RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11731691 CV EXPL 25-13072
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: Rotterdam,
eiser,
gemachtigde: mr. M.R. de Kok,
tegen
[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: Hoorn,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
2. De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
[eiser] heeft van [gedaagde] een tweedehands scooter gekocht. Hij is deze procedure begonnen omdat er volgens hem sprake was van non-conformiteit. Hij wilde een verklaring voor recht dat hij de koopovereenkomst met [gedaagde] rechtsgeldig buitengerechtelijk had ontbonden, of (subsidiair) dat de kantonrechter de koopovereenkomst zou ontbinden. Ook maakte hij aanspraak op terugbetaling van de koopsom van € 1.628,26, met rente, en op betaling van buitengerechtelijke incassokosten.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd en erop gewezen dat [eiser] bij hem langs kon komen voor kosteloze reparatie.
De gemachtigde van [eiser] heeft bij e-mail van 13 oktober 2025 laten weten dat partijen de kwestie alsnog onderling geregeld hebben en dat [gedaagde] de scooter gerepareerd heeft. [eiser] maakt nog wel aanspraak op vergoeding van de proceskosten. Zijn vorderingen die in de dagvaarding onder 1 tot en met 4 zijn opgenomen heeft hij ingetrokken. [gedaagde] heeft niet inhoudelijk gereageerd op de overgebleven vordering tot betaling van de proceskosten.
[eiser] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] niet de proceskosten van [eiser] hoeft te betalen. De scooter is op 26 maart 2025 aan [eiser] geleverd. Op 4 april 2025 heeft hij per mail bij [gedaagde] geklaagd. Hierop heeft [gedaagde] gereageerd. Op 7 april 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] schriftelijk in gebreke gesteld en op 23 april 2025 de overeenkomst ontbonden. Op 25 april 2025 heeft [gedaagde] laten weten dat [eiser] langs kon komen voor kosteloos herstel. Dit heeft [eiser] niet gedaan. In plaats daarvan heeft hij [gedaagde] op 16 mei 2025 gedagvaard. Toen [gedaagde] bij antwoord weer aangaf dat [eiser] garantie heeft en langs kan komen voor kosteloos herstel, is [eiser] wel langs gegaan en is de situatie opgelost. Gelet op deze gang van zaken is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] de procedure onnodig is gestart. [eiser] had voordat hij een rechtszaak startte in ieder geval één keer met de scooter langs moeten gaan bij [gedaagde] voor herstel onder de garantie. Uit niets blijkt dat [gedaagde] op enig moment de indruk heeft gewekt dat hij herstel weigerde.
Omdat [eiser] hiermee de in het ongelijk gestelde partij is, moet hij de proceskosten van [gedaagde] betalen. De kantonrechter begroot die kosten op € 50,-.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering van [eiser] af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909