RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/710092 / JE RK 25-2342
Datum uitspraak: 10 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 november 2025, ontvangen op 13 november 2025;
- het (concept) gezinsplan van de GI, ontvangen op 5 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij haar vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 22 februari 2026. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag verlengd door de duur van de ondertoezichtstelling.
3. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast te stellen in die zin dat:
de feitelijke verblijfplaats van [voornaam minderjarige] wordt bepaald bij vader en
[voornaam minderjarige] zelf invulling mag geven aan het contact met haar moeder, op de momenten en op de wijze waarop zij daar behoefte aan heeft.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De feitelijke situatie is al geruime tijd stabiel. [voornaam minderjarige] verblijft bij de vader en ontwikkelt zich daar goed. Er zijn geen zorgen over haar veiligheid of ontwikkeling in de thuissituatie bij de vader. [voornaam minderjarige] gaat naar school, functioneert daar goed en komt tot rust. De moeder verkeert daarentegen in een zeer kwetsbare situatie. Zij is recent dakloos geraakt en leidt een zwervend bestaan. Ondanks beschikbare hulp komt zij afspraken niet na en ontbreekt het haar aan inzicht in wat op dit moment nodig is. De moeder erkent dat zij momenteel niet in staat is om voor [voornaam minderjarige] te zorgen en verzet zich niet tegen het verblijf van [voornaam minderjarige] bij de vader. Wel ziet de GI dat de moeder [voornaam minderjarige] regelmatig belast met volwassen problematiek. De moeder vertelt [voornaam minderjarige] over haar eigen problemen en legt daarbij verantwoordelijkheid bij [voornaam minderjarige] , wat voor haar emotioneel belastend is. Dit blijft een aandachtspunt, ook nu [voornaam minderjarige] ouder wordt. De GI acht het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat duidelijkheid en daarmee stabiliteit wordt geboden over haar verblijf bij de vader en over de wijze van invulling van het contact met haar moeder. Dan kan ook worden toegewerkt naar het afsluiten van de ondertoezichtstelling.
4. Het standpunt van de vader
De vader stemt ter zitting in met het verzoek van de GI. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich goed sinds zij bij hem woont. Zij gaat naar school, functioneert daar inderdaad goed en ervaart rust in de thuissituatie. In het belang van [voornaam minderjarige] moet de huidige situatie formeel worden vastgelegd, zodat voor haar duidelijkheid ontstaat en de steeds terugkerende spanning rondom de procedures over de verlenging van de maatregelen wordt weggenomen. De vader wil het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder niet belemmeren en moedigt dit juist aan, mits dit op een veilige en passende manier verloopt. Hij maakt zich zorgen over belastend contact vanuit de moeder, waarbij [voornaam minderjarige] wordt geconfronteerd met volwassen problematiek. De vader begeleidt [voornaam minderjarige] hierin, spreekt met haar over de berichten die zij van de moeder ontvangt en biedt haar de ruimte om haar gevoelens daarover te uiten.
De vader ervaart de betrokkenheid van de jeugdbeschermer als steunend. Het is dan ook prettig dat de GI de komende periode nog betrokken blijft, met name om [voornaam minderjarige] te begeleiden tijdens deze overgangsperiode en in het omgaan met het contact met de moeder.
5. De beoordeling
Op grond van artikel 1: 265g lid 1 BW kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen.
De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld en overweegt daarover als volgt.
De kinderrechter stelt vast dat [voornaam minderjarige] al geruime tijd bij de vader verblijft en dat zij zich daar goed ontwikkelt. Zij gaat naar school, doet het daar goed en ervaart rust en stabiliteit in de thuissituatie bij de vader. Er zijn geen zorgen over haar veiligheid of ontwikkeling bij de vader. De moeder is al langere tijd niet in staat om [voornaam minderjarige] te bieden wat zij nodig heeft. De moeder is recent dakloos geraakt en leidt een zwervend bestaan. Ondanks dat hulpverlening beschikbaar is, komt de moeder afspraken niet na en ontbreekt het haar aan inzicht in wat [voornaam minderjarige] op dit moment nodig heeft. De moeder verzet zich niet tegen het verblijf van [voornaam minderjarige] bij de vader. [voornaam minderjarige] ervaart desondanks steeds spanning rondom de beslissingen over de verlenging van de maatregelen. Zij heeft behoefte aan duidelijkheid over haar perspectief.
Een terugkerend aandachtspunt is verder het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is loyaal aan haar moeder en wil contact met haar. Tegelijkertijd belast de moeder haar met volwassen problematiek. Dit legt druk op [voornaam minderjarige] en maakt dat zij zich verantwoordelijk voor de moeder voelt, terwijl zij kind moet kunnen zijn. De vader probeert [voornaam minderjarige] hierin zo goed mogelijk te begeleiden, maar het contact met de moeder blijft lastig voor haar. [voornaam minderjarige] wil gegeven de situatie graag zelf bepalen hoe en op welke wijze zij invulling aan het contact met de moeder geeft. Mede gelet op haar leeftijd is dit begrijpelijk.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter het in het belang van [voornaam minderjarige] dat de door de GI verzochte verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld, om voor duidelijkheid en rust te zorgen en daarmee bij te dragen aan verdere stabiliteit van de situatie. Daarbij zal naar verwachting blijvend aandacht nodig zijn voor het contact met de moeder, zodat [voornaam minderjarige] daarin wordt ondersteund en beschermd.
De kinderrechter zal het verzoek van de GI daarom toewijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders vast in die zin dat:
de feitelijke verblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij vader is en
[voornaam minderjarige] zelf invulling mag geven aan het contact met haar moeder, op de momenten en op de wijze waarop zij daaraan behoefte heeft;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 31 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.