ECLI:NL:RBROT:2025:15558

ECLI:NL:RBROT:2025:15558

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-09-2025
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer C/10/705214 / JE RK 25-1709
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/705214 / JE RK 25-1709

Datum uitspraak: 25 september 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen de moeder.

1. Het verloop van de procedure

Het verzoekschrift van de GI (met bijlagen) van 15 augustus 2025 is ontvangen op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 september 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam] .

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Op 23 november 2018 is [minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en loopt nu tot 23 mei 2026.

Op 30 mei 2025 heeft de kinderrechter een (spoed)machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Deze machtiging is daarna verlengd en geldt nu tot 27 september 2025.

[minderjarige] verblijft op een woongroep van [naam instelling] .

3. Het verzoek van de GI

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI licht haar verzoek ter zitting – samengevat – als volgt toe. Het gaat beter met [minderjarige] . Zo komt zij de laatste weken op tijd terug op de groep. Wel blijft ze zelfbepalend. Verder is [minderjarige] niet altijd gemotiveerd voor de dagbesteding bij E25. De GI onderzoekt hoe dit aantrekkelijker voor haar kan worden gemaakt, zodat zij vaker gaat. Met de moeder is afgesproken dat [minderjarige] in het weekend bij de moeder mag verblijven als ze doordeweeks naar haar dagbesteding gaat. Ook kan zij mogelijk gemotiveerd worden als zij na haar vijftiende verjaardag op het MBO kan starten. Daarvoor moet leerplicht wel vrijstelling verlenen. Daarvoor is van belang dat [minderjarige] inzet toont. De behandeling van [minderjarige] ligt op dit moment stil. De focus ligt eerst op het hebben van een dagbesteding en de begeleiding door de jongerencoach. Voor een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder is het nu nog te vroeg. Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is daarom nodig. Het is ook niet alleen de opvoeding en verzorging van [minderjarige] die veel van de moeder vraagt. De opvoeding en verzorging van de zussen van [minderjarige] vraagt ook veel. De bedoeling is wel dat [minderjarige] zo snel mogelijk weer naar huis gaat. De GI kan zich daarom vinden in een kortere verlenging dan verzocht, en aanhouding van het resterende deel van het verzoek, zodat tussentijds kan worden beoordeeld of verdere verlenging nog nodig is.

4. Het standpunt van de moeder

De moeder verzet zich niet tegen verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Door haar is ter zitting – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De moeder wil het liefst dat [minderjarige] weer thuis komt wonen, maar dat kan alleen als zij zich aan de afspraken houdt. [minderjarige] is eerder uit huis geplaatst en teruggeplaatst. Dat ging niet goed. Ook lukt het de moeder niet om [minderjarige] ertoe te bewegen om naar school of dagbesteding te gaan. Het is daarom beter voor [minderjarige] als zij nog wat langer bij [naam instelling] blijft. Het is van belang dat [minderjarige] zich daar aan de regels houdt en naar de dagbesteding gaat. Als dat langere tijd goed gaat, kan [minderjarige] weer thuis komen wonen. [minderjarige] komt nu geregeld even naar huis en dan gaat het wel goed. De moeder hoopt dat [minderjarige] snel weer naar huis kan en staat achter een kortere verlenging dan verzocht en aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hierna uit waarom.

De 14-jarige [minderjarige] is op 30 mei 2025 uit huis geplaatst omdat de situatie thuis niet langer houdbaar was. De moeder was de regie over [minderjarige] kwijtgeraakt. Bij [minderjarige] is sprake van emotieregulatie-problemen en gedragsproblemen. Daarbij liet zij verbaal en fysiek agressief gedrag zien. Dit leidde tot escalaties thuis. Ook was zij hierdoor niet meer welkom op school. Sinds haar plaatsing bij [naam instelling] is [minderjarige] tot rust gekomen. Zij wordt nu begeleid door een jongerencoach van E25 en heeft ook een dagbesteding bij E25. Positief is dat zij de laatste weken op tijd terugkomt op de groep en dat de momenten thuis goed verlopen. Voor een volledige terugkeer naar huis is het op dit moment echter nog te vroeg. [minderjarige] blijft sterk zelfbepalend.. Ook slaagt zij er nog niet in om structureel naar haar dagbesteding te gaan. Doordat de opvoeding en verzorging van [minderjarige] op dit moment meer van de moeder vraagt dan zij kan bieden, blijft verblijf van [minderjarige] bij [naam instelling] noodzakelijk. Dat biedt [minderjarige] de nodige rust, stabiliteit en structuur. In het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] te kennen gegeven dat zij graag naar huis wil. Ter zitting heeft de GI te kennen gegeven toe te werken naar een thuisplaatsing op de kortst mogelijke termijn. Met het oog daarop, en ook gelet op de positieve ontwikkelingen in de afgelopen periode, ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen met een kortere periode dan verzocht, namelijk met vier maanden, en het resterende deel van het verzoek aan te houden. Op een later moment kan dan worden beoordeeld of verdere verlenging nog noodzakelijk is. Opgemerkt wordt dat als een volledige terugkeer naar huis eerder mogelijk is, de machtiging tot uithuisplaatsing daar niet aan in de weg staat.

De kinderrechter verzoekt de GI haar vóór 1 januari 2026 een briefrapportage toe te sturen met daarin de actuele stand van zaken en daarbij tevens aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 27 januari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

en, alvorens verder te beslissen:

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI en de moeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. drs. H. Biemond in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, aan de Steegoversloot 26 in Dordrecht, op 15 januari 2026 om 13:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

vraagt de griffier [minderjarige] uit te nodigen voor een kindgesprek;

verzoekt de GI de kinderrechter vóór 1 januari 2026 de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift daarvan aan de moeder.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?