RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707707 / JE RK 25-2030
Datum uitspraak: 29 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen de moeder en de vader, tezamen de ouders, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. N. Schiettekatte, waarnemend advocaat voor mr. F. Pool, kantoorhoudende in Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 2 oktober 2025;
het verweerschrift namens de ouders met bijlagen;
het bericht met bijlage van de Raad, ontvangen op 16 oktober 2025;
een aanvullend schrijven namens de ouders met bijlagen, van 21 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders met hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ,
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam 2] .
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Chinese taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3] , tolk in de Chinese taal (Mandarijn). De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun ouders.
3. Het verzoek van de Raad
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er spelen al lange tijd zorgen over de opvoedsituatie bij de ouders, door aanhoudende signalen van fysieke kindermishandeling, emotionele verwaarlozing en huiselijk geweld. Naar aanleiding hiervan is al eerder door de Raad onderzoek gedaan naar het gezin. Ondanks de ingezette hulpverlening slagen de ouders er niet in de zorgen structureel weg te nemen. Gezien wordt dat de ouders veel van de kinderen houden en zich inspannen voor de hulpverlening. Desondanks biedt het vrijwillig kader onvoldoende mogelijkheden om de veiligheid van de kinderen te waarborgen.
4. De standpunten
Door de GI is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De GI herkent de zorgen die de Raad beschrijft, maar merkt op dat er al geruime tijd hulpverlening betrokken is en dat Agathos daarin de regie voert. De ouders tonen bereidheid om aan zichzelf te werken, zowel gezamenlijk via relatietherapie als individueel. Gezien de intensieve ondersteuning die nu al loopt, vraagt de GI zich af wat de toegevoegde waarde van een ondertoezichtstelling op dit moment zou zijn.
Door en namens de ouders wordt verwezen naar het verweerschrift en zij lichten dit als volgt toe. De ouders erkennen de zorgen die spelen, maar benadrukken dat de huidige hulpverlening wezenlijk anders is dan in het verleden. Waar eerdere hulpverlening onvoldoende aansloot vanwege taal- en cultuurverschillen, is er inmiddels passende ondersteuning in het Engels, waardoor de ouders de hulp beter begrijpen en van de hulp kunnen profiteren. Agathos en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn sinds enkele maanden intensief betrokken en er wordt regie gevoerd over de hulpverlening. Ook tonen de ouders initiatief door relatietherapie en individuele behandeling te volgen. Tenslotte nemen zij deel aan een opvoedtraining samen met andere ouders, waardoor de rust in het gezin is toegenomen en de ouders beter samenwerken. Ook zijn er geen signalen meer van huiselijk geweld en ontwikkelen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich positief bij de ouders. Namens de ouders wordt daarom verzocht het verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen, dan wel slechts voor een kortere periode toe te wijzen om de voortgang te kunnen evalueren.
5. De beoordeling
Gelet op de stukken en wat ter zitting is besproken overweegt de kinderrechter het
volgende. Er bestaan al langere tijd veel en serieuze zorgen over de opvoedsituatie van de kinderen, die verschillende vormen van hulpverlening niet hebben kunnen wegnemen. Ter zitting is gebleken dat de situatie inmiddels wezenlijk is veranderd. Hoewel er nog altijd zorgen zijn over de opvoedsituatie van de kinderen, is er sinds enkele maanden intensieve hulpverlening betrokken die aansluit bij de hulpvraag van de ouders. Gesprekken met de ouders worden nu gevoerd in het Engels, waardoor de taalbarrière die voorheen tot misverstanden leidde, is weggenomen. Agathos en CJG zijn betrokken en Intensieve Hulpverlening (IH) vervult een rol als casusregisseur. De ouders volgen daarnaast relatietherapie en de vader krijgt individuele behandeling voor emotieregulatie bij PsyQ. Ook staat de vader op de wachtlist bij PsyQ voor een persoonlijkheidsonderzoek. Verder nemen de ouders deel aan een opvoedtraining, waarin zij leren beter om te gaan met de emoties van hun kinderen. De hulpverleners signaleren dat de ouders openstaan voor begeleiding en vooruitgang boeken. Team IH heeft ervoor gekozen langer bij het gezin betrokken te blijven om na te gaan of Agathos de gewenste resultaten met het gezin kan behalen en of ouders het daarna ook vast kunnen blijven houden. Ouders staan ervoor open dat Agathos het komende jaar betrokken is en dat het CJG op de achtergrond monitort.
Ook [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontwikkelen zich goed en er zijn geen recente signalen van huiselijk geweld. Hoewel er op dit moment nog zorgen spelen, ziet de kinderrechter dat de ouders hebben laten zien dat ze open staan voor de hulpverlening, meewerken aan de hulpverlening en dat ze de adviezen toepassen. Gelet hierop is niet voldaan aan de het in artikel 1:255 BW opgenomen vereiste dat de noodzakelijke zorg niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.
Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
6. De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025 door mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 10 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.