ECLI:NL:RBROT:2025:15565

ECLI:NL:RBROT:2025:15565

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer C/10/704891 / JE RK 25-1668
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichstelling

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/704891 / JE RK 25-1668

Datum uitspraak: 30 september 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 11 augustus 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 september 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij haar moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 18 oktober 2025.

3. Het verzoek van de Raad

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De moeder is al langere tijd bekend bij de jeugdbescherming vanwege de eerdere uithuisplaatsingen van haar drie andere kinderen. Zij is kwetsbaar door haar verslavingsverleden en haar beperkte netwerk. Op dit moment is onvoldoende zicht op haar opvoedvaardigheden en haar leerbaarheid op dit gebied. Om deze reden acht de Raad het noodzakelijk dat de opvoedsituatie van [minderjarige] bij moeder thuis gemonitord wordt. Bij baby [minderjarige] zijn geen kindspecifieke signalen waargenomen die de Raad extra zorgen baren, waarschijnlijk omdat zij nog zo jong is. De Raad zou graag zien dat tijdens de ondertoezichtstelling aandacht komt voor de gehechtheidsrelatie tussen de moeder en [minderjarige] .

4. De standpunten

De GI heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De capaciteit bij de GI is beperkt, waardoor [minderjarige] gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling op de monitorlijst heeft gestaan. Er is momenteel geen zicht op een vaste jeugdbeschermer, maar er wordt geprobeerd om dit zo snel mogelijk op te lossen en er is wel hulpverlening voor de moeder ingeschakeld. De moeder accepteert deze hulpverlening en zij weet de weg te vinden naar de hulpverlening wanneer dat nodig is.

De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de Raad. Ze is bereid volledig mee te werken aan de ondertoezichtstelling. Op deze manier kan zij laten zien dat aan zij stabiel is en de zorg voor [minderjarige] goed kan dragen. Tegelijkertijd heeft de moeder bezwaar tegen de zorgen die in het raadsrapport zijn genoemd. De situatie van [minderjarige] is anders dan bij haar andere kinderen. Er is geen sprake meer van geweld of verslaving. Haar leven is stabiel en zij kan de zorg goed combineren met haar andere verplichtingen. Inmiddels accepteert zij de hulpverlening, voert zij wekelijks gesprekken met een maatschappelijk werkster en ontvangt zij begeleiding van Siriz, die zij als steunend ervaart. Siriz biedt haar praktische tips bij de opvoeding van [minderjarige] . Het huis van de moeder is schoon en veilig, waarmee zij [minderjarige] een gezonde en veilige omgeving biedt. Bovendien verloopt de omgang tussen [minderjarige] en de andere kinderen van de moeder erg positief. De moeder heeft een steunend familienetwerk waarop zij kan terugvallen indien nodig. De moeder benadrukt tenslotte dat zij door de ervaringen uit het verleden is gegroeid en nu als volwassene op een bewuste en verantwoordelijke manier de zorg voor [minderjarige] kan dragen.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is gebleken is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Gelet op de voorgeschiedenis van de moeder, met eerdere uithuisplaatsingen van haar andere kinderen, haar verslavingsverleden en haar beperkte netwerk, is de kinderrechter van oordeel dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging bij de pasgeboren [minderjarige] . Ook is op dit moment onduidelijk in hoeverre de moeder een hechtingsrelatie kan opbouwen met [minderjarige] . De moeder draagt een grote verantwoordelijkheid, ook voor haar andere dochters, en heeft veel meegemaakt. De kinderrechter ziet dat de moeder inmiddels een stabieler leven heeft dan ten tijd van de uithuisplaatsing van de andere kinderen, dat zij veel van [minderjarige] houdt en dat zij goed voor haar wil zorgen. Hoewel [minderjarige] op dit moment gezond en veilig is, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI de opvoedsituatie de komende periode blijft monitoren. Het is belangrijk dat er zicht blijft op of het goed blijft gaan met [minderjarige] bij de moeder. De moeder krijgt op dit moment de hulp die zij nodig heeft. De moeder geeft zelf aan dat zij bereid is alle hulpverlening te accepteren en dat zij een steunend netwerk heeft waarop zij kan terugvallen. Dit biedt extra zekerheid voor de zorg van [minderjarige] . In het verleden is echter gebleken dat de moeder hulpverlening aanvankelijk wel accepteerde, maar deze daarna niet altijd voortzette. Het is aan de GI om deze hulp te blijven inzetten en toezicht te houden op de voortgang daarvan. Daarnaast is het aan de moeder om contact op te nemen met de GI wanneer extra ondersteuning nodig is.

Gelet op het voorgaande stelt de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht voor de duur van één jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 30 september 2025 tot 30 september 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?