RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708407 / JE RK 25-2113
Datum uitspraak: 7 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] ,
bijgestaan door advocaat mr. R.A.F. Jansen, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen de moeder en de vader, tezamen de ouders, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 14 oktober 2025;
het eindverslag van Harreveld, ontvangen van de GI op 9 oktober 2025;
de brief aan [minderjarige] van de GI, ontvangen op 29 oktober 2025;
de akkoordverklaring van de ouders van 3 november 2025;
de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 7 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders;
twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] ;
mr. R.A.F. Jansen namens [minderjarige] .
De kinderrechter heeft [minderjarige] ter zitting uitgenodigd. [minderjarige] heeft besloten niet ter zitting te willen komen en heeft verder geen mening gegeven.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in het strafrechtelijk kader in [naam inrichting] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 december 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 september 2025 een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 14 november 2025.
3. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de GI een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode is het contact tussen de GI en [minderjarige] wisselend geweest. Tijdens het laatste bezoek in Harreveld verliep het contact juist goed: [minderjarige] bood zijn excuses aan voor eerdere incidenten en gaf toen aan achter het verzoek te staan, waarbij hij de voorkeur uitsprak voor een setting vergelijkbaar met Harreveld boven een plaatsing bij Schakenbosch. Kort daarna ontstond echter een incident op de groep waarbij een gevaarlijke situatie is ontstaan en [minderjarige] wegliep naar zijn ouderlijk huis. De GI heeft hierop [minderjarige] met dwang teruggeplaatst op Harreveld. Dit heeft [minderjarige] de GI zwaar aangerekend, waarbij hij dreigende taal heeft geuit en het contact verslechterde opnieuw. Inmiddels verblijft [minderjarige] in het kader van voorlopige hechtenis in de JJI. [minderjarige] heeft weer telefonisch contact met de jeugdbeschermer gezocht, wat deze ziet als een belangrijk en hoopgevend signaal richting herstel van de samenwerking.
Een gesloten machtiging is noodzakelijk vanwege de complexe problematiek waar [minderjarige] mee kampt en die begeleiding in een omgeving waarin de veiligheid van [minderjarige] en zijn omgeving gewaarborgd kan worden. Bovendien is deze machtiging noodzakelijk, omdat bij de komende zitting in de strafzaak mogelijk tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt besloten. Wanneer [minderjarige] dan vrijkomt, moet een veilige en passende plek beschikbaar zijn. Harreveld is geen optie meer, mede omdat deze instelling binnenkort de deuren sluit, en andere instellingen hebben [minderjarige] afgewezen. De GI is op dit moment nog op zoek naar een passende, gesloten plek voor [minderjarige] . Hiervoor is een gesloten machtiging vereist. [minderjarige] ’ gedrag maakt een setting noodzakelijk waarin vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen worden ingezet en intensieve begeleiding mogelijk is. De GI is ook op dit moment in afwachting van de uitkomst van het dubbele psychodiagnostisch onderzoek dat door het NIFP in het strafrechtelijk kader is gelast. Hopelijk zal dit meer inzicht bieden in de onderliggende problematiek van [minderjarige] , zodat gericht kan worden gezocht naar passende behandeling. De casus loopt vast doordat er nog geen diagnose is gesteld die aansluit bij [minderjarige] ’ complexe behoeften. Gelet op de complexiteit van de casus is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om richting en regie te houden bij dit langdurige traject.
4. De standpunten
Namens [minderjarige] heeft de advocaat van [minderjarige] het volgende ter zitting gebracht. De advocaat heeft geen contact gehad met [minderjarige] , maar [minderjarige] toont al lange tijd weerstand tegen een gesloten plaatsing. Een gesloten plaatsing is volgens [minderjarige] niet langer nodig en hij zou het liefst in een open setting geplaatst worden.
Door de ouders is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Zij maken zich zorgen om [minderjarige] en erkennen dat terugkeer naar huis nu niet mogelijk is. Zij vinden dat [minderjarige] een beschermde, begrensde omgeving nodig heeft. Inmiddels is duidelijk geworden dat [minderjarige] psychiatrische hulp nodig heeft. De vader geeft aan dat een plaatsing bij Pluryn nu het meest passend lijkt, omdat [minderjarige] daar de structuur, veiligheid en behandeling krijgt die hij nodig heeft. [minderjarige] heeft een plek nodig met een soortgelijk gesloten regime als de JJI. Een andere, meer open setting, acht hij onvoldoende veilig voor [minderjarige] .
5. De beoordeling
De kinderrechter stelt vast dat gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] nog steeds noodzakelijk is. [minderjarige] heeft te maken met ernstige gedrags- en psychische problemen, waarbij hij bij geringe prikkels of veranderingen snel ontregelt. Het recente incident waarbij [minderjarige] is weggelopen, daarna in conflict raakte met de jeugdbeschermer, en uiteindelijk leidde tot zijn verblijf in de JJI, bevestigt dat hij op dit moment niet in staat is om in een minder begrensde omgeving de benodigde stabiliteit vast te houden. Ook eerdere plaatsingen zijn vastgelopen en instellingen hebben hem afgewezen vanwege de complexiteit van zijn zorgbehoefte. Daar komt bij dat Harreveld niet langer beschikbaar is en dat Pluryn nog onderzoekt of zij een passende plek kunnen bieden. Wanneer de voorlopige hechtenis in de strafzaak zou worden geschorst, moet onmiddellijk een veilige en passende plek beschikbaar zijn. Zonder gesloten machtiging kan die noodzakelijke veiligheid en continuïteit niet worden gegarandeerd. De kinderrechter benadrukt dat in deze casus het beschikbare aanbod van passende gesloten jeugdhulp beperkt is en dat alle betrokkenen, hoe schrijnend ook, zichtbaar tegen de grenzen van het jeugdzorgstelsel aanlopen.
Hoewel [minderjarige] in een open setting wil verblijven, is dit op dit moment niet verantwoord. Zijn gedrag en het ontbreken van een duidelijke diagnose maken dat eerst stabilisatie en intensieve begeleiding noodzakelijk zijn. Het dubbele psychodiagnostisch onderzoek van het NIFP moet meer duidelijkheid verschaffen over de onderliggende problematiek en hopelijk daarmee over een passend behandeltraject. Tot die tijd is een gesloten plaatsing de enige setting waarin voldoende structuur, toezicht en vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen worden geboden. Alles afwegende acht de kinderrechter de gesloten machtiging noodzakelijk en proportioneel om [minderjarige] de bescherming en hulp te bieden die zijn ontwikkeling op dit moment dringend vereist.
Daarmee is ook aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Hij raakt snel ontregeld, accepteert begeleiding wisselend en er is vermoedelijk psychiatrische problematiek waarvoor nog geen behandeling kan worden gestart. Vrijwillige hulpverlening is ontoereikend, omdat [minderjarige] dergelijke hulp onvoldoende accepteert en daarmee niet de stabiliteit en veiligheid kan worden geborgd die noodzakelijk zijn. Het is van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om en regie te houden in het traject, zodat zorgvuldig kan worden toegewerkt naar passende behandeling en uiteindelijk een vervolgplek.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van één jaar. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing om [minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 december 2026;
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 november 2025 tot 15 mei 2026;
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025 door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 14 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.