RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/710265 / JE RK 25-2364
Datum uitspraak: 11 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudende te Rotterdam,
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de Raad van 18 november 2025 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
het gewijzigde verzoekschrift van de Raad van 10 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders, bijgestaan door hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertifieerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam 2] .
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Hierbij was [naam 3] , medewerker van Intensieve hulp, op verzoek van [minderjarige] ook aanwezig. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft binnen het netwerk.
3. Het (gewijzigde) verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek gewijzigd in die zin dat de Raad nu een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk gevolgd door een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verzoekt voor de duur van zes maanden.
De Raad handhaaft ter zitting het gewijzigde verzoek en licht het als volgt toe. Er zijn al langer grote zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige] . Het is thuis een aantal keer geëscaleerd, waardoor [minderjarige] de afgelopen jaren al op meerdere plekken heeft verbleven. Ook zijn er zorgen over haar seksuele ontwikkeling, haar contacten met andere jongeren en hoe zij omgaat met druk van haar omgeving en de beïnvloeding daarvan. [minderjarige] laat verschillende dingen in haar gedrag zien. Enerzijds is zij een meisje met een laag zelfbeeld, is zij onzeker en antwoordt zij sociaal wenselijk. Anderzijds kan zij ook zelfbepalend gedrag vertonen, loopt zij weg en lukt het de ouders niet om met dit gedrag om te gaan. [minderjarige] heeft haar ouders en twee jongere zusjes sinds zij uit huis is (september 2025) niet meer gezien en belangrijk is dat er contactherstel plaatsvindt. Om te weten wat [minderjarige] nodig heeft, is het belangrijk dat er een persoonlijkheidsonderzoek wordt afgenomen. Een ondertoezichtstelling is nodig om ervoor te zorgen dat gezinspatronen doorbroken worden, er contactherstel plaatsvindt en [minderjarige] en de ouders de juiste hulpverlening krijgen. Ook moet gekeken worden naar waar [minderjarige] in de toekomst het beste kan verblijven.
4. De standpunten
De GI stemt in met het verzoek van de Raad. Er zijn behoorlijke zorgen over de thuissituatie van [minderjarige] , nu hier escalaties hebben plaatsgevonden waarbij er geweld is toegepast. Daarnaast laat [minderjarige] zelfbepalend gedrag zien, loopt zij weg en lijken de ouders vooral vanuit onmacht te reageren. Belangrijk is dat er professionele hulpverlening wordt ingezet en gekeken wordt waar [minderjarige] in de toekomst het beste kan verblijven. Er lijkt een plek voor [minderjarige] te zijn gevonden in Delft, maar onbekend is wanneer de plek beschikbaar is. Desgevraagd is er niet direct een vaste jeugdbeschermer voor het gezin beschikbaar. Daarnaast zal de betrokken hulpverlener vanuit Intensieve Hulpverlening (hierna: IH) de casus naar de GI overdragen, maar onderzocht kan worden of zij [minderjarige] kan blijven ondersteunen nu blijkt dat zij hier veel steun uithaalt.
De ouders zijn het eens met het verzoek van de Raad en lichten het ter zitting als volgt toe. Het gaat de afgelopen tijd beter in het gezin nu [minderjarige] niet meer thuis woont. De situatie emotioneert de moeder en zij hoopt dat alles goedkomt. De vader wenst op dit moment geen contact met [minderjarige] , door alles wat er is gebeurd.
5. De beoordeling
De ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overlegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er bestaan al langer zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] en zij heeft al meerdere ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Binnen de thuissituatie hebben er meermaals escalaties plaatsgevonden waarbij sprake was van verbaal en fysiek geweld van de vader richting [minderjarige] . Hierdoor heeft [minderjarige] al op verschillende plekken verbleven en is er sprake van een ontwrichte ouder-kindrelatie. Daarnaast vertoont [minderjarige] zowel internaliserende als externaliserende gedragsproblemen. [minderjarige] kampt enerzijds met een laag zelfbeeld, zij heeft aan automutilatie gedaan en zij heeft moeite met het reguleren van haar emoties. Anderzijds kan zij erg zelfbepalend zijn, wat zich onder meer uit in weglopen van huis.
De ouders zijn betrokken en willen graag het beste voor [minderjarige] , maar het lukt de ouders niet om [minderjarige] aan te sturen nu zij zich aan hun gezag onttrekt. IH is in juli 2025 bij het gezin betrokken geraakt, maar dit heeft verdere escalaties niet kunnen voorkomen. De ouders zijn daarom wel bereid maar onvoldoende in staat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] zelfstandig met hulpverlening in het vrijwillig kader weg te nemen. Het is daarom belangrijk dat er een vaste jeugdbeschermer bij het gezin betrokken raakt die de regie voert en onderzoekt welke individuele en systemische hulpverlening nodig is voor [minderjarige] en haar ouder en deze hulpverlening ook inzet. Daarnaast is het de aankomende periode van belang dat er verder wordt gewerkt aan contactherstel tussen [minderjarige] , de moeder en haar zusjes. De kinderrechter hoopt dat op termijn ook gewerkt kan worden aan contactherstel tussen [minderjarige] en de vader, nu het belangrijk is dat zij niet van elkaar vervreemd raken.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar, te weten tot 11 december 2026.
De machtiging tot uithuisplaatsing
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
[minderjarige] verblijft sinds september 2025 bij een vriendin en haar moeder, nadat de situatie thuis niet langer houdbaar was. [minderjarige] maakt het hier goed, komt hier tot rust en gaat weer naar school. [minderjarige] heeft sinds kort pas weer contact met de moeder. Met de vader heeft [minderjarige] geen contact. Het voorgaande maakt dat een terugkeer van [minderjarige] naar huis op dit moment niet aan de orde is. Belangrijk is dat eerst hulpverlening wordt ingezet en er gewerkt wordt aan contactherstel alvorens de mogelijkheden van een terugplaatsing kunnen worden onderzocht. Totdat er een passende vervolgplek is gevonden, kan [minderjarige] ter overbrugging binnen het netwerk verblijven. Positief is dat er mogelijk een plek voor [minderjarige] in Delft is gevonden waar zij waarschijnlijk vanaf januari 2026 terecht zou kunnen. De kinderrechter zal daarom een (traject)machtiging verlenen binnen het netwerk gevolgd door een plaatsing bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden, te weten tot 11 juni 2026. In de komende zes maanden moet gekeken worden naar wat een passende woonplek is voor [minderjarige] in de toekomst.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 11 december 2025 tot 11 december 2026;
verleent een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk gevolgd door een plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 december 2025 tot 11 juni 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.T. van Ringelesteijn als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.