RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705891 / JE RK 25-1801
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bijgestaan door mr. V.K.S. Deetman, kantoorhoudende in Dordrecht,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI van 28 augustus 2025 met bijlagen, ontvangen op 29 augustus 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
de vader,
een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
De moeder en haar advocaat zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en haar advocaat wel juist zijn opgeroepen.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 27 februari 2026.
3. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, door te bepalen dat de vader [minderjarige] één keer per week ziet en dat de regie over de omgangsregeling bij de GI komt te liggen. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Gelet op het feit dat de moeder en de vader gezamenlijk gezag dragen over [minderjarige] , leest de kinderrechter in regie over de omgangsregeling: regie over de zorgregeling.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] ontwikkelt zich goed bij de moeder, maar hij ervaart geregeld teleurstelling en onrust doordat de bezoeken met de vader onregelmatig verlopen. De vader komt te laat of verschijnt niet, hoewel het contact tussen hen goed verloopt zodra de ontmoeting eenmaal plaatsvindt. Recent is bovendien een melding bij VeiligThuis binnengekomen over de vader. Hoewel [minderjarige] hier niet bij betrokken was, vergroot dit de zorgen over de vader. Bij een voorgenomen huisbezoek kon de GI geen zicht krijgen op de thuissituatie, omdat de vader niet aanwezig was. Het is van belang dat het contact tussen [minderjarige] en zijn vader behouden blijft, maar dat dit voor [minderjarige] voorspelbaar en veilig verloopt. Voorlopig zullen de bezoeken daarom begeleid worden, met name bij het halen en brengen.
4. Het standpunt van de vader
De vader heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader is druk bezig om zijn leven te beteren en hij krijgt daarbij ondersteuning van de gemeente. Op dit moment wordt de vader hierdoor zwaar belast. De vader benadrukt dat hij veel van [minderjarige] houdt en er alles aan wil doen om weer een betrouwbare vader voor hem te zijn. Hij erkent dat hij enkele keren te laat is gekomen of een afspraak heeft gemist. Dat kwam volgens hem door problemen met het openbaar vervoer, maar hij begrijpt dat dit voor [minderjarige] verwarrend is. De bezoeken die wel doorgaan verlopen doorgaans goed. De vader geniet van het contact met [minderjarige] en hij is heel trots op zijn zoon. Ze doen samen leuke dingen en hij ziet dat [minderjarige] hem ook mist. Het raakt hem dat [minderjarige] teleurgesteld is als een bezoek niet doorgaat. De vader staat desgevraagd open voor begeleiding bij de bezoeken, vooral als dat helpt om het contact stabiel te houden.
5. De beoordeling
De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat duidelijkheid ontstaat over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen ouders. Er dient een voor [minderjarige] verantwoorde regeling te worden vastgesteld. De regie om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen dient bij de GI te komen liggen. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
De omgang tussen [minderjarige] en zijn vader dient in het belang van [minderjarige] te worden voortgezet, maar hiervoor is duidelijke structuur en begeleiding noodzakelijk. [minderjarige] ontwikkelt zich goed bij zijn moeder en er zijn geen zorgen over zijn thuissituatie. Wel ervaart hij spanning en teleurstelling doordat bezoeken met de vader regelmatig niet doorgaan of te laat beginnen. Voor een kind van de leeftijd van [minderjarige] is die onvoorspelbaarheid moeilijk te begrijpen. Waar voor een volwassene “slechts een kwartier” een korte tijd betekent, is dat voor jonge kinderen zoals [minderjarige] heel anders. Temeer wanneer eerder bezoek niet doorging. De kinderrechter heeft ter zitting gezien dat de vader het contact met [minderjarige] belangrijk vindt en bereid is eraan te werken om tot een fijne regeling voor [minderjarige] te komen. De vader laat zijn betrokkenheid en liefde voor [minderjarige] zien ter zitting, maar tegelijkertijd blijkt dat hij moeite heeft om gemaakte afspraken consequent na te komen. Zijn leven is nog onvoldoende stabiel om zelfstandig invulling te geven aan een regelmatige omgang. Daarbij spelen praktische zaken, zoals het reizen met het openbaar vervoer, maar ook het op tijd kunnen opstaan en plannen van afspraken. Hoewel de vader hier moeite mee heeft, speelt hij een bijzondere rol in het leven van [minderjarige] . [minderjarige] mist zijn vader en verlangt naar contact. Hopelijk kan de vader de komende periode laten zien dat hij betrouwbaar aanwezig kan zijn, zodat [minderjarige] kan rekenen op een stabiele en positieve band met de vader. Daar heeft [minderjarige] recht op en belang bij.
Het voorgaande afwegende komt de kinderrechter tot het oordeel dat de GI in het belang van [minderjarige] de regie zal krijgen over de (invulling van de) zorgregeling. De GI kan de afspraken daartoe coördineren, toezicht houden op het verloop van de bezoeken en, waar nodig, begeleiding organiseren - met name bij het halen en brengen, waar op dit moment nog de meeste spanningen tussen de ouders ontstaan. Het doel van deze regie is niet om het contact te beperken, maar juist om het te versterken en wanneer mogelijk uit te bouwen. Door heldere afspraken en ondersteuning kan worden voorkomen dat [minderjarige] opnieuw wordt teleurgesteld. Wanneer de bezoeken langere tijd goed verlopen, kan worden toegewerkt naar meer zelfstandige omgang tussen [minderjarige] en zijn vader. [minderjarige] heeft immers recht op en belang bij goed contact met zijn vader, hij moet daarop kunnen vertrouwen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders dat de GI de regie krijgt over de invulling van de zorgregeling;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 29 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.