Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-269310-23
Datum uitspraak: 14 oktober 2025
Datum zitting: 14 oktober 2025
Tegenspraak
Verdachte: [verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] ( [land] ).
Advocaat van de verdachte: mr. I. Amghar
Officier van justitie: mr. M. Groot
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - met een glazen fles tegen het hoofd van de aangever heeft geslagen en hem met een mes in het bovenlichaam heeft gestoken. Het feitelijk handelen is door de officier van justitie juridisch vertaald als een poging doodslag (primair), zware mishandeling (subsidiair) en poging zware mishandeling (meer subsidiair). De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
primair
hij op of omstreeks 14 oktober 2023 te Rozenburg, gemeente Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, een glazen fles tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de rug, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 14 oktober 2023 te Rozenburg, gemeente Rotterdam aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een steekwond, heeft toegebracht door met een glazen fles tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en/of een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de rug, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] te steken;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 14 oktober 2023 te Rozenburg, gemeente Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een glazen fles tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de rug, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. Vrijspraak
De aangever heeft op details wisselend verklaard. De verdediging stelt dat deze daarom als onbetrouwbaar terzijde moet worden geschoven. De kern van het verhaal van de aangever is echter in zijn verklaringen steeds dezelfde, zodat zijn aangifte op zichzelf voldoende betrouwbaar is en gebruikt kan worden als bewijs. Het bewijs dat de verdachte en strafbaar feit heeft gepleegd kan echter niet uitsluitend worden gebaseerd op één verklaring. Naast de verklaring van de aangever is er dus steunbewijs nodig.
De getuige [naam getuige 1] heeft op wezenlijke punten wisselend verklaard en zijn verklaring is daarmee onbetrouwbaar. De verklaring van getuige [naam getuige 1] kan niet als bewijs worden gebruikt. De verklaring van getuige [naam getuige 2] kan ook niet als bewijs worden gebruikt, omdat over de betrouwbaarheid daarvan te veel twijfels bestaan en het niet mogelijk is gebleken deze getuige nogmaals te horen, ondanks dat de verdediging daarom wel heeft verzocht. Op basis van het rapport van de arts over het bij de aangever geconstateerde letsel kan ook niet met zekerheid worden vastgesteld dat het letsel is ontstaan door een messteek, laat staan met welk mes er is gestoken en door wie er is gestoken.
De verklaringen van aangever vinden daarom onvoldoende steun in ander bewijs. Er wordt dus niet voldaan aan het bewijsminimum. Dit betekent dat het wettig bewijs dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd ontbreekt en de ten laste gelegde feiten niet bewezenverklaard kunnen worden. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken.
3. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
4. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Daum, voorzitter,
en mrs. T.M. Riemens en H.J. de Kraker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 oktober 2025.
De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.