ECLI:NL:RBROT:2025:15501

ECLI:NL:RBROT:2025:15501

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer 83-227007-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor het opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting doen tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 83-227007-22

Datum uitspraak: 23 december 2025

Datum zitting: 9 december 2025

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. A.G. van den Biezenbos

Officier van justitie: mr. R.P. Zwarts

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan. De volledige tenlastelegging houdt in dat:

hij op of omstreeks 14 november 2018 tot en met 31 augustus 2021 te Den Haag en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting over het/de jaar/jaren 2017 en/of 2018 en/of 2019 en/of 2020 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk op het bij de Belastingdienst te Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting over genoemd(e) jaar/jaren (telkens) een te laag belastbaar

bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.

2. Bewijs

Bewezen is dat de verdachte opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan over de jaren 2017 tot en met 2020. De volledige bewezenverklaring houdt in dat:

hij van 14 november 2018 tot en met 31 augustus 2021 te Den Haag en Apeldoorn, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de inkomstenbelasting over de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 onjuist en onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens opzettelijk op de bij de Belastingdienst te Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljetten inkomstenbelasting over genoemde jaren telkens een te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de FIOD

3. Proces-verbaal van de FIOD

4. Proces-verbaal van de FIOD

5. Proces-verbaal van de FIOD

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar.

Standpunt van de verdediging

De taakstraf zou om meerdere redenen lager moeten zijn dan geƫist. Een voorwaardelijke straf is gelet op het tijdsverloop niet nuttig.

Oordeel van de rechtbank

Het belastingsysteem berust erop dat op de juistheid van belastingaangiften moet kunnen worden vertrouwd. De verdachte heeft het belastingsysteem ondermijnd door meermalen onjuiste aangiften inkomstenbelasting in te dienen. Hierdoor is de overheid en daarmee de gehele samenleving benadeeld.

De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

De verdachte heeft zijn leven op orde. Hij spant zich in om herhaling te voorkomen. Zo heeft hij het contact met de medeverdachten verbroken, hij heeft vrijwillig een behandeling gevolgd om weerbaarder te worden, hij heeft zich omgeschoold en hij heeft een extern bureau ingehuurd om zijn boekhouding te doen. Het gevaar op herhaling wordt als laag ingeschat door de reclassering.

De redelijke termijn is met ruim een jaar geschonden. Dit heeft in strafmatigende zin effect op de op te leggen straf.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden passend en geboden. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

5. In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen, zoals die op de beslaglijst zijn opgenomen onder de nummers 1 tot en met 11 aan de verdachte.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 96 uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 48 dagen;

Voorwaardelijke gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.

In beslag genomen voorwerpen

beveelt de teruggave van de voorwerpen aan de verdachte, zoals die op de beslaglijst zijn opgenomen onder de nummers 1 tot en met 11.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Daum, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en M. Bakhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 december 2025.

Mr. M. Bakhuis is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Daum

Griffier

  • mr. J. Soeteman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?