, te weten deBertrand Russeillplaats en/of de Lutulisingel, in elk geval op/aan de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike en/of (bijbehorende) sleutels, inelk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde [slachtoffer] en/of een derdetoebehoorde(n) door- op een agressieve manier naar die [slachtoffer] te roepen dat hij zijn fatbike moest geven,en/of- die [slachtoffer] tegen een muur te duwen, en/of- die [slachtoffer] op/tegen de wang en/of het lichaam te slaan, en/of- uit zijn, verdachtes, tasje een vuurwapen/mes/houder van een mes te pakken en/of dit deze vuurwapen/mes/houder van een mes aan die [slachtoffer] te tonen, en/of- tegen die [slachtoffer] te zeggen “geef nu je sleutels”.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met een ander schuldig gemaakt aan een afpersing op de openbare weg. Het slachtoffer is door twee jongens aangesproken, bedreigd, geduwd en geslagen. Het slachtoffer is ook geconfronteerd met de houder van een mes. Het slachtoffer werd hiermee gedwongen tot het afgeven van de sleutels van zijn fatbike, waarna zijn fatbike werd meegenomen door de verdachte en de medeverdachte.
Afpersing op de openbare weg is een zeer ernstig feit. De ervaring leert dat slachtoffers van zo’n feit nog lange tijd nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden. Zij kunnen bang zijn om op straat te zijn en om opnieuw in een vergelijkbare situatie terecht te komen. Ook tasten dergelijke misdrijven het gevoel van veiligheid in de samenleving aan. De verdachte is met zijn handelen voorbijgegaan aan deze gevolgen en heeft kennelijk alleen gedacht aan eigen financieel gewin.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
17 maart 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportage en verklaringen van de deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft op 28 augustus 2025 een rapport over de verdachte uitgebracht met daarin onder meer het volgende. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd en bijzondere voorwaarden, ook om herhaling van strafbaar gedrag voorkomen. Het recidiverisico wordt gemiddeld geschat, maar er is sprake van een hoog dynamisch risicoprofiel. De verdachte kent een belast verleden en een moeilijke gezinssituatie. De verdachte is vermoedelijk meermalen in aanraking geweest met politie en justitie in België en er zijn nog altijd zorgen over zijn middelengebruik. De verdachte verblijft nu bij Hamberzorg. De inzet en inspanning van hulpverlening heeft tot op heden niet voldoende geleid tot een bestendige verbetering van de situatie. Het is in de komende periode nodig dat de verdachte meewerkt aan diagnostiek bij Fivoor, waarna passende hulp en begeleiding kan worden ingezet zodat de verdachte zich positief richting volwassenheid kan ontwikkelen. De jeugdreclassering kan de verdachte motiveren voor de nodige hulp en bovendien werken aan zijn schoolgang, sociale contacten en het beperken van zijn middelengebruik. Het is positief om te zien dat de verdachte motivatie heeft gevonden voor het kickboksen. Het is belangrijk dat hij dat vasthoudt.
De Raad, vertegenwoordigd door [persoon A] , heeft ter terechtzitting aanvullend naar voren gebracht dat de verdachte een kwetsbare jongen is die al op verschillende plekken heeft verbleven en verschillende opvoeders heeft gekend. De verdachte legt de verantwoordelijkheid voor zijn fouten veelal buiten zichzelf en lijkt de regie over zijn handelen kwijt te zijn. Om de situatie te verbeteren is het nodig dat de verdachte een doel en een vorm van dagbesteding krijgt. Ook is het van belang dat de verdachte de hulpverlening ontvangt die hij nodig heeft.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [persoon B] , licht ter zitting toe dat verdachte ongrijpbaar en wisselend in zijn contact is. Hoewel de verdachte stappen maakt, blijft het lastig dat hij geen volledige openheid van zaken geeft. De hulpverlening verloopt eveneens moeizaam omdat de verdachte niet altijd op afspraken verschijnt. De enkelband van de verdachte lijkt een positief effect lijkt te hebben gehad en de verdachte is het afgelopen jaar niet in contact geweest met politie en justitie. Wel hebben er twee (fysieke) incidenten plaatsgevonden met andere jongens. Het is in de komende periode van belang dat het onderzoek van Fivoor van de grond komt, zodat duidelijk wordt wat er in het hoofd van de verdachte omgaat en wat hij nodig heeft om verder te komen.
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport en hetgeen door de deskundigen ter terechtzitting naar voren is gebracht.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 60 uur opleggen, waarbij de rechtbank heeft gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding om een jeugddetentie op te leggen. De verdachte had ten tijde van het plegen van het feit een blanco strafblad en daarnaast houdt de rechtbank rekening met de toepasselijkheid van artikel 63 Wetboek van Strafrecht. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de voorgenomen straf geheel voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de jeugdreclassering. Ten tijde van het ten laste gelegde was de verdachte pas zestien jaar oud en ervoer hij veel instabiliteit. Inmiddels is de situatie veranderd. De verdachte wil zijn leven verbeteren, heeft daartoe positieve stappen gezet en is niet meer in aanraking geweest met politie en justitie. Ook heeft de verdachte zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan de voorwaarden gehouden. De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere voorwaarden noodzakelijk zijn om de positieve ontwikkeling van de verdachte te laten voortzetten. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8. Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd - 10/281959-24
Bij vonnis van 26 november 2024 van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland is de verdachte ter zake van het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, in vereniging, meermaals gepleegd, veroordeeld tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 80 uren, waarvan een gedeelte groot 50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 10 december 2024.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich allebei op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen, omdat hetgeen de verdachte nu ten laste wordt gelegd niet begaan is tijdens de genoemde proeftijd.
Beoordeling
De officier van justitie zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, is begaan voor de veroordeling van 26 november 2024 en de start van de genoemde proeftijd.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 26 (zesentwintig) uren te verrichten werkstraf resteren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 13 dagen;
bepaalt dat deze taakstraf groot 26 (zesentwintig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Hamberzorg of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
- gedurende de proeftijd zal (blijven) meewerken aan de begeleiding door zijn IPTA-coach of een ander ambulant begeleidingstraject door een nader te bepalen organisatie;
- gedurende de proeftijd zal (blijven) meewerken aan de behandeling en interventies door Fivoor of een soortgelijke instelling, voor zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht. Dit houdt ook in meewerken aan een diagnostisch onderzoek;
- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor het vinden en behouden van een vorm van dagbesteding en zich daar aan de afspraken houdt;
- zich gedurende de proeftijd zal (blijven) meewerken aan een structurele vrijetijdsbesteding;
- gedurende de proeftijd openheid zal geven over het gebruik van verdovende middelen;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 10/281959-24.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.C. Tijink en A.L. Pöll, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mrs. L.M. Ruijgrok en V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 september 2025.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Rotterdam op/aan de openbare weg, te weten deBertrand Russelplaats en/of de Lutulisingel, in elk geval op/aan de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike en/of (bijbehorende) sleutels, inelk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde [slachtoffer] en/of een derdetoebehoorde(n) door- op een agressieve manier naar die [slachtoffer] te roepen dat hij zijn fatbike moest geven,en/of- die [slachtoffer] tegen een muur te duwen, en/of- die [slachtoffer] op/tegen de wang en/of het lichaam te slaan, en/of- uit zijn, verdachtes, tasje een vuurwapen/mes/houder van een mes te pakken en/of ditvuurwapen/mes/houder van een mes aan die [slachtoffer] te tonen, en/of- tegen die [slachtoffer] te zeggen “geef nu je sleutels”.