RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711832 / JE RK 25-2594 en C/10/711584 / JE RK 25-2567
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
en
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. J.C. Herrewijnen, kantoorhoudende in Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 10 december 2025;
de schriftelijke bevestiging van het mondelinge verzoek van de GI, met bijlagen, ontvangen op 15 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de moeder;
een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A]
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] verblijft binnen het netwerk, te weten bij een vriendin van de moeder ( [persoon C] ).
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2025 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 28 februari 2025 (zaaknummer C/10/710988/JE RK 25-2481).
De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking een spoedmachtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 12 december 2025. De belanghebbenden zijn over deze beslissing gehoord door de kinderrechter op 8 december 2025.
Aansluitend is door de kinderrechter, op verzoek van de GI, bij beschikking van 12 december 2025 een nieuwe spoedmachtiging verleend om [voornaam minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg te plaatsen tot 26 december 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.
3. De verzoeken
t.a.v. C/10/711584 / JE RK 25-2567
De Raad heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk verzocht voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 28 februari 2025.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De moeder zwerft inmiddels drie dagen rondom Rotterdam Centraal en is slecht aanspreekbaar.
t.a.v. C/10/711832 / JE RK 25-2594
Daarnaast heeft de GI met spoed verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk voor de duur van de ondertoezichtstelling te verlenen, zonder de belanghebbenden op de beslissing te horen. De GI heeft verzocht de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij beschikking van 12 december 2025 heeft de kinderrechter het verzoek deels toegewezen en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 26 december 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden. Thans dient nog te worden beslist over de resterende duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij de toelichting van de Raad en de volgende informatie naar voren gebracht. Er is meer hulpverlening nodig voor de moeder dan tot nu toe is geboden. Via het wijkteam zal iemand van Antes met een GGZ-achtergrond ingezet worden. Het is belangrijk dat ook aansluiting met de moeder wordt gevonden als het gaat om de taal die de moeder spreekt en verstaat. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] bij [persoon C] , hoewel er signalen opspelen van kindeigen problematiek, waaronder driftbuien en zelfbepalend en manipulatief gedrag.
4. Het standpunt van de moeder
De advocaat van de moeder voert namens de moeder ter zitting aan dat de moeder akkoord is met de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij [persoon C] . Wel zou zij hem graag eens bij [persoon C] opzoeken, omdat zij graag een beeld wil van waar hij verblijft. De moeder erkent dat zij hulp nodig heeft en is het eens met de verzoeken van de Raad en de GI.
5. De beoordeling
De kinderrechter stelt allereerst vast dat een kennelijke verschrijving is gemaakt in de beschikking van 28 december 2025, met zaaknummer C/10/710988/JE RK 25-2481, onder 5.1. en dat is bedoeld te beslissen dat de voorlopige ondertoezichtstelling is verleend tot 28 februari 2026 (in plaats van 2025). De Raad, de GI en de advocaat van de moeder hebben ter zitting ingestemd met het herstellen van deze vergissing.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
De moeder is niet in staat om op dit moment [voornaam minderjarige] bij haar thuis op te voeden en te verzorgen. De moeder is verward en angstig en lijkt op dit moment niet (voortdurend) in haar woning te durven verblijven. Er zijn ook vermoedens van middelengebruik door de moeder. De moeder heeft hulpverlening nodig voor zichzelf om weer stabiel te worden en de moeder lijkt ambivalent te zijn in het aanvaarden van hulpverlening of een gesprek daarover aan te gaan. Hierbij kan ook een taalbarrière een rol spelen.
Om ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk weer kan terugkeren bij de moeder is het van belang dat de jeugdbescherming de moeder motiveert en ondersteunt om passende hulpverlening te aanvaarden. Voorlopig is het in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij in het netwerk kan verblijven. Dit leidt ertoe dat de kinderrechter het resterende verzoek van de GI zal toewijzen. Dit betreft een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in het netwerk, dat wordt gelezen als een voorziening voor netwerkpleegzorg, voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Nu het verzoek van de Raad feitelijk op hetzelfde neerkomt, is er geen aanleiding meer om dit verzoek te beoordelen. De kinderrechter zal dit verzoek afwijzen.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verbetert de beschikking van 28 november 2025 met zaaknummer C/10/710988 / JE RK 25-2481 in die zin dat onder 5.1. in plaats van “28 februari 2025” dient te worden gelezen “28 februari 2026”;
deze wijziging is aangetekend op de minuut van de oorspronkelijke beschikking en van de verbeterde minuut wordt door de griffier aan partijen een afschrift verstrekt;
handhaaft de beschikking van 28 november 2025 voor het overige;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 28 februari 2026;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.