RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709903 / JE RK 25-2314
Datum uitspraak: 12 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[persoon A] ,
pleegmoeder tevens oma moederszijde, hierna te noemen: de oma, wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 11 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de oma;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
Aangezien de moeder, de vader en de oma de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Somalische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van, M. Gure, een tolk in de Somalische taal.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven (samen met de moeder) bij hun oma.
Bij beschikking van 14 januari 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 17 december 2025.
Bij beschikking van 5 september 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 17 december 2025.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van drie maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De moeder draagt de volledige zorg over de kinderen bij de oma thuis. De moeder doet het goed en is nog steeds nuchter; urinecontroles worden steeds schoon bevonden. De moeder ontvangt ondersteuning van Antes en de WMO. Er wordt ingezet op het vergroten van haar sociale netwerk, het vinden van dagbesteding en een preventieplan van Antes voor alcohol. De moeder werkt hieraan op vrijwillige basis mee. Hulpverlening vanuit Saeda is door de GI aangevraagd en ligt nu ter goedkeuring bij de gemeente. Deze hulpverlening is bedoeld om de moeder te ondersteunen zodra de kinderen weer bij haar gaan wonen. Wanneer de moeder en de kinderen terugkeren naar haar eigen woning, woont ook de oudste zoon daar. Daarnaast moet de moeder contact hebben met de vader over de omgang van de kinderen, terwijl de verstandhouding tussen de ouders niet goed is, wat spanningen kan veroorzaken. Gelet op het feit dat nog onduidelijk is wanneer Saeda kan starten en dat de terugplaatsing van de kinderen zorgvuldig moet gebeuren, blijven de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing nodig. De bedoeling is op korte termijn toe te werken naar het vrijwillige kader.
4. Het standpunt van de moeder
De moeder brengt naar voren dat het op dit moment goed gaat. De verslaving is niet meer aanwezig, waardoor de moeder zelfstandig voor de kinderen kan zorgen. De oma biedt nog ondersteuning, maar dit is niet meer nodig. Er is een maatschappelijk werker betrokken. De moeder heeft zich niet verzet tegen het verzoek van de GI, maar vindt extra ondersteuning niet nodig.
5. Het standpunt van de oma
De oma heeft zich niet verzet tegen het verzoek van de GI. De oma is blij dat de moeder haar verantwoordelijkheid neemt en zal haar waar nodig ondersteunen bij de zorg voor de kinderen. Zolang de moeder nuchter blijft, heeft de oma vertrouwen in haar.
6. De informant (de vader)
De vader ziet het liefst dat de kinderen teruggaan naar de moeder. De moeder is veranderd en wil het liefst zelf voor haar kinderen zorgen. Als de moeder hulp nodig heeft, zal de vader haar daarbij ondersteunen.
7. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen sinds september 2024 bij hun oma. Destijds zijn zij daar geplaatst vanwege zorgen over het alcoholgebruik van de moeder. De moeder is inmiddels geruime tijd nuchter, werkt mee aan hulpverlening en woont in bij de oma, waar zij de zorg voor haar kinderen draagt. Hoewel de situatie goed verloopt, is het van belang dat het terugplaatsingsproces van de kinderen bij de moeder thuis zorgvuldig verloopt. Indien de moeder met de kinderen teruggaat naar haar eigen woning, is er minder zicht op haar en zal het contact met de vader toenemen, wat mogelijk spanningen veroorzaakt. Ook haar oudste zoon verblijft in de woning en de verhouding tussen hem en de moeder is niet goed. Stress kan een terugval in het alcoholgebruik van de moeder veroorzaken. Terugplaatsing dient daarom gefaseerd en goed begeleid te gebeuren. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van drie maanden om hier de ruimte voor te bieden. Als blijkt dat de volledige terugplaatsing van de kinderen bij de moeder eerder mogelijk is, dan staat deze beschikking daaraan niet in de weg. De GI is bezig met het organiseren van ondersteuning via Saeda om het proces te begeleiden en zal afstemmen hoe dit zich verhoudt tot de betrokken maatschappelijk werker en zal toewerken naar een overdracht in het vrijwillig kader. De kinderrechter acht daarvoor een periode van zes maanden passend en voldoende. De GI heeft ter zitting aangegeven zich daar in te kunnen vinden.
Gelet op het voorgaande zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing nog steeds nodig. De kinderrechter ziet aanleiding de ondertoezichtstelling voor een kortere duur te verlengen dan verzocht, te weten voor de duur van zes maanden. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van drie maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
8. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 17 juni 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma, tot 17 maart 2026;
het overige verzochte wordt afgewezen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 17 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.