Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-213573-23
Datum uitspraak: 14 november 2025
Datum zitting: 14 november 2025
Tegenspraak
Verdachte: [verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.S. Kat
Officier van justitie: mr. E.M. Loppé
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij de aangever met een scherp voorwerp tegen de wang heeft gestoken. Dit is juridisch vertaald als a) zware mishandeling, b) poging zware mishandeling en c) mishandeling. De volledige tenlastelegging houdt in dat
hij op of omstreeks 27 mei 2023 te Rotterdam, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een snij- en/of scheurwond op de wang, de kin en/of het gezicht, althans enig letsel in het aangezicht met een blijvend en/of ontsierend litteken, heeft toegebracht door die [slachtoffer] met een scherp en/of puntig voorwerp op/tegen de wang, de kin en/of het gezicht te snijden en/of te steken;
subsidiair
hij op of omstreeks 27 mei 2023 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een scherp en/of puntig voorwerp op/tegen de wang, de kin en/of het gezicht heeft gesneden en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 27 mei 2023 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door met een scherp en/of puntig voorwerp op/tegen de wang, de kin en/of het gezicht te snijden en/of te steken.
2. Bewijs
Bewijsoverweging
De verdachte heeft met een scherp voorwerp in zijn hand uitgehaald naar de aangever en hem hiermee tegen de wang geraakt, waardoor een scheurwond is ontstaan. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Dat betekent dat de verdachte wordt vrijgesproken van zware mishandeling en een poging daartoe. Het is niet aannemelijk geworden dat de verdachte heeft gehandeld in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor hem de noodzaak bestond tot verdediging. De verdachte heeft bovendien zelf de situatie opgezocht, door nadat de aangever was weggelopen hard achter hem aan te rennen terwijl daar geen enkele reden toe bestond.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte op 27 mei 2023 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door met een scherp voorwerp tegen de wang te steken.
Bewijsmotivering en bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van de mishandeling is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]
Op 27 mei 2023 ben ik in Rotterdam gestoken.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte
Ik heb op 27 mei 2023 in Rotterdam een afwerende beweging gemaakt met een blikken haarklem in mijn hand, waarna de man naar zijn gezicht greep en begon te bloeden.
3. Schriftelijk stuk
Bij [slachtoffer] is op 27 mei 2023 een scheurwond in de linkerwang geconstateerd.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Het meer subsidiair bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: mishandeling. Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiaire feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
Oordeel van de rechtbank De verdachte heeft de aangever met een scherp voorwerp tegen de wang gestoken, waardoor letsel is ontstaan. De verdachte heeft met zijn handelen de lichamelijke integriteit van de aangever aangetast. De mishandeling vond plaats na het uitgaan, dat zorgt voor gevoelens van onveiligheid en angst bij het uitgaanspubliek. De rechtbank houdt naast de ernst van het feit rekening met de omstandigheid dat het een oud feit betreft, de verdachte zijn leven goed op orde heeft en dat hij vanaf het begin open heeft verklaard. Uit het strafblad van de verdachte volgt dat hij niet recent is veroordeeld voor soortgelijke feiten, dus het strafblad leidt niet tot een hogere straf. Ook is gelet op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank vindt al met al een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur passend.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
6. Beslissingen
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 60 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht (1 dag), in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 58 uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 29 dagen;
bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E. IJspeerd, voorzitter,
en mrs. J.H. Janssen en M.T.A. de Ridder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 november 2025.