Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-168556-24
Datum zitting: 21 oktober 2025
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Veroordeelde: [veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
niet-ingezetene, vertrokken onbekend waarheen.
De veroordeelde is niet verschenen op de zitting.
1. Vordering
De officier van justitie mr. N. Daalder heeft een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf die de rechtbank eerste aanleg Antwerpen op 17 maart 2023 bij vonnis aan de veroordeelde heeft opgelegd. De vordering is gebaseerd op een rapport van de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering van 6 maart 2025.
2. Feiten
Bij bovengenoemd vonnis is de veroordeelde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 28 maanden, met een proeftijd van 5 jaar. Het vonnis is op 18 april 2023 onherroepelijk geworden.
De voorwaardelijke gevangenisstraf is overgedragen aan Nederland. De overdracht van de voorwaardelijke gevangenisstraf is erkend. De voorwaardelijke gevangenisstraf is hierbij aangepast naar 24 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De volgende voorwaarden zijn overgenomen:
De erkenningsbeslissing is bij brief van 22 mei 2024 verzonden naar de veroordeelde op het adres aan de [adres 1] , [postcode 1] in [plaats] . Op 22 mei 2024 stond de veroordeelde ingeschreven op de [adres 2] , [postcode 2] in [plaats] .
3. Beoordeling ontvankelijkheid
De veroordeelde moet een kennisgeving krijgen van de beslissing tot erkenning. De erkenningsbeslissing is verzonden naar een oud adres, terwijl het adres van de veroordeelde op dat moment, op grond van de informatiestaat SKDB-persoon, bekend was. Dit betekent dat de rechtbank niet kan vaststellen of de veroordeelde op de hoogte is geraakt van de overdracht van de Belgische straf aan Nederland. Het openbaar ministerie is daarom niet-ontvankelijk in de vordering.
4. Beslissing
De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.
5. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Deze beslissing is genomen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en B. Vaz, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 oktober 2025.