RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707945 / JE RK 25-2069
Datum uitspraak: 29 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. P.R. Hogerbrugge, kantoorhoudende in Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 7 oktober 2025;
- het rapport van de Raad van 14 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling (hierna: de GI), [naam 2] .
2. De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 5 november 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 augustus 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 5 november 2025.
3. Het verzoek van de Raad
De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden. Ook verzoekt de Raad de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Na het recentelijk overlijden van de moeder heeft op aanbeveling van de GI een netwerkberaad plaatsgevonden met de vader en de betrokken familieleden, om een gefaseerde terugplaatsing te organiseren met ondersteuning uit het familienetwerk. Uit dit overleg zijn twee opties gekomen, de eerste optie is een tante in Den Haag die doordeweeks voor [minderjarige] zou kunnen zorgen maar die valt af omdat Jeugdformaat een negatief advies heeft afgegeven. De tweede optie is een andere tante, die doordeweeks bij de vader verblijft om voor [minderjarige] te zorgen. De Raad vindt dat er nog veel in kaart gebracht moet worden, en dat het heel belangrijk voor [minderjarige] is dat er een duidelijke basis voor hem gaat komen met niet al teveel wisselingen. De hechting met de vader is heel goed te herstellen, gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] .
4. De standpunten
De GI heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] is in een warme familie geboren waar veel mensen bereid zijn hun best voor hem te doen. De zorgen zagen aanvankelijk op de moeder. Nu moeder recent is overleden en bij de vader geen zorgen zijn over de opvoedsituatie, is er feitelijk geen aanleiding meer voor uithuisplaatsing. De vader mist [minderjarige] erg. De terugplaatsing zal daarom zo snel mogelijk maar wel zorgvuldig moeten plaatsvinden. Inmiddels heeft [minderjarige] namelijk ook een band opgebouwd met de pleegmoeder, die afgebouwd zal moeten worden. Hiervoor zal ook duidelijk moeten worden wie voor [minderjarige] gaat zorgen als de vader werkt. Als de tante gedurende de werkweek van de vader bij hem thuis verblijft en oppast, is dit een goede optie. De jeugdbeschermer wil de komende periode betrokken blijven, om de situatie te monitoren en de vader eventueel te ondersteunen met opvoedadviezen.
Door en namens de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader mist zijn zoon enorm en wil hem graag snel thuis. Aangezien er geen zorgen bestaan over de opvoedvaardigheden van de vader, is er geen reden meer voor [minderjarige] om in het pleeggezin te blijven, ook al is de band met de pleegmoeder goed. De vader heeft een duidelijk plan voor de zorg van [minderjarige] en zijn woon- en leefsituatie zijn stabiel. Er is inmiddels een regeling getroffen met [naam 3] , die doordeweeks bij hem in huis op [minderjarige] kan passen, zodat de vader de zorg goed kan combineren met zijn werk. De vader wijst er nog op dat zijn nicht [naam 4] , de dochter van [naam 3] , sinds september 2025 bij hem inwoont met haar twee kinderen, en hem hier ook in kan ondersteunen. De vader staat open voor ondersteuning door de jeugdbeschermer om hem te helpen bij de opvoeding, mocht dat nodig zijn. De vader is het er mee eens dat de terugplaatsing zo spoedig mogelijk, maar wel zorgvuldig en in overleg moet plaatsvinden, zodat het welzijn van [minderjarige] gewaarborgd blijft.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van één maand verleend dan wel verlengd moeten worden. Dit is noodzakelijk om een zorgvuldige overdracht van het pleeggezin naar de vader te faciliteren. De kinderrechter motiveert deze beslissing als volgt.
Uit de stukken en wat ter zitting is besproken is duidelijk geworden dat de aanvankelijke zorgen die aanleiding gaven tot de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing uitsluitend zagen op de moeder. Maar de moeder is recent overleden en bij de vader zijn geen zorgen over de opvoedsituatie. Er is dus geen sprake meer van een ontwikkelingsbedreiging die een langere voortzetting van de maatregelen rechtvaardigt.
De vader mist [minderjarige] enorm en heeft ervoor gezorgd dat hij per direct in staat is, met ondersteuning van zijn tante en haar dochter, om [minderjarige] thuis op te laten groeien. De kinderrechter vindt het erg positief dat zowel de vader als zijn familienetwerk bereid zijn deze grote verantwoordelijkheid op zich te nemen. Maar, omdat [minderjarige] inmiddels ook een band heeft opgebouwd met de pleegmoeder en gezien zijn jonge leeftijd en de hechtingsfase waarin hij zich bevindt, is het belangrijk dat de overgang naar de vader stapsgewijs plaatsvindt. Dit kan, zoals door de GI en de Raad tijdens de zitting hebben aangegeven, binnen één maand gerealiseerd worden. De jeugdbeschermer blijft deze periode betrokken om te zorgen dat de overgang soepel verloopt en de zorg voor [minderjarige] bij de vader goed wordt opgestart. Indien de vader hierna nog hulp nodig heeft bij de opvoeding van [minderjarige] dan kan hij dit in het vrijwillig kader oppakken.
De ondertoezichtstelling is daarom nog voor korte duur nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een maand.
Ook zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van één maand verlengen in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] .
De kinderrechter zal het overig verzochte afwijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 5 december 2025;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 5 december 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025 door mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 10 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.