RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/704399 / JE RK 25-1601
Datum uitspraak: 15 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bijgestaan door advocaat mr. M. Krol, waarnemend advocaat voor mr. F. Pool, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 22 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 25 november 2025.
Op 15 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
de vader;
de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Portugese taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. M. Rosario, tolk in de Portugese taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de oma moederszijde, [persoon B] .
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 september 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 27 december 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.
3. Het aangehouden verzoek van de GI
De GI heeft aanvankelijk verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Hiervan zijn reeds drie maanden toegewezen. Thans dient nog te worden beslist op de resterende negen maanden.
De GI heeft per briefrapportage van 25 november 2025 laten weten het resterende verzoek te wijzigen door een verlenging van de ondertoezichtstelling te verzoeken voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het gewijzigde verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De situatie met de ouders is complex en blijft zorgelijk. Hoewel de intentie er bij beide ouders is en er verbetering zichtbaar is in de onderlinge communicatie, blijft deze problematisch. Ter zitting wordt de GI geconfronteerd met nieuwe informatie, waaruit blijkt dat de ouders niet transparant zijn geweest naar de jeugdbeschermer. De zorgen liggen voornamelijk in de communicatie tussen de ouders en de situatie van de vader. De ouders zijn nog altijd niet in staat om in het belang van [voornaam minderjarige] onderlinge afspraken te maken. Ook heeft de moeder onlangs middelengebruik door de vader waargenomen, vlak voor het laatste bezoek. Dit zal nader onderzocht moeten worden. Belangrijk is op dit moment dat de GI de regie over de situatie behoudt, aangezien de ouders tot op heden laten zien dat zij het gezamenlijk ouderschap niet zelfstandig kunnen vormgeven. Het is aan de ouders om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het opstellen van afspraken over de omgang. Mocht dit niet lukken, dan zal de GI moeten ingrijpen en aanvullende hulpverlening inzetten. Hierbij wordt gedacht aan een ouderschapstraject. De komende periode zal de focus liggen op het stabiliseren van de situatie en het doorzetten van het onderzoek naar eventueel middelengebruik van de vader en het netwerk van de vader. De komende zes maanden zijn cruciaal voor het verkrijgen van meer inzicht in de situatie.
4. De standpunten
Door en namens de moeder is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Hoewel de moeder de zorgen erkent, is er geen sprake van een ontwikkelingsbedreiging. De communicatie tussen de moeder en de vader verloopt inmiddels beter en er is op regelmatige basis contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] . De GI heeft hier de moeder eerder een compliment over gegeven. De moeder acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij omgang heeft met beide ouders. Hoewel zij vanwege gebeurtenissen in het verleden verder geen contact wenst met de vader, kan de overdracht op een openbare plek plaatsvinden. Ook zijn de ouders in staat om te communiceren over noodzakelijke kwesties, zoals bijvoorbeeld de omgang en toestemming voor medische zorg. Mocht de kinderrechter toch van oordeel zijn dat sprake is van een ontwikkelingsbedreiging, dan is er geen sprake van een situatie waarin de ouders niet in staat zijn de hulpverlening te accepteren. Ook is onduidelijk wat de doelen zijn van de ondertoezichtstelling en ligt er geen concreet plan van aanpak. De moeder meent dat de ondertoezichtstelling enkel is gericht op de omgang tussen de ouders en een omgangs-ondertoezichtstelling is niet toegestaan. Gelet op het voorgaande wordt primair namens de moeder verzocht het verzoek van de GI af te wijzen en subsidiair het verzoek toe te wijzen voor een duur van drie maanden. Desgevraagd geeft de moeder aan dat de vader een verdraaid beeld presenteert van hun verhouding de afgelopen periode. De vader heeft een enkele nacht bij de moeder verbleven, in het kader van de intocht van sinterklaas. Er is geen sprake van een relatie tussen hen.
Door de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De informatie die de moeder ter zitting presenteert is onjuist. De omgang met [voornaam minderjarige] verloopt niet goed. De moeder is enkel bereid om de vader [voornaam minderjarige] te laten zien wanneer hij een relatie met de moeder aangaat. Sinds hij hun relatie begin december 2025 heeft verbroken, heeft de moeder niet meer toegestaan dat hij [voornaam minderjarige] zag. Daarvoor zag hij [voornaam minderjarige] iedere dag, omdat hij ook in het huis van de moeder verbleef gedurende hun relatie. De vader heeft verschillende keren geprobeerd contact te krijgen met de GI, maar heeft hierop geen reactie ontvangen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat tot op zekere hoogte aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De kinderrechter stelt vast dat niet is gebleken dat de onderlinge communicatie tussen de ouders is verbeterd. Hoewel de moeder en de vader beiden stellen dat zij het belang van [voornaam minderjarige] vooropstellen, blijkt uit het verloop van de zitting dat de samenwerking tussen de ouders niet naar behoren verloopt. Er zijn tegenstrijdige verhalen over de omgang tussen de vader en [voornaam minderjarige] , waarbij de vader stelt dat de moeder zijn contact met [voornaam minderjarige] blokkeert sinds het beëindigen van hun relatie, terwijl de moeder aangeeft dat zij de omgang van de vader met [voornaam minderjarige] faciliteert en stelt dat zij de afgelopen periode geen relatie met de vader te hebben gehad. Op de zitting blijkt dat de GI over onvoldoende informatie lijkt te beschikken over het al of niet bestaan van een (affectieve) relatie tussen de ouders en hoe de omgangsregeling exact verloopt. Het verhandelde ter zitting leek neer te komen op een herhaling van het verloop van de zitting op 22 september jl. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat er duidelijkheid en structuur komt over de omgang van [voornaam minderjarige] met de vader.
Het is de kinderrechter verder nog steeds onduidelijk of er daadwerkelijk sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] . Afgezien van de onduidelijkheid over de omgang met de vader, is niet gebleken dat het niet goed gaat met [voornaam minderjarige] of dat de opvoedsituatie bij de moeder niet voldoende is. Nog steeds ontbreekt een concreet plan en concrete doelen waaraan zou moeten worden gewerkt, afgezien van de omgang met de vader.
Hoewel het noodzakelijk is voor een positieve en stabiele ontwikkeling van een kind dat het omgang heeft met beide ouders, is het eventueel ontbreken van een omgang met een van de ouders geen reden voor een ondertoezichtstelling. De ouders kunnen - zo nodig via de rechter - een omgangsregeling vaststellen. Nu overige informatie over een eventuele aanwezige ernstige ontwikkelingsbedreiging ontbreekt, acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling overeenkomstig de duur van het (gewijzigde) verzoek niet passend. De kinderrechter zal tot een korte verlenging beslissen, namelijk voor de duur van drie maanden. Het overig verzochte zal worden afgewezen. Gedurende deze drie maanden dient de GI de ouders verder te begeleiden, al dan niet door (alsnog) de inzet van hulpverlening gericht op hun samenwerking als ouders, in het creëren van een stabiele en veilige omgangsregeling in het belang van [voornaam minderjarige] en het gezin, zo nodig, overdragen aan het vrijwillig kader.
Mocht de GI menen dat na deze drie maanden de ondertoezichtstelling moet worden voortgezet, zal zij (tijdig) een nieuw verzoek tot verlenging moeten indienen, onderbouwd met een concreet plan over de zorgpunten en de doelen waaraan moet worden gewerkt.
De kinderrechter benadrukt tenslotte dat het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat haar ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor haar opvoeding. Hieronder valt dat [voornaam minderjarige] een stabiel en veilig contact heeft met beide ouders.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 27 maart 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.