Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-129286-21
Datum uitspraak: 14 augustus 2025
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) van
[veroordeelde] ,
hierna: de veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw: mr. R.S. Boonstra, advocaat te Rotterdam.
1. Procesverloop
Op 24 februari 2022 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast. De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van diefstal met geweld en bedreiging met geweld, gepleegd in vereniging, meermalen gepleegd, medeplegen van mishandeling, afpersing, gepleegd in vereniging, en diefstal, gepleegd in vereniging, door middel van een valse sleutel.
De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 2 mei 2022.
Op 24 april 2025 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel laatstelijk verlengd met vier maanden. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Op 10 juli 2025 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot het stellen van de voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde ontvangen.
Tevens heeft de rechtbank van het openbaar ministerie ontvangen:
Op de zitting van 14 augustus 2025 is de vordering in het openbaar behandeld. Gehoord zijn:
2. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot het stellen van bijzondere voorwaarden die hebben te gelden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De PIJ-maatregel zal op 16 augustus 2025 van rechtswege voorwaardelijk eindigen. De bijzondere voorwaarden waar de veroordeelde zich aan moet houden staan vermeld in het advies van de reclassering van 28 juli 2025.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben ingestemd met de vordering van de officier van justitie. De veroordeelde is bereid zich aan de gestelde voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering op 28 juli 2025, te houden. De raadsvrouw heeft in dit verband het volgende aangevoerd. De PIJ-maatregel is bij de vorige zitting van 24 april 2025 korter verlengd dan verzocht en voor het overige afgewezen, waarbij de rechtbank heeft overwogen dat er bij een positief verloop moet worden gekeken naar een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De afgelopen periode is positief verlopen en de inrichting staat achter een voorwaardelijke beëindiging. Een langer STP-traject heeft geen meerwaarde meer. De veroordeelde is nu klaar voor de volgende stap. Hoewel de veroordeelde eerder moeite had met de afspraken en veel druk ervaarde, gaat dat inmiddels goed. De veroordeelde ervaart meer rust en heeft een goed dagritme. Hij sport, is met zijn familie en vrienden en maakt muziek in de studio. De veroordeelde hoopt zich in de komende tijd verder te ontwikkelen in zijn muziek en hij start in september van dit jaar met een sportopleiding.
3. Adviezen
Advies inrichting
Het advies van 25 juni 2025 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van een normoverschrijdend-gedragsstoornis met beperkte pro-sociale emoties.
Verloop behandeling
Het STP-traject van de veroordeelde is sinds de zitting van 24 april 2025 positief verlopen. De veroordeelde verblijft bij zijn ouders en de hulpverlening vanuit MDFT gaat goed. De veroordeelde en zijn ouders stellen zich open en hebben kwetsbare gesprekken gevoerd. De veroordeelde heeft bovendien meer vrijheden gekregen en zijn enkelband is afgekoppeld. Er hebben geen incidenten plaatsgevonden. Verder zijn er nieuwe afspraken gemaakt over de muziek van de veroordeelde. Hoewel de veroordeelde deze afspraken moeilijk vindt, is het hem doorgaans gelukt om zich eraan te houden. Het is voor de veroordeelde nog wel lastig (geweest) om zich te houden aan de afspraken met de reclassering en ITB.
Gevaar voor herhaling
Het risico op recidive is hetzelfde gebleven als tijdens het vorige rapport en wordt binnen de huidige kaders beoordeeld als matig. Er is voornamelijk kans op recidive bij een toename van druk vanuit de delinquente leeftijdsgenoten in combinatie met het moeite hebben met het uitstellen van directe behoeftebevrediging en het wegvallen van structuur en kaders. Verder is er nog steeds onvoldoende zicht op het sociale netwerk van de veroordeelde. Zijn loyaliteit aan vrienden kan verhogend werken voor het recidiverisico. Het lukt de veroordeelde daarnaast nog niet voldoende om volledig los te komen van geweld verheerlijkende rapteksten wat voor het recidiverisico ook verhogend kan werken.
Verder behandeltraject en –perspectief
In de komende periode gaat de veroordeelde de opleiding sport en bewegen volgen in Breda. Daarnaast wil hij groeien in het maken van muziek. De veroordeelde is daarom samen met de ITB en de reclassering op zoek (gegaan) naar een vorm van dagbesteding die hem daarbij kan ondersteunen. Het is verder van belang dat de reclassering aandacht heeft voor het inzichtelijk maken van het sociale netwerk van de veroordeelde.
Het advies luidt de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen.
Advies reclassering
De rapporten van de reclassering van 10 juli 2025 en 28 juli 2025 houden onder meer het volgende in.
De reclassering beoordeelt het risico op recidive als gemiddeld. De risico’s zijn allereerst gelegen in het uitblijven van zicht op het sociale netwerk van de veroordeelde en het feit hij onvoldoende probleeminzicht kent als het gaat om zijn leven als rapper. Hoewel de veroordeelde aangeeft geen contact meer te hebben met zijn oude sociale netwerk, wil hij zijn bekendheid wel gebruiken voor het rappen. Daarbij komt dat de werkrelatie van de veroordeelde en de reclassering en de JJI moeizaam verloopt en de veroordeelde geregeld zijn afspraken niet nakomt. De veroordeelde voelt zich door de reclassering en de JJI geremd in zijn mogelijkheden. Ondanks de inzet om de veroordeelde tot een ander inzicht te brengen, is dat niet gelukt waardoor er wordt getwijfeld of een verandering van de veroordeelde hierin wel mogelijk is. Daarnaast is de veroordeelde tot op heden onvoldoende gevoelig voor (justitiële) autoriteiten en stelt hij zich passief meewerkend op. Hoewel de veroordeelde eerder gedurende het STP-traject verschillende overtredingen heeft begaan, is dit de afgelopen periode beter gegaan. Dit komt mogelijk doordat de veroordeelde eventuele consequenties wil beperken. De veroordeelde wil geen ‘reclasseringsbemoeienis’ meer.
De reclassering stelt dat er enerzijds nog onduidelijkheden bestaan over het gedrag van de veroordeelde in de maatschappij, waardoor een verlenging van de PIJ-maatregel nog wenselijk is. Anderzijds heeft het advies van de reclassering om (opnieuw) te verlengen eerder geleid tot een verminderde motivatie van en verstoorde werkrelatie met de veroordeelde. De reclassering betwijfelt daarom of het risico op recidive binnen de huidige kaders van het STP meer positief kan worden beïnvloed dan tijdens een voorwaardelijke beëindiging. Ondanks deze twijfels heeft de reclassering de elektronische monitoring afgebouwd, zodat de overgang naar een voorwaardelijke beëindiging niet te groot zal zijn. De mogelijkheden van de reclassering om het risico op recidive te beïnvloeden binnen zowel het kader van het STP als bij een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel is en blijft kwetsbaar.
Al met al kan de reclassering op dit moment geen gedegen advies uitbrengen. De reclassering kan wel advies uitbrengen over de bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert – verkort weergegeven – de volgende bijzondere voorwaarden.
dat de veroordeelde zal meewerken aan reclasseringstoezicht;
dat de veroordeelde zich houdt aan een locatieverbod voor de gemeente Rotterdam (zonder elektronische monitoring);
dat de veroordeelde een dagbesteding heeft;
dat de veroordeelde openheid geeft over zijn financiën.
Ter zitting gegeven adviezen (deskundigen)
[persoon A] , als behandelcoördinator en gedragswetenschapper verbonden aan de inrichting, handhaaft het advies tot voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel en heeft daartoe ter zitting het volgende toegelicht. De doelen van de veroordeelde binnen de PIJ-maatregel zijn bereikt. De veroordeelde is de afgelopen tijd gestabiliseerd en hij heeft grote stappen gemaakt, waardoor een voorwaardelijk beëindiging van de PIJ-maatregel nu mogelijk is. De veroordeelde mag daar trots op zijn. Er bestaan nog wel zorgen die in de komende tijd de aandacht verdienen. Deze zorgen zijn gelegen in het sociale netwerk, de communicatie en de afspraken met de veroordeelde. De veroordeelde vergeet afspraken, geeft geen terugkoppeling en hij heeft moeite om zich aan de afspraken te houden. Zo heeft hij onlangs, zonder het te melden, zijn muziek op internet geplaatst. Deze muziek bevatte geweldverheerlijkende teksten en dat is zorgelijk.
[persoon B] , als reclasseringsmedewerker verbonden aan de reclassering, heeft het volgende verklaard. Hoewel er nog altijd twijfels bestaan over de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zijn deze niet voldoende om het niet te laten plaatsvinden. Het is van belang dat de samenwerking met de veroordeelde behouden blijft, dat hij open is en dat er zicht komt op zijn sociale netwerk.
4. Beoordeling
Uit het dossier en wat is besproken ter terechtzitting blijkt dat de veroordeelde sinds de vorige verlenging van de PIJ-maatregel stabiel is blijven functioneren en zijn positieve ontwikkeling heeft voortgezet. De veroordeelde heeft zich gedurende de PIJ-maatregel in overwegende mate goed ingespannen om de maatregel tot een goed einde te brengen. Hij houdt zich over het algemeen goed aan de afspraken, werkt mee aan de hulp vanuit MDFT en gaat naar school. De veroordeelde heeft stressvolle situaties bespreekbaar gemaakt en stelt zich steeds meer open. Ook de ouders zijn op een positieve manier betrokken bij de hulpverlening en het verblijf van de veroordeelde daar verloopt goed. De veroordeelde krijgt bij de ouders veiligheid en structuur die hij nodig heeft. Hoewel er nog zorgen zijn over het sociale netwerk en het nakomen van de afspraken rondom de muziek van de veroordeelde, is het hoogst haalbare aan behandeling binnen de PIJ-maatregel bereikt. De veroordeelde is klaar voor de volgende stap. De genoemde zorgen blijven wel punten van aandacht, ook bij de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Zowel de reclassering als de inrichting adviseren mede daarom om de maatregel voorwaardelijk te beëindigen onder de in het advies van de reclassering genoemde voorwaarden.
De rechtbank stelt vast dat de PIJ-maatregel met ingang van 16 augustus 2025 voorwaardelijk zal eindigen. De termijn van deze voorwaardelijke beëindiging loopt tot 16 augustus 2026.
Bij de voorwaardelijke beëindiging zullen de van rechtswege gestelde voorwaarden gelden, zoals opgenomen in artikel 77t eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Op vordering van de officier van justitie zullen daarnaast ook bijzondere voorwaarden worden gesteld aan de voorwaardelijke beëindiging. De veroordeelde heeft zich bereid verklaard om zich aan de voorwaarden te houden. De vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zal daarom worden toegewezen.
5. Beslissing
De rechtbank:
wijst toe de vordering van de officier van justitie tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel;
stelt gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, naast de van rechtswege geldende voorwaarden als bedoeld in artikel 77t, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, de volgende bijzondere voorwaarden vast:
1. De veroordeelde werkt mee aan het toezicht door de reclassering. Deze medewerking houdt onder andere in:
2. De veroordeelde bevindt zich niet in de gemeente Rotterdam, behalve met een duidelijk doel en vooraf afgestemd met de reclassering, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
3. De veroordeelde heeft en behoudt een zinvolle dagbesteding met een vaste structuur voor minimaal 26 uur per week, goedgekeurd door de reclassering. Hij wisselt niet van dagbesteding zonder expliciete toestemming van de reclassering. De veroordeelde meldt eventueel verzuim op zijn dagbesteding (door bijvoorbeeld ziekte) diezelfde dag bij de reclassering.
4. De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
geeft opdracht aan GGZ ERW Novadic-Kentron Breda tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.C.M. Persoon en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mrs. L.M. Ruijgrok en V. Lankhaar, griffiers,
en is in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025.