RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/687651 / JE RK 24-2231 en C/10/698093 / JE RK 25-774.
Datum uitspraak: 30 mei 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt in beide zaken als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.R. Hogerbrugge, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt in de zaak met zaaknummer C/10/687651 / JE RK 24-2231 ook als belanghebbende aan:
[naam stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de zaak met nummer C/10/687651 / JE RK 24-2231
de beschikking van 25 november 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de aanvullende briefrapportage van de GI van 15 april 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
In de zaak met nummer C/10/698093 / JE RK 25-774
het verzoekschrift van de GI van 15 april 2025 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 april 2025;
het e-mailbericht van de moeder van 7 mei 2025;
het e-mailbericht van de moeder van 15 mei 2025;
het bericht van de GI van 30 mei 2025;
het bericht van de moeder van 30 mei 2025;
het e-mailbericht van mr. Hogerbrugge van 30 mei 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder (per videoverbinding), bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
De stiefvader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de stiefvader wel juist is opgeroepen.
Aan de moeder is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat mr. P.R. Hogerbrugge, advocaat te Rotterdam aangewezen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 juni 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
3. De (aangehouden) verzoeken
In de zaak met nummer C/10/687651 / JE RK 24-2231
De GI verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Bij beschikking van 25 november 2024 is over de periode van zes maanden reeds beslist. Er resteert een beslissing over de periode tot 4 december 2025.
In de zaak met nummer C/10/698093 / JE RK 25-774
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de verzochte ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft de verzoeken en licht het ter zitting als volgt toe. Sinds de tussenbeschikking is er veel veranderd. De moeder is inmiddels weer thuis en aan het opknappen. Voordat de moeder in het ziekenhuis lag was de thuissituatie al zorgelijk en was er sprake van een onveilige situatie. Met behulp van de hulpverlening is het niet gelukt deze zorgen te laten afnemen. [minderjarige] leek eerder een positieve ontwikkeling door te maken op school en zij deed erg haar best. Echter, de afgelopen weken blowt [minderjarige] weer veel en zit zij vaak stoned in de klas. Ook heeft [minderjarige] onlangs een alcoholvergiftiging gehad. [minderjarige] is hiervan geschrokken en zegt dit niet meer te zullen doen. [minderjarige] wil graag stoppen met blowen, maar zij vindt dit erg moeilijk omdat het blowen zorgt voor rust in haar hoofd. De situatie thuis is stressvol, de moeder en [minderjarige] maken constant ruzie en de sfeer thuis is niet fijn. Hierbij loopt de moeder tegen het gedrag van [minderjarige] aan nu zij constant de grenzen opzoekt. De GI heeft de afgelopen twee jaar geprobeerd hulpverlening in te zetten, maar dit is niet van de grond gekomen of heeft niet voor enige vooruitgang gezorgd. De GI is daarom van mening dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] op dit moment de enige manier is om de huidige situatie te doorbreken. Zowel [minderjarige] als de moeder staan hierachter.
4. De standpunten
Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de GI. Ondanks dat de moeder het verzoek ziet als een diskwalificatie van zichzelf als ouder, kan zij instemmen met de verzoeken. De moeder stond eerder niet achter een uithuisplaatsing van [minderjarige] , maar zij erkent dat de thuissituatie nu onvoldoende veilig is en zij [minderjarige] op dit moment niet kan bieden wat zij nodig heeft om stappen vooruit te zetten. De moeder is daarom bereid een stap opzij te zetten. Wel wil de moeder graag dat er passende hulpverlening en ondersteuning voor [minderjarige] komt. In de tussentijd gaat ook de moeder met zichzelf aan de slag en wil zij op zoek gaan naar een eigen woning. De moeder hoopt dat zij en [minderjarige] snel kunnen beginnen met het opbouwen van een nieuwe band.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting volgt dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen zoals weergeven in de beschikking van 25 november 2024 zijn onverminderd aanwezig. [minderjarige] vertoont nog steeds zelfbepalend gedrag en is er nog steeds sprake van schoolverzuim en middelengebruik. [minderjarige] is verslaafd aan blowen en is onlangs in het ziekenhuis opgenomen vanwege een alcoholvergiftiging. [minderjarige] geeft aan deze middelen te gebruiken om rust in haar hoofd te krijgen vanwege alle spanningen in de thuissituatie. De moeder en [minderjarige] hebben geregeld ruzie en de moeder is haar grip op [minderjarige] verloren. Daarnaast is gelbeken dat de moeder niet in staat is [minderjarige] op een adequate manier te begeleiden, begrenzen en ondersteunen, mede door haar eigen problematiek. Bij de moeder en de stiefvader is sprake van frequent alcoholgebruik en de moeder heeft langere tijd in het ziekenhuis gelegen vanwege ernstige lichamelijke klachten. Dit heeft veel impact op [minderjarige] gehad. Gedurende de afwezigheid van de moeder was de stiefvader beperkt betrokken waardoor [minderjarige] op zichzelf was aangewezen.
Voor de problematiek is door de GI getracht hulpverlening in te zetten, maar dit is herhaaldelijk niet van de grond gekomen. Dit omdat er geen actieve opvoeder beschikbaar was die toezicht kon houden op [minderjarige] en ervoor kon zorgen dat de afspraken met de hulpverlening werden nagekomen. Daarnaast was [minderjarige] zelf niet gemotiveerd om aan de hulpverlening mee te werken. Hierdoor is het niet gelukt om een stabiele en veilige thuissituatie te creƫren.
Ondanks dat de moeder enkele weken geleden uit het ziekenhuis is ontslagen en weer thuis woont, is de zorgelijke thuissituatie onveranderd gebleven. Door de aanhoudende strijd en problematiek is de thuissituatie niet langer houdbaar en is de kinderrechter het met de GI eens dat een uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is om de huidige negatieve patronen te kunnen doorbreken. Zowel de moeder als [minderjarige] zijn het hiermee eens. De kinderrechter ziet ter zitting dat de moeder en [minderjarige] veel van elkaar houden, maar dat op dit moment hun relatie zeer moeizaam verloopt en zij niet met elkaar door een deur kunnen. De aankomende periode is het daarom belangrijk dat er rust komt zodat de moeder en [minderjarige] aan zichzelf kunnen werken zodat zij vervolgens hopelijk weer naar elkaar kunnen toegroeien. Tot slot is het van belang dat [minderjarige] ondersteuning krijgt bij de overgang uit huis en er hulpverlening wordt ingezet voor de verslaving van [minderjarige] . Verder is het belangrijk dat [minderjarige] haar schoolgang weer volledig oppakt zodat zij een mooie toekomst tegemoet gaat.
Gezien het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden, te weten tot 4 december 2025. Tevens zal de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 4 december 2025.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak met nummer C/10/687651 / JE RK 24-2231
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 4 december 2025;
In de zaak met nummer C/10/698093 / JE RK 25-774
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 30 mei 2025 tot 4 december 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2025 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.T. van Ringelesteijn als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.