RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/710597 JE RK 25/2415, C/10/710565 / JE RK 25-2414 en C/10/708972 / JE RK 25/2190
Datum uitspraak: 1 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige],
advocaat: mr. M.K. Durdu-Agema, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. T. Šandrk, kantoorhoudende in Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/710597 JE RK 25/2415
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 25 november 2025.
Ten aanzien van C/10/710565 / JE RK 25-2414
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 24 november 2025.
Ten aanzien van C/10/708972 / JE RK 25/2190
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 24 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van [minderjarige];
de vader;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2].
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] zou op vrijwillige basis bij Schakenbosch verblijven, maar vermoedelijk verblijft zij momenteel bij haar meerderjarige vriend.
Bij beschikking van 7 januari 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 januari 2026.
3. De verzoeken
Ten aanzien van C/10/710597 JE RK 25/2415
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging gesloten jeugdhulp tot haar meerderjarigheid, te weten tot 29 september 2026.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Het was de bedoeling dat [minderjarige] op vrijwillige basis bij Schakenbosch zou verblijven, zodat daar diagnostiek kon plaatsvinden. De vervolgstap zou begeleid wonen zijn of plaatsing op een andere groep waar zij behandeling zou krijgen en naar school zou kunnen gaan. Hoewel [minderjarige] instemde met de vrijwillige plaatsing bij Schakenbosch, is zij daar wederom weggelopen en verblijft zij afwisselend bij haar meerderjarige vriend, haar stiefmoeder en vriendinnen. Het contact met [minderjarige] is wisselend. [minderjarige] is boos omdat zij wordt gezocht en zij wil bij haar vriend blijven. [minderjarige] moet detoxen van alcohol en drugs voordat diagnostiek kan plaatsvinden, waarna behandeling kan volgen. Op dit moment is er geen grip op haar en kan haar veiligheid niet worden gewaarborgd. Daarom wordt nu opnieuw een gesloten machtiging verzocht. Voor [minderjarige] is het beter om buiten de regio Rotterdam geplaatst te worden, maar dat kan pas zodra Schakenbosch haar afwijst.
Ten aanzien van C/10/710565 / JE RK 25-2414
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 29 september 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 29 september 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek betreffende de ondertoezichtstelling, maar trekt het verzoek ter zitting met betrekking tot de machtiging tot uithuisplaatsing in.
Ten aanzien van C/10/708972 / JE RK 25/2190
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 15 januari 2026.
De GI trekt ter zitting het verzoek in.
4. Het standpunt van [minderjarige]
De advocaat van [minderjarige] heeft geen contact met haar kunnen krijgen, maar kent [minderjarige] al heel lang en kan uit de stukken afleiden wat de mening van [minderjarige] is. De advocaat kan namens [minderjarige] instemmen met de ondertoezichtstelling. Sinds de geboorte van [minderjarige] zijn er zorgen over haar. Zij heeft een moeilijke start gehad, waarbij de vader en grootmoeder er alles aan hebben gedaan om haar te ondersteunen. Twee jaar geleden verloor de vader de grip op [minderjarige], waardoor zij onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst. [minderjarige] heeft negen maanden op Schakenbosch verbleven, maar is daar talloze keren weggelopen, aangezien Schakenbosch geen echte gesloten instelling is. Kinderen kunnen er gemakkelijk weglopen wanneer zij dat willen. De advocaat benadrukt dat zij [minderjarige] niet wil benadelen, maar stelt dat een ‘echt’ gesloten plaatsing naar verwachting zou zorgen voor meer rust bij [minderjarige] en het weglopen zou voorkomen. Maanden geleden heeft de kinderrechter al aangegeven dat Schakenbosch geen geschikte plek is voor [minderjarige], maar de GI blijft deze plek telkens opnieuw inzetten. De GI geeft aan dat er een contract met Schakenbosch bestaat en dat pas bij afwijzing verder kan worden gezocht, maar volgens de advocaat moet altijd het belang van [minderjarige] centraal staan. Bovendien heeft [minderjarige] bij Schakenbosch fysiek geweld meegemaakt. Indien Schakenbosch de enige beschikbare plek is, zou de gesloten machtiging moeten worden afgewezen, omdat dit niet in haar belang is.
5. Het standpunt van de vader
Door en namens de vader wordt ingestemd met de verzoeken. De vader doet alles wat mogelijk is om de situatie van [minderjarige] te verbeteren, maar zij kiest haar eigen pad. [minderjarige] moet gesloten worden geplaatst, maar niet bij Schakenbosch. Bij Schakenbosch hebben zich meerdere incidenten voorgedaan. De laatste keer liep [minderjarige] weg nadat zij daar fysiek was mishandeld. Bovendien is plaatsing in een strengere instelling nodig, waar zij niet kan weglopen. Zodra zij de mogelijkheid krijgt weg te lopen, zal zij dit doen. Vanuit de vader is sprake van wantrouwen richting de GI, dat voortkomt uit teleurstellingen van de afgelopen vijftien jaar. Het plan is om diagnostiek bij [minderjarige] uit te voeren, maar dit had al een jaar eerder moeten gebeuren. De vader is de wanhoop nabij.
6. De beoordeling
Ten aanzien van C/10/710565 / JE RK 25-2414
Ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] kent een belast verleden en vertoont gedragsproblemen. Er bestaan zorgen over haar veiligheid op meerdere gebieden. Zij laat zelfbepalend gedrag zien, gaat al geruime tijd niet naar school en er is sprake van middelengebruik (cannabis en alcohol). [minderjarige] onttrekt zich aan het gezag van haar vader en is daarom op september jl. met spoed bij Schakenbosch geplaatst. Deze machtiging liep tot 23 oktober 2025. [minderjarige] had besloten vrijwillig bij Schakenbosch te blijven zodat diagnostiek kon worden afgenomen en [minderjarige] daarop naar een vervolgplek kon gaan. Al snel is [minderjarige] daar weggelopen en verblijft zij sindsdien vermoedelijk bij haar meerderjarige vriend. Over die verblijfplaats zijn grote zorgen. Er is een patroon zichtbaar waarbij [minderjarige] zich structureel onttrekt, waardoor diagnostiek tot op heden niet heeft plaatsgevonden. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Daarom blijft het gedwongen kader noodzakelijk.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 29 september 2026.
Machtiging tot uithuisplaatsing accommodatie van een jeugdhulpaanbieder
De kinderrechter stelt vast dat de GI het verzoek ter zitting heeft ingetrokken. Als gevolg van het intrekken van het verzoek kunnen de gronden daarvan niet meer onderzocht worden. Om die reden zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.
Ten aanzien van C/10/710597 JE RK 25/2415
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
[minderjarige] is zeventien jaar en kampt met ernstige problematiek. Aangezien zij binnenkort achttien jaar wordt en uit het jeugdstelsel zal treden, is het van belang dat zij nu diagnostiek en de noodzakelijke hulpverlening krijgt. [minderjarige] onttrekt zich hieraan en brengt zichzelf in gevaar, waardoor momenteel geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat dan een gesloten plaatsing. [minderjarige] verbleef eerder bij Schakenbosch, maar dit blijkt geen passende plek voor haar. [minderjarige] heeft een setting nodig waar zij niet kan weglopen en waar duidelijke structuur, grenzen en kaders worden geboden. Gelet op dat wat eerder is geprobeerd, de leeftijd van [minderjarige], waardoor de tijd dringt, en alle andere omstandigheden is het dan ook dringend noodzakelijk dat de GI inzet op een plaatsing in een gesloten accommodatie, anders dan Schakenbosch.
Er is voor [minderjarige] geen uitstel meer mogelijk. Zij kan niet wachten op een gesloten plek, op diagnostiek of op behandeling. Van de GI wordt verwacht dat zij voortvarend handelt en creatief meedenkt om ervoor te zorgen dat [minderjarige] op zeer korte termijn een geschikte plek krijgt en dat diagnostisch onderzoek kan worden uitgevoerd. Zodra uit de diagnostiek blijkt welke hulpverlening [minderjarige] nodig heeft kan passende hulpverlening worden ingezet. Om haar goed te begeleiden richting volwassenheid zal een gesloten plaatsing van zo kort mogelijke duur moeten zijn. Er zal dan aansluitend tijdig een passende vervolgplek moeten worden gevonden, bij voorkeur een plek waar zij ook na haar achttiende verjaardag kan blijven wonen. Het is van belang dat het traject niet verder stagneert en dat er wordt ingezet op het creëren van een stabiele, rustige en veilige toekomst voor [minderjarige]. Daarvoor is ook de medewerking van [minderjarige] nodig. De kinderrechter hoopt dat [minderjarige] inziet dat het nu tijd wordt om mee te werken, zodat zij op een goede en positieve manier kan worden voorbereid op haar volwassenheid.
Gezien het bovenstaande zal de kinderrechter de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen, voor een kortere duur dan verzocht, namelijk voor de duur van drie maanden. De tijd dringt, waardoor het noodzakelijk is dat er een passende aanpak en een duidelijk plan wordt gemaakt en daar wil de kinderrechter grip op houden.
De kinderrechter verzoekt de GI om twee weken voor de hierna te noemen zittingsdatum een rapportage toe te zenden aan de rechtbank, de advocaat van [minderjarige] en de advocaat van de vader met daarin de stand van zaken van dat moment en waarin de GI aangeeft of het resterende deel van het verzoek al of niet wordt gehandhaafd. Wanneer het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd, dient deze rapportage vergezeld te zijn van een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper.
Ten aanzien van C/10/708972 / JE RK 25/2190
Machtiging tot uithuisplaatsing accommodatie van een jeugdhulpaanbieder
De kinderrechter stelt vast dat de GI het verzoek ter zitting heeft ingetrokken. Als gevolg van het intrekken van het verzoek kunnen de gronden daarvan niet meer onderzocht worden. Om die reden zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter zal de beslissing ten aanzien van de ondertoezichtstelling uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/710565 / JE RK 25-2414
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 29 september 2026;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het overige verzochte af;
Ten aanzien van C/10/708972 / JE RK 25/2190
wijst het verzoek af;
Ten aanzien van C/10/710597 JE RK 25/2415
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 1 december 2025 tot 1 maart 2026;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de advocaat van [minderjarige], de GI en de vader op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 23 februari 2026 te 14:00, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A. Verweij kinderrechter;
verzoekt de GI om uiterlijk op maandag 9 februari 2026, de rechtbank de verzochte rapportage (met eventuele bijlage) als bedoeld onder 6.9. te doen toekomen, met afschrift aan de advocaat van [minderjarige] en de advocaat van de vader;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de advocaat van [minderjarige], de GI, de vader en de advocaat van de vader;
gelast de oproeping van [minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 10 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.