RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/710652 / JE RK 25-2421 en C/10/711708 / JE RK 25-2581
Datum uitspraak: 11 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. S. Ben Ahmed uit Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam stiefvader] ,
hierna te noemen de stiefvader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 november 2025;
het bericht van de GI, ontvangen op 2 december 2025;
het mondelinge verzoek van de Raad van 11 december 2025, gevolgd door de schriftelijke bevestiging van 12 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [naam 2] .
De kinderrechter heeft gedurende de mondelinge behandeling de stiefvader ter zitting toegelaten en hem benoemd tot informant.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij de oma vz en de stiefvader.
3. De verzoeken
Het verzoek met zaaknummer C/10/710652:
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/711708:
De Raad verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het netwerk te verlenen voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft de verzoeken ter zitting als volgt toegelicht. [minderjarige] groeit op in een onveilige omgeving bij de moeder. De moeder kampt met verslavingsproblematiek en is psychisch erg kwetsbaar. Wanneer het niet goed gaat met de moeder, is de thuissituatie voor [minderjarige] onvoorspelbaar en onveilig. Op 3 december jl. is er brand uitgebroken in de woning van de moeder. De woning is op dit moment onbewoonbaar. Er zijn vermoedens dat de brand door de moeder is aangestoken. De moeder is sindsdien opgenomen bij Antes en [minderjarige] verblijft bij de stiefvader en de moeder van stiefvader (hierna oma vz). Het is nog onduidelijk of de stiefvader wellicht de biologische vader van [minderjarige] is. Daar moet nog onderzoek naar gedaan worden. Zolang onduidelijk is hoe het met de moeder gaat, is van belang dat [minderjarige] bij de stiefvader en oma vz kan blijven. Daar is een machtiging tot uithuisplaatsing voor nodig. Om de mogelijkheid open te houden om [minderjarige] over te plaatsen naar familie van de moeder, verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing voor het netwerk. De komende tijd moet goed onderzocht worden welke plek het meest veilig en stabiel is voor [minderjarige] .
4. De standpunten
De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij de verzoeken van de Raad. Er zijn al langere tijd zorgen over [minderjarige] . De moeder is niet altijd beschikbaar voor haar. Er is verder nog veel onduidelijk en er moet nog veel worden uitgezocht. Het is belangrijk dat deze zaak gelijk wordt opgepakt. Gelet op de complexe verhoudingen, zou de GI graag zien dat er een machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerk wordt uitgesproken, nu nog niet helemaal duidelijk is waar [minderjarige] het beste kan verblijven, bij de stiefvader en oma vz of wellicht bij familie moederszijde. Hiervoor zal de GI een netwerkoverleg inplannen. Verder moet er aandacht zijn voor het contact tussen [minderjarige] en de moeder.
Door en namens de moeder is ingestemd met de ondertoezichtstelling. De moeder is al meermaals vrijwillig opgenomen voor een detox bij Antes. Door de woningbrand verblijft zij daar nu weer. Omdat de moeder niet in haar woning kan verblijven, mag zij bij Antes verblijven. A.s. maandag wordt gestart met het schadeherstel van de woning. Zodra de woning weer bewoonbaar is, mag de moeder terug naar haar woning. De moeder erkent dat er zorgen over haar zijn, maar het beeld dat de zorgen enkel bij de moeder liggen klopt niet. De stiefvader, die volgens de moeder de biologische vader van [minderjarige] is, is geregeld in de woning bij de moeder en dit zorgt voor problemen. Ook hij heeft een alcoholprobleem en is labiel. Ook zou er over en weer sprake zijn van huiselijk geweld. De moeder heeft een stevig netwerk dat bereid en in staat is om [minderjarige] op te vangen. Daar moet onderzoek naar gedaan worden. De moeder stemt daarom voor de periode van drie maanden in met de uithuisplaatsing.
De stiefvader heeft ter zitting toegelicht dat [minderjarige] bij hem en zijn moeder verblijft. Zij mag ook de komende tijd bij hen blijven. De stiefvader staat open voor contact tussen [minderjarige] en de moeder, maar dit moet wel goed vormgegeven worden.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn al langere tijd zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] in de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder kampt met een langdurige alcohol- en drugsverslaving. De moeder heeft zich al meerdere keren vrijwillig laten opnemen bij Antes voor een detox, maar valt daarna toch weer terug. In de periodes dat de moeder terugvalt, is zij onvoldoende in staat om voor zichzelf en [minderjarige] te zorgen. Daarnaast ontstaan gevaarlijke situaties. Onlangs is de moeder opnieuw teruggevallen in haar gebruik en is een woningbrand ontstaan. Hoewel nog niet helemaal duidelijk is dat de brand is veroorzaakt door de moeder, zijn de signalen vanuit de hulpverlenende instanties ter plaatse in ieder geval zorgelijk te noemen. Enerzijds herkent de moeder de zorgen en ziet zij in dat ze hulp nodig heeft. Anderzijds is er de afgelopen tijd al veel hulpverlening ingezet en lukt het de moeder onvoldoende om goed mee te werken. De moeder is dan wisselend in haar bereidheid om mee te werken aan de hulpverlening. Nu eerdere hulpverlening in het vrijwillig kader niet het gewenste effect heeft gehad, en de situatie de afgelopen weken enkel is verergerd, is de kinderrechter van oordeel dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
Sinds de woningbrand is de woning van de moeder onbewoonbaar verklaard. Daarnaast is de moeder opnieuw opgenomen bij Antes. De stelling van de moeder dat zij enkel bij Antes verblijft voor opvang vanwege het gebrek aan huisvesting, lijkt niet aannemelijk. Zo lang de moeder niet beschikt over een veilige woonplek, is een thuisplaatsing van [minderjarige] niet in haar belang. Ook wanneer de woning van de moeder hersteld is, is het de vraag of [minderjarige] direct terug naar de moeder kan. Op dit moment verblijft [minderjarige] bij de stiefvader en oma vz. Hoewel dit vooralsnog goed gaat, lijken de onderlinge verhoudingen tussen de moeder en de stiefvader en oma vz wat gespannen. Daarbij geeft [minderjarige] aan dat zij een wat wisselende verstandhouding heeft met oma vz. Het is dan ook de vraag of dit de beste plek voor [minderjarige] is. De komende weken zal dan ook goed onderzocht moeten worden welke plek in het netwerk het meest tegemoet komt aan de belangen van [minderjarige] , waarbij zowel aan de zijde van de stiefvader als aan de zijde van de moeder gekeken dient te worden. Gezien de onduidelijkheden in de verblijfplaats van [minderjarige] zal de kinderrechter de machtiging voor een uithuisplaatsing niet volledig toewijzen en voor een deel aanhouden tot de hierna te noemen zitting.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 11 december 2025 tot 11 december 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het netwerk met ingang van 11 december 2025 tot 8 januari 2026;
verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek met zaaknummer C/10/711708 voor het overige aan en roept de Raad, de GI, de moeder, mr. S. Ben Ahmed, de stiefvader en [minderjarige] op te verschijnen tijdens de zitting van mr. A. Verweij van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 7 januari 2026 te 15:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
verzoekt de Raad om uiterlijk op 5 januari 2026, voor 12:00 uur, een briefrapportage aan de kinderrechter te doen toekomen, met een afschrift aan de advocaat van de moeder en de GI, met daarin de stand van zaken van dat moment;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor de Raad, de GI, de moeder en haar advocaat;
vraagt de griffier de stiefvader op te roepen als informant en [minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek, tegen voormelde zittingsdatum- en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 18 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.