ECLI:NL:RBROT:2025:15382

ECLI:NL:RBROT:2025:15382, Rechtbank Rotterdam, 09-10-2025, 10/332577-24 en 10/338663-24

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 15-01-2026
Zaaknummer 10/332577-24 en 10/338663-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor het medeplegen van een overval op een tankstation en een openlijke geweldpleging tot 232 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt aan verdachte een werkstraf opgelegd voor de duur van 50 uren. Deels (hoofdelijk) toewijzing vordering benadeelde partij en een niet- ontvankelijk verklaring.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/332577-24 en 10/338663-24 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 9 oktober 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2008,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],

raadsvrouw mr. D.J. Troost, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 september 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10/332577-24 en het onder parketnummer 10/338663-24 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/332577-24 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/338663-24 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10/332577-24

hij op of omstreeks 14 oktober 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

geld (totaal 375 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan OK

Retail (gevestigd aan de [adres 2]), in elk geval aan een ander dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt

met een bivakmuts danwel gezichtsbedekkende kleding

- een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan

voornoemde [slachtoffer 1] te tonen en/of op hem te richten en/of gericht te houden

op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of met voornoemd vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, richting voornoemde [slachtoffer 1] te lopen

en/of

- daarbij te roepen "Geld! Geld!" en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1]

te tonen.

Parketnummer 10/338663-24

hij op of omstreeks 8 juli 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in

Nederland, openlijk, te weten, op de Harwichweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten: [slachtoffer 2], door:

- de fiets van die [slachtoffer 2] vast te pakken,

- tegen die [slachtoffer 2] te roepen: 'nu ben jij aan de beurt',

- (met een vuist) tegen het oor van die [slachtoffer 2] te slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of de keel en/of de borstkast

van die [slachtoffer 2] te slaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/332577-24

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Parketnummer 10/338663-24

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd (samen met anderen) schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten.

De verdachte heeft zich op 14 oktober 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan

een gewapende overval op een tankstation in Hoek van Holland. De verdachte is, kort voor

sluitingstijd, samen met een medeverdachte met bivakmutsen op de winkel van het

tankstation binnengegaan, terwijl de derde medeverdachte op de uitkijk is blijven staan. Zij hebben vervolgens de negenzestig jarige medewerker van het tankstation onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes gedwongen om geld uit de kassalade aan hen af te geven. Vervolgens zijn de verdachte en de medeverdachten er met het geld vandoor gegaan.

De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin en onvoldoende oog heeft gehad voor de gevolgen van de overval voor het slachtoffer. Met zijn handelen heeft hij geen respect getoond voor de lichamelijke integriteit en de eigendom van een ander. Uit het verzoek tot schadevergoeding dat is ingediend door de medewerker van het tankstation blijkt dat het incident een grote impact op hem heeft gehad. Voor die gevolgen is de verdachte, samen met zijn medeverdachten, verantwoordelijk. Een overval als deze veroorzaakt daarnaast gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen, vooral nu er is gedreigd met meerdere wapens.

Daarnaast heeft de verdachte zich op 8 juli 2024 samen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, waarbij het slachtoffer meerdere malen met gebalde vuisten is geslagen tegen het hoofd, oor, keel en zijn borstkas. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten gedurende langere tijd lichamelijke en psychische gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Ook in de samenleving levende gevoelens van angst en onveiligheid worden door dit soort feiten die op de openbare weg die voor een ieder veilig zou moeten zijn versterkt.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

6 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor misdrijven.

Rapportages en verklaringen van de deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte

opgemaakt, gedateerd 17 september 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Het algemeen recidive risico komt uit op hoog. Ondanks de huidige verdenking van een fors geweldsdelict lijkt er geen sprake van agressie en gedragsproblemen bij de verdachte. De risicofactoren die de kans op recidive verhogen liggen voornamelijk in de domeinen vrijetijdsbesteding, relaties, houding en vaardigheden. Omdat de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht, heeft de Raad geen volledig beeld verkregen van zijn houding, vaardigheden en denkfouten ten tijde van het delict. Het lijkt erop dat wanneer de verdachte impulsief handelt en/of beïnvloed wordt, hij het moeilijk vindt om "nee" te zeggen en het keuzemoment te herkennen om zijn gedrag tijdig te kunnen omkeren. Hij lijkt de vaardigheden te bezitten, maar het lukt hem niet om deze op de juiste manier in te zetten.

De Raad heeft verscherpt toezicht overwogen gezien de ernst van de verdenking; echter, op dit moment zijn er geen dusdanig grote zorgen over de verdachte en houdt hij zich vooralsnog goed aan zijn schorsende voorwaarden en het contact met de jeugdreclassering.

De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, dat de verdachte naar school zal gaan volgens de afspraken/het rooster van de school, dat de verdachte zijn medewerking verleent aan een ambulant behandeltraject bij een forensische polikliniek, zoals Fivoor of een soortgelijke instantie, gericht op de impuls- en emotieregulatieproblemen en het beperkt probleemoplossend vermogen van verdachte en een verbod op direct of indirect contact met zijn medeverdachten, zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.

De Raad adviseert daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen in de vorm van een werkstraf.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen de jeugdreclassering) heeft een evaluatie gezinsplan over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 augustus 2025. De jeugdreclassering adviseert gemotiveerd een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het voorarrest op te leggen, een taakstraf in de vorm van een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar met de volgende bijzondere voorwaarden;

- begeleiding en toezicht van de jeugdreclassering;

- behandeling bij Fivoor, zolang en zo vaak als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- meewerken aan het vinden en behouden van een passende dagbesteding (opleiding, werk of andere zinvolle activiteiten), zoals door de jeugdreclassering wordt vastgesteld;

- een verbod op direct of indirect contact met zijn medeverdachten, zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.

Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder, [naam 1], naar voren gebracht dat de begeleiding van de verdachte de afgelopen negen maanden wisselend is verlopen. De verdachte heeft zijn schorsingsvoorwaarden overtreden en is in mei 2025 weer vast komen te zitten. In juli 2025 is hij opnieuw geschorst. Sindsdien is er wel vooruitgang te zien. De verdachte lijkt meer gemotiveerd te zijn voor school en werk. Opvallend is dat de verdachte zelf op zoek gaat naar een bijbaan, deze snel vindt maar ook weer snel kwijtgeraakt. Het is niet duidelijk waarom het de verdachte niet lukt om lang(er) op een werkplek te blijven. De verdachte heeft nu een nieuwe bijbaan gevonden en loopt hier ook zijn stage. Zijn ouders helpen hem en stimuleren hem om op de juiste plek te komen. Bij Fivoor zal hij behandeling en diagnostiek krijgen, zodat duidelijk wordt wat hij nodig heeft.

GZ-psycholoog, [naam 2], heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte is aangemeld bij Fivoor. De GZ-psycholoog heeft de intake gedaan. Tot aan de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte in juli 2025 heeft zij met de verdachte gesprekken gevoerd. Op dit moment heeft de verdachte één-op-één contact met een psycholoog en staat hij op de wachtlijst voor diagnostiek. Er moet duidelijkheid komen of bij de verdachte sprake is van kwetsbaarheid of dat er andere redenen zijn waarom hij tot deze delicten is gekomen.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de Raad en de jeugdreclassering. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijke deel van de straf is gelijk aan de duur van het voorarrest. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis.

Daarnaast zal de rechtbank gezien de ernst van de feiten ook een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te noemen duur, opleggen. De verdachte heeft voor de bewezenverklaarde feiten in totaal 112 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht, welke per 17 juli 2025 onder voorwaarden is geschorst. Hiermee rekening houdend zal de rechtbank een lagere werkstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

Vordering van de [benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 1], ter zake van het ten

laste gelegde feit onder parketnummer 10/332577-24. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.800,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij volledig en hoofdelijk toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast heeft zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. De vordering is volgens de officier van justitie voldoende onderbouwd en passend. Daarbij merkt zij op dat de vordering door het slachtoffer zelf is ingediend toen hij nog in leven was en verwijst zij in dit kader naar de uitspraak van de Hoge Raad van 15 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:917).

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

De benadeelde partij is op 23 mei 2025 overleden. Nu hij zich bij leven als benadeelde partij in het strafgeding heeft gevoegd, zal de rechtbank op grond van artikel 361, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering op zijn vordering beslissen (HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:917).

Vast is komen te staan dat aan de [benadeelde partij 1] door het bewezen

verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en ernst

van de normschending brengen mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de

benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat de rechtbank van oordeel is dat een aantasting

in de persoon, in de zin van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek

(BW) kan worden aangenomen. De immateriële schade zal naar maatstaven van billijkheid

worden vastgesteld op € 1.800,00, zodat de vordering volledig zal worden toegewezen aan

de benadeelde partij, wiens vordering op de voet van artikel 6:106, tweede lid tweede

volzin, BW vatbaar is voor overgang onder algemene titel op de erfgenaam.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de (erfgenaam van de) benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de (erfgenaam van de) benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met

wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt

met wettelijke rente vanaf 14 oktober 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden

veroordeeld in de kosten door de (erfgenaam van de) benadeelde partij gemaakt, tot op

heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van

€ 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing

vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel

36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige

leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Vordering van de [benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 2], ter zake van het ten laste gelegde feit onder parketnummer 10/338663-24. De benadeelde partij heeft in de vordering geen bedrag genoemd.

Standpunt officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de vordering op geen enkele wijze is onderbouwd.

Beoordeling

De [benadeelde partij 2] zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de vordering niet is onderbouwd en geen bedrag aan schade is ingevuld. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij

worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/332577-24 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 10/338663-24 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 232 (tweehonderd tweeëndertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 120 dagen, niet ten uitvoer zal

worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd meewerkt aan een ambulant behandeltraject bij een forensische polikliniek, zoals Fivoor of een soortgelijke instelling, gericht op de impuls- en

emotieregulatieproblemen en het beperkt probleemoplossend vermogen van de verdachte;

- gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen volgens het rooster van de school en zich

zal houden aan de regels en afspraken van school;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 2] 2008 te Rotterdam en [medeverdachte 2], geboren op [geboortedatum 3] 2008 te Delft;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering van de [benadeelde partij 2] slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de [benadeelde partij 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van

kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van

€ 1.800,00 (zegge: achttienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te

vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag van de

algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de

verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 1]

gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten

ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot

schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de

[benadeelde partij 1] te betalen € 1.800,00 (hoofdsom, zegge: achttienhonderd

euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag van de

algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn

mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en

omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.M. Derijks, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J.S. van den Berge en M. van Seventer, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2025.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/332577-24

hij op of omstreeks 14 oktober 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

geld (totaal 375 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan OK

Retail (gevestigd aan de [adres 2]), in elk geval aan een ander dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt

met een bivakmuts danwel gezichtsbedekkende kleding

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan

voornoemde [slachtoffer 1] te tonen en/of op hem te richten en/of gericht te houden

op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of met voornoemd vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, richting voornoemde [slachtoffer 1] te lopen

en/of

- daarbij te roepen "Geld! Geld!" en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1]

te tonen.

Parketnummer 10/338663-24

hij op of omstreeks 8 juli 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in

Nederland,

openlijk, te weten, op de Harwichweg, in elk gevalop of aan de openbare weg en/of

op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging,

geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten: [slachtoffer 2],

door:

- de fiets van die [slachtoffer 2] vast te pakken,

- tegen die [slachtoffer 2] te roepen: 'nu ben jij aan de beurt',

- ( met een vuist) tegen het oor van die [slachtoffer 2] te slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of de keel en/of de borstkast

van die [slachtoffer 2] te slaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?