RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709836 / JE RK 25-2304
Datum uitspraak: 10 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,
advocaat mr. A.J.M. Vélu, kantoorhoudende in Rotterdam.
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 13 november 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het evaluatieverslag van Schakenbosch van 9 december 2025, ontvangen van de GI van 10 december 2025.
Op 10 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
2. De feiten
Bij beschikking van de rechtbank van 17 mei 2019 is [voornaam minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 november 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 14 november 2025 tot 14 december 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.
3. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Hiervan is reeds één maand toegewezen. Thans dient nog te worden beslist over de resterende vijf maanden.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De situatie van [voornaam minderjarige] is erg zorgelijk. In de afgelopen periode is sprake geweest van toenemende instabiliteit, waarbij de veiligheid van [voornaam minderjarige] en van anderen in het geding is geweest. [voornaam minderjarige] loopt regelmatig weg en weigert structureel mee te werken aan behandeling, waardoor geen duurzaam traject op gang komt. De GI heeft de situatie breed besproken, onder andere met een gedragsdeskundige. In het kader van een mogelijke WLZ-indicatie is een nieuwe IQ-bepaling noodzakelijk. Er is sprake van complexe problematiek, waarvoor maatwerk nodig is. De GI wil [voornaam minderjarige] perspectief bieden, gericht op het toewerken naar een verblijf op een passende vervolgplek buiten Schakenbosch. Dat is belangrijk, ook gelet op zijn naderende meerderjarigheid. Hiervoor is echter de medewerking van [voornaam minderjarige] nodig. Zonder die medewerking is niet mogelijk om een vervolgplek te realiseren. De komende periode wil de GI in samenwerking met [voornaam minderjarige] , tante [persoon B] en de betrokken professionals tot een concreet plan van aanpak komen.
4. Het standpunt van [voornaam minderjarige]
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. [voornaam minderjarige] wil verandering en perspectief. Hij heeft moeite met de verwachtingen die er op dit moment van hem zijn. Hij ervaart dat wordt ingezet op behandeling, terwijl volgens hem ook zonder behandeling stappen richting een vervolgplek mogelijk moeten zijn. De huidige plaatsing bij Schakenbosch is onvoldoende passend. Op een groep met jongens gaat het structureel mis. In de perioden dat hij op een groep verbleef met meisjes ging het zichtbaar beter. Het telkens terugplaatsen op een groep met jongens, waar eerder incidenten zijn geweest, werkt contraproductief. Het terughoudend zijn van [voornaam minderjarige] ten aanzien van behandeling bemoeilijkt het vinden van een vervolgplek. Tegelijkertijd kan zijn medewerking alleen worden verkregen wanneer zijn stem wordt meegenomen in het traject. Het is van belang dat er samen met [voornaam minderjarige] , tante [persoon B] en de betrokken professionals een duidelijk en concreet plan van aanpak wordt opgesteld. Gelet op de huidige situatie lijkt een korte verlenging van de maatregel onvermijdelijk. De komende periode moet gericht zijn op het verkrijgen van een duidelijk perspectief en het realiseren van een passende vervolgplek.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Er is sprake van een langdurig en complex patroon van instabiliteit, weglopen en het afhouden van hulp, waardoor eerder ingezette trajecten telkens voortijdig zijn vastgelopen. In de afgelopen periode is de situatie verder verslechterd en is de veiligheid van [voornaam minderjarige] zelf en van anderen in het geding geweest. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat de GI zich inspant om voor [voornaam minderjarige] een perspectief te realiseren en dat er breed wordt gekeken naar een passende vervolgplek. Tegelijkertijd is duidelijk dat het ontbreken van stabiliteit en de beperkte medewerking van [voornaam minderjarige] het lastig maken om een geschikte, meer open plek, voor hem te vinden.
[voornaam minderjarige] loopt regelmatig weg en weigert structureel mee te werken aan behandeling voor zijn problematiek. Tijdens de zitting heeft [voornaam minderjarige] daarover verteld dat ook zonder behandeling een vervolgplek voor hem geregeld moet kunnen worden. Volgens hem zou het helpen in zijn gedrag als hij bij Schakenbosch op een groep met meisjes wordt geplaatst.
Uit de verklaring van de gedragswetenschapper komt naar voren dat [voornaam minderjarige] veel heeft meegemaakt in zijn leven en bekend is met complexe problematiek. Hij is mogelijk niet meer gemotiveerd om mee te werken omdat er in zijn beleving weinig of niets verandert. Zijn houding maakt dat een veilige, gestructureerde omgeving nodig is waarin gewerkt kan worden aan het opbouwen van vertrouwen, het bieden van perspectief en het versterken van zijn motivatie. Volgens de gedragswetenschapper is voortzetting van de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Schakenbosch in geslotenheid noodzakelijk zolang er geen geschikte plek voor hem is gevonden. De termijn van zes maanden wordt echter te lang gevonden.
De kinderrechter zal daarom een (nieuwe) machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen en wel voor de duur van twee maanden. De beslissing op het overig verzochte zal worden aangehouden om zo een tussentijds toetsmoment te realiseren.
De kinderrechter verwacht de komende periode van de GI dat in het belang van [voornaam minderjarige] , mede gelet op zijn naderende meerderjarigheid, een duidelijk en concreet plan van aanpak wordt opgesteld, gericht op het toewerken naar een verblijf op een vervolgplek buiten Schakenbosch die aansluit bij zijn behoeften en mogelijkheden. Hierbij dienen
[voornaam minderjarige] en zijn advocaat, samen met zijn tante en de betrokken professionals, actief te worden betrokken, om zo de medewerking van [voornaam minderjarige] te verkrijgen.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een (nieuwe) machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 december 2025 tot 15 februari 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, [voornaam minderjarige] en zijn advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van mr. G.M. Paling van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 10 februari 2026 te 13:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.