RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705953 / JE RK 25-1809
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling en een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,
[naam grootmoeder] ,
hierna te noemen de grootmoeder moederszijde.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 29 augustus 2025;
- het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 23 september 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
De vader, de moeder en de grootmoeder moederszijde zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij de grootmoeder moederszijde.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 30 oktober 2025.
De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootmoeder moederszijde, tot 30 oktober 2025.
3. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van één jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] is het afgelopen jaar slachtoffer geworden van online seksueel misbruik en afpersing. In die periode heeft zij geld gestolen van de moeder en de grootmoeder moederszijde. Na een conflict daarover met de grootmoeder moederszijde is zij tijdelijk bij haar vader gaan wonen, maar dat verblijf is beëindigd na een incident van huiselijk geweld. Hiervan is melding gemaakt bij Veilig Thuis. Sindsdien verblijft zij weer bij de grootmoeder moederszijde. Het verblijf bij haar is op dit moment de meest passende en veilige plek, al zijn er zorgen over de continuïteit. De grootmoeder moederszijde wil graag dat de plaatsing van [minderjarige] bij haar slaagt, maar [minderjarige] ervaart regelmatig onzekerheid of zij mag blijven. Er is daarom een veiligheidsplan opgesteld en er wordt hulpverlening opgestart. Op korte termijn start In Verbinding van Enver met ambulante begeleiding. Daarnaast wordt voor [minderjarige] individuele behandeling bij Horses & Co ingezet. De schoolgang van [minderjarige] verloopt inmiddels beter. Vermoedelijk speelde de afpersing mee in de tegenvallende resultaten. Hoewel het op school beter gaat, vraagt deze situatie blijvende aandacht omdat de dader op dezelfde school zit. Het contact met de ouders verloopt wisselend. De moeder heeft het contact met de GI geblokkeerd en is niet bereikbaar. De vader was aanvankelijk betrokken, maar sinds de melding bij Veilig Thuis is er geen contact meer. De GI zet zich in voor contactherstel tussen de vader en [minderjarige] . De Raad voor de Kinderbescherming zal parallel in december starten met onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel. Het zal echter nog enige tijd duren voordat dit is afgerond. De komende periode is het van belang dat [minderjarige] bij de grootmoeder moederszijde kan blijven wonen en de noodzakelijke hulpverlening wordt ingezet en voortgezet om haar veiligheid, stabiliteit en verdere ontwikkeling te waarborgen.
4. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Zij verblijft sinds 2018 bij haar de grootmoeder moederszijde, waar haar perspectief ligt. Het afgelopen jaar is echter opnieuw sprake geweest van instabiliteit en zorgelijke gebeurtenissen, waaronder online seksueel misbruik, afpersing en een incident van huiselijk geweld bij haar vader.
Hoewel het verblijf bij de grootmoeder moederszijde op zichzelf goed verloopt, zijn er zorgen over de continuïteit en de emotionele belasting die de wisselende betrokkenheid van de ouders met zich brengt. De moeder is niet bereikbaar voor de GI en de vader heeft sinds de melding bij Veilig Thuis geen contact meer gehad met [minderjarige] . De GI zet zich in het belang van [minderjarige] in voor herstel van contact met de vader. Daarnaast heeft [minderjarige] behoefte aan intensieve hulpverlening gericht op traumaverwerking en emotieregulatie. Op korte termijn wordt hiervoor individuele behandeling bij Horses & CO ingezet. Daarnaast wordt in de thuissituatie bij de grootmoeder moederszijde met ambulante behandeling van In Verbinding van Enver gestart. Ook blijft begeleiding nodig om haar schoolgang te ondersteunen.
De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd, zodat de GI blijvende regie en toezicht kan houden op de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] en de noodzakelijke hulpverlening voor [minderjarige] wordt ingezet en gecontinueerd wordt.
Ook de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Het verblijf bij de grootmoeder moederszijde biedt haar de stabiliteit, veiligheid en structuur die zij nodig heeft. Hoewel er verbetering mogelijk is in de onderlinge relatie tussen de oma en [minderjarige] , is dit op dit moment de meest passende en veilige plek voor [minderjarige] om op te groeien. Hopelijk kan deze plaatsing met de inzet van hulpverlening gewaarborgd worden. Een terugplaatsing bij de ouders is gelet op de omstandigheden niet aan de orde.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de oma verlengen voor de duur van één jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 30 oktober 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootmoeder moederszijde, tot 30 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 24 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.