ECLI:NL:RBROT:2025:15313

ECLI:NL:RBROT:2025:15313, Rechtbank Rotterdam, 01-10-2025, C/10/673148 / FA RK 24-875

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-10-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer C/10/673148 / FA RK 24-875
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vervangende toestemming erkenning verleend aan de man. Verzoek gezamenlijk gezag toegewezen, maar formele beslissing op dit onderdeel aangehouden in afwachting van de akte van erkenning. Zie ook uitspraak 22 december 2025 [ECLI:NL:RBROT:2025:15314.]

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/673148 / FA RK 24-875

Beschikking van 1 oktober 2025 over vervangende toestemming erkenning, wijziging geslachtsnaam en het ouderlijk gezag

in de zaak van:

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. M. Ahmadi te Rotterdam.

tegen

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. R.F.H. Tamboenan te Barendrecht.

In deze zaak is als bijzondere curator opgetreden:

[naam 1] , advocaat te Rotterdam, hierna te noemen de bijzondere curator.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 februari 2024;

de beschikking van deze rechtbank van 8 april 2024, waarbij [naam 1] is benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige;

het verslag van bevindingen, het aanvullend verslag en de aanvullende informatie van de bijzondere curator;

het proces-verbaal van 7 juli 2025.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 7 juli 2025. Daarbij zijn verschenen:

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 2] .

De bijzondere curator is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

Na de mondelinge behandeling zijn van de man nog berichten ontvangen op

18 juli 2025 en op 11 september 2025. De vrouw was in de gelegenheid hierop te reageren.

2. De vaststaande feiten

De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad.

Op [datum] 2016 is te [plaatsnaam] uit de vrouw geboren:

[minderjarige] , hierna te noemen [minderjarige] .

De man is de verwekker van [minderjarige] .

Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3. De beoordeling

Afspraken

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afspraken gemaakt.

Deze afspraken zijn neergelegd in een proces-verbaal dat door partijen is ondertekend.

Vervangende toestemming

De man heeft op 7 februari 2024 verzocht om vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige] .

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling afgesproken dat zij de erkenning van [minderjarige] door de man en de wijziging van de achternaam van [minderjarige] zelf gaan regelen op 17 juli 2025.

Van de vrouw (in persoon) heeft de rechtbank op 17 juli 2025 een emailbericht ontvangen over de invulling van de omgangsregeling, waarbij zij nadere verzoeken indient, waarop de rechtbank de vrouw heeft laten weten dat alleen een advocaat bij de rechtbank een verzoek kan indienen en haar bericht daarom niet in behandeling wordt genomen.

Uit het bericht van de man van 18 juli 2025 is de rechtbank gebleken dat de erkenning niet heeft plaatsgevonden. Omdat de rechtbank de indruk had dat het niet zo zeer tussen partijen fout is gegaan, maar tussen de vrouw en de ambtenaar van de burgerlijke stand, heeft de rechtbank de zaak vervolgens aangehouden tot 15 september 2025 om partijen in de gelegenheid te stellen de erkenning alsnog gezamenlijk te gaan regelen. De vrouw kon hierdoor ook nog ingaan op het bericht van de man van 18 juli 2025.

De man heeft de rechtbank op 11 september 2025 bericht dat geen nieuwe afspraak voor de erkenning is gemaakt omdat de vrouw hier niet aan meewerkt. Van de vrouw heeft de rechtbank geen reactie ontvangen. Het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning is tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken onder de voorwaarde dat de erkenning op 17 juli 2025 daadwerkelijk plaatsvindt. Nu de erkenning niet heeft plaatsgevonden, heeft de man belang bij een beslissing van de rechtbank ten aanzien van de erkenning. Het verzoek om vervangende toestemming ligt dus inhoudelijk ter beoordeling en beslissing voor.

De vrouw heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.

De bijzondere curator heeft in zijn verslag van 30 augustus 2024 en het aanvullend verslag van 16 oktober 2024 geadviseerd het verzoek van de man toe te wijzen.

Op grond van artikel 1:204 lid 3 BW kan vervangende toestemming worden verleend, tenzij de erkenning de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met de minderjarige schaadt of door de erkenning een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van de minderjarige in het gedrang komt, mits de man de verwekker is van de minderjarige.

De rechtbank moet daarbij de belangen van de minderjarige, de man en de vrouw wegen. De vrouw heeft met name belang bij het in stand houden van een ongestoorde verhouding met de minderjarige. De man heeft belang bij het ontstaan van een familierechtelijke betrekking tussen hem en de minderjarige. De belangen van de minderjarige kunnen zowel zijn gelegen in een ongestoorde verhouding met de vrouw als in het ontstaan van een familierechtelijke betrekking met de man.

Die afweging mag niet leiden tot schade aan de belangen van de minderjarige of de vrouw. Van schade aan de belangen van de minderjarige is sprake als ten gevolge van de erkenning voor de minderjarige een reëel risico ontstaat dat de minderjarige wordt belemmerd in een evenwichtige ontwikkeling.

Op grond van de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is niet gebleken dat de erkenning de belangen van de vrouw bij het in stand houden van een ongestoorde verhouding met [minderjarige] zal schaden. Evenmin is gebleken dat ten gevolge van de erkenning voor hem een reëel risico ontstaat dat hij wordt belemmerd in een evenwichtige ontwikkeling. Het is juist in zijn belang dat de juridische situatie in overeen-stemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Gelet hierop zal het verzoek van de man worden toegewezen.

Wellicht ten overvloede wijst de rechtbank de man erop dat hij zelf met deze beschikking naar de ambtenaar van de burgerlijke stand moet gaan om de akte van erkenning op te laten maken.

De rechtbank verklaart de vervangende toestemming uitvoerbaar bij voorraad, omdat het verzoek daartoe is gegrond op de wet en geen belangen zijn gesteld of gebleken die zich verzetten tegen uitvoerbaarheid bij voorraad.

Teneinde problemen bij de tenuitvoerlegging van deze beschikking te voorkomen, wijst de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand op haar eerdere beschikkingen van 26 juli 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:7118, in het bijzonder rechtsoverwegingen 3.7 tot en met 3.7.2.2) en 31 oktober 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:10910, in het bijzonder rechtsoverweging 2.4). Daarin is uitgelegd dat de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van erkenning moet opmaken als de rechtbank vervangende toestemming verleent en deze uitvoerbaar bij voorraad verklaart. De ambtenaar mag dus niet wachten op onherroepelijkheid van de vervangende toestemming; daar is geen enkele wettelijke grondslag voor.

Wijziging achternaam

De man verzoekt te bepalen dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen. De rechtbank begrijpt dit als een verzoek tot het wijzigen van de geslachtsnaam ter gelegenheid van de erkenning. Dit verzoekt ontbeert een wettelijke grondslag. De keuze van een geslachtsnaam ten tijde van de erkenning, is aan de ouders. Immers, artikel 1:5 lid 2 BW bepaalt dat indien een kind door erkenning in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het de geslachtsnaam van de moeder houdt, tenzij de moeder en de erkenner gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. De man is niet-ontvankelijk in dit verzoek.

Zorgregeling en informatieregeling

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling afspraken gemaakt over de omgang/zorgregeling en de informatieregeling, waarna de man deze verzoeken heeft ingetrokken. Deze verzoeken worden afgewezen.

Ouderlijk gezag

De man verzoekt tezamen met de vrouw te worden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Hij legt aan dit verzoek ten grondslag dat er geen contra-indicaties zijn voor gezamenlijk gezag en stelt dat dit juist in belang is van de minderjarige.

De vrouw voert gemotiveerd verweer.

De raad begrijpt dat de vrouw, die acht jaar lang alleen voor [minderjarige] heeft gezorgd, het moeilijk vindt om het gezag te delen met de man. Echter, de man is als vader betrokken in het leven van [minderjarige] , wil hem erkennen en wil zijn verantwoordelijkheid nemen. Hier hoort volgens de raad gezamenlijk gezag bij.

Op grond van artikel 1:253c lid 1 BW kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten.

Als de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt, wordt een dergelijk verzoek op grond van het tweede lid van genoemd wetsartikel slechts afgewezen als (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over hun kinderen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Het kind mag in beginsel niet klem of verloren raken tussen de ouders als de ouders dat niet kunnen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer met zich dat er geen gezamenlijk gezag kan worden toegekend.

Het uitgangspunt van de wet is dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen: ouders horen een gelijkwaardige positie te hebben. In dat wat de vrouw heeft gesteld ziet de rechtbank geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank complimenteert de vrouw met de manier waarop zij vorm geeft aan de relatie tussen de man en [minderjarige] . Dat [minderjarige] met veel plezier naar de man gaat, is ook háár verdienste. Evenzo is het prijzenswaardig dat de vrouw de man de gelegenheid geeft rechtstreeks met de school en de sportvereniging van [minderjarige] te communiceren. Ondanks de moeilijke onderlinge verhouding, heeft de vrouw die stappen gezet en daar is geen rechter aan te pas gekomen om haar daartoe te moeten bewegen. Dit alles is echter geen argument om de man het gezag te onthouden.

Sinds de geboorte van [minderjarige] heeft de vrouw alle gezagsbeslissingen alleen genomen en heeft zij het grootste deel van de verzorging van [minderjarige] gedragen. De rechtbank kan zich goed voorstellen dat zij het idee heeft gehad er alleen voor te hebben gestaan. Maar: de vraag of het gezag gezamenlijk moet gaan worden uitgeoefend, vereist een blik die vooral op de toekomst is gericht. Als de inschatting is dat [minderjarige] in de toekomst ernstige nadelen ondervindt van gezamenlijk gezag, dan is dat de reden om het gezag eenhoofdig te laten. Naar het oordeel van de rechtbank doet die situatie zich niet voor.

Daarbij komt dat partijen ondanks hun moeizame communicatie in staat zijn gebleken tijdens de mondelinge behandeling afspraken te maken over de erkenning, de invulling van de zorgregeling en de informatieregeling, waarvoor de rechtbank hen complimenteert. Dat de erkenning uiteindelijk niet tot stand is gekomen, lijkt met name te komen doordat de vrouw het idee kreeg daarmee in te stemmen met het gezamenlijk gezag hetgeen zij niet wenste. Dit laat onverlet dat de intentie van partijen om [minderjarige] door de man te laten erkennen er wel was. De man en de vrouw zullen zich in het belang van de verdere ontwikkeling van [minderjarige] moeten (blijven) inspannen om de communicatie tussen hen te verbeteren. Zij kunnen zich hiervoor wenden tot het wijkteam voor hulp en begeleiding.

De rechtbank wijst de man erop dat gezamenlijk gezag niet vrijblijvend is. Gezag komt met rechten, maar zeker ook met plichten. Gezamenlijk gezag vergt van de man dat hij zich positief en welwillend opstelt. Indien de man daartoe niet in staat of bereid is of zelfs misbruik zal maken van zijn gezag, kan het gezamenlijk gezag ook weer worden beëindigd. De keerzijde is dat de vrouw de man ook die gelegenheid moet laten en dus serieus werk moet gaan maken van de gezamenlijkheid van toekomstige gezagsbeslissingen.

De rechtbank zal het verzoek tot gezamenlijk gezag toewijzen. Omdat gezamenlijk gezag pas mogelijk is na erkenning, zal de rechtbank in deze beschikking het gezag nog niet wijzigen, maar die formele beslissing aanhouden. Het is nu eerst aan de man om de erkenning zo snel mogelijk daadwerkelijk te regelen.

Van de man wordt verwacht dat hij binnen een maand na het uitspreken van deze beschikking de rechtbank de akte van erkenning toezendt. De rechtbank stelt de vrouw daarna in de gelegenheid zich binnen twee weken uit te laten over de vraag of uit de door de man overgelegde akte inderdaad de erkenning blijkt. Voor een heropening van het debat over de wenselijkheid van gezamenlijk gezag is geen plaats. De rechtbank zal na ontvangst van de stukken in beginsel zonder nadere mondelinge behandeling een beschikking geven. De rechtbank wijst de man erop dat, als hij niet binnen de gestelde termijn een akte van erkenning inzendt, de rechtbank kan komen tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat de man de juridische ouder is van [minderjarige] en om die reden het verzoek alsnog kan afwijzen.

Omdat de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag toewijst, wordt niet toegekomen aan het subsidiaire verzoek dat ziet op de consultatieplicht.

Bijzondere curator

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator. De rechtbank zal op die manier beslissen.

Proceskosten

Omdat ten aanzien van het gezag nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.

4. De beslissing

De rechtbank:

verleent [naam man] , geboren op [geboortedatum 1] 1993 te [geboorteplaats 1] , vervangende toestemming voor erkenning van:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] ;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek met betrekking tot de geslachtsnaam van de minderjarige;

beschouwt – voor zover er geen hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing – de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure met ingang van heden als beëindigd;

houdt de formele beslissing met betrekking tot gezamenlijk gezag aan en wijst het overig meer of anders verzochte af;

draagt de man op binnen een maand na heden de akte van erkenning aan de rechtbank te zenden, onder verzending van een kopie van de akte aan de vrouw;

stelt de vrouw in de gelegenheid binnen twee weken na ontvangst van de akte zich schriftelijk uit te laten als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.13;

bepaalt dat de behandeling van de zaak ten aanzien van het gezag wordt aangehouden tot 17 november 2025 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. J. van den Bos, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. E. van Alebeek-Baars, griffier, op 1 oktober 2025.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Verzoeker en verschenen belanghebbenden moeten het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak instellen. Andere belanghebbenden moeten het beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. van Alebeek-Baars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?