RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707867 / JE RK 25-2054
Datum uitspraak: 10 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige],
bijgestaan door mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats].
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 4 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Op 10 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2].
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft in aanwezigheid van haar advocaat hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft sinds kort op een gesloten groep bij [naam instelling]. Hiervoor verbleef [minderjarige] op een open groep van Prokino.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 januari 2026.
Op 2 september 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 10 januari 2026. Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking van 4 oktober 2025 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 november 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.
3. Het gewijzigde verzoek van de GI
De GI heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] op een gesloten groep bij [naam instelling] te verlenen voor de duur van één maand. De GI heeft verzocht hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Dit deel van het verzoek is reeds toegewezen. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van één maand. Op dit deel van het verzoek dient nog te worden beslist. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ter zitting wijzigt de GI het verzoek in die zin door een trajectmachtiging te verzoeken, te weten de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, en daarop aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een (open) accommodatie voor jeugdhulp verzoekt voor de duur van één maand. De GI licht het verzoek ter zitting als volgt toe.
Het gaat goed met [minderjarige] bij [naam instelling]. Zij gedraagt zich positief en lijkt meer rust te hebben gevonden in de gesloten setting. Deze rust maakt het mogelijk om te werken naar een meer open setting waar zij meer vrijheden kan krijgen. Een langere periode in gesloten setting is niet passend voor [minderjarige]. Hierbij is van belang dat de overgang stapsgewijs plaatsvindt en zorgvuldig begeleid wordt, zodat [minderjarige] niet overbelast wordt. Vanwege de eerdere incidenten bij Prokino is bij de zoektocht naar een vervolgplek van belang dat de behandeling van [minderjarige] voortgezet kan worden. Anderzijds dient de gesloten plaatsing niet langer voort te duren dan nodig en is het daarom aan de zorgaanbieders om spoed te zetten achter het zoeken van een geschikte vervolgplek, het liefst in de buurt van haar eigen school en bijbaan. In de tussentijd zal meer aansluiting worden gevonden bij de behoeften van [minderjarige] door haar meer vrijheden toe te kennen.
4. De beoordeling van de gedragswetenschapper
Een gedragswetenschapper van het KSCD heeft [minderjarige] onderzocht en ingestemd met de conclusie van de GI dat een gesloten plaatsing op dit moment noodzakelijk is. [minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis van instabiliteit en onveiligheid, die samen met haar ADHD en beneden gemiddelde intelligentie haar behoefte aan gestructureerde en sensitieve zorg vergroot. Haar hechtingsontwikkeling is niet optimaal verlopen, waardoor zij extra kwetsbaar is voor onveilige situaties. Ondanks eerdere uithuisplaatsingen en hulpverlening, blijft haar gedrag onvoorspelbaar en brengt zij zichzelf en anderen in gevaar.
5. De standpunten
Door en namens [minderjarige] is ter zitting het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] voelt zich rustiger op de gesloten groep bij [naam instelling] dan bij Prokino, waar te veel tegelijk op haar afkwam. Ze is goed in staat haar behoeften te communiceren. Zo geeft zij aan dat het belangrijk is dat haar grenzen gerespecteerd worden, zoals het niet aangeraakt willen worden door de medewerkers. Hoewel [minderjarige] aangeeft behoefte te hebben aan structuur en begeleiding, is een gesloten setting niet noodzakelijk voor haar. Desgevraagd stemt [minderjarige] in met een tijdelijke voortzetting van haar verblijf op de gesloten groep bij [naam instelling]. Zij wenst echter zo snel mogelijk terug te gaan naar een open groep, omdat zij zich verveelt in de gesloten setting. De overgang naar een nieuwe groep moet stapsgewijs plaatsvinden, zodat zij niet overbelast wordt, zoals eerder het geval was bij Prokino. [minderjarige] zou ook graag weer naar haar eigen school gaan. Tenslotte speelt het netwerk van [minderjarige] een belangrijke ondersteunende rol in haar ontwikkeling en moet er aandacht komen voor [minderjarige]’s behoefte aan contact met hen.
De moeder heeft zich desgevraagd ter zitting aangesloten bij het gewijzigde verzoek van de GI. Zij heeft vertrouwen in de behandelcoördinatoren bij [naam instelling] en is van mening dat de zoektocht naar een passende vervolgplek voor [minderjarige] met de juiste begeleiding voortgezet moet worden. Hierbij is van belang dat [minderjarige] naar een plek wordt overgeplaatst die goed bij haar past en waar zij zich kan ontwikkelen, zodat zij haar leven weer kan oppakken.
6. De beoordeling
De kinderrechter heeft ter zitting begrepen dat de situatie bij Prokino is geëscaleerd doordat [minderjarige] te veel tegelijkertijd op zich af kreeg. [minderjarige] geeft aan zich in de gesloten setting bij [naam instelling] rustiger te voelen, maar maakt tegelijkertijd duidelijk dat zij graag zo snel mogelijk terug wil naar een open setting, mits de overgang stapsgewijs plaatsvindt en met de nodige begeleiding om overbelasting te voorkomen.
Een langer dan noodzakelijke voortzetting van [minderjarige]’s verblijf in gesloten jeugdzorg komt haar ontwikkeling naar het oordeel van de kinderrechter niet ten goede. De volgende stap in de behandeling van [minderjarige] moet echter zorgvuldig worden voorbereid. Gelet hierop is de reeds verleende gesloten plaatsing op dit moment nog nodig om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen.
De komende tijd zal [minderjarige] geleidelijk meer vrijheden krijgen. In dat proces moet zorgvuldig maar ook op korte termijn worden gekeken naar een geschikte vervolgplek, bij voorkeur in de buurt van [minderjarige]’s school, bijbaan en haar netwerk. De kinderrechter hoopt dat de opbouw van vrijheden tevens kan dienen als stimulans voor [minderjarige] om zich aan de afspraken te houden. De continuïteit van haar behandeling moet gewaarborgd blijven, met een focus op het begeleiden van de overgang naar een open groep en het versterken van haar zelfstandigheid.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal daarom een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlenen, door de reeds toegewezen spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder in stand te houden en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen tot 1 december 2025.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
houdt de spoedbeschikking van 4 oktober 2025 in stand;
verleent aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 1 november 2025 tot 1 december 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 27 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.