ECLI:NL:RBROT:2025:15622

ECLI:NL:RBROT:2025:15622

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-12-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 10.308259.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor voorbereidingshandelingen Opiumwet en verhandelen van wapens en munitie. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. In het vonnis is rekening gehouden met procesafspraken die door de officier van justitie en de verdediging zijn gemaakt.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.308259.24

Datum zitting en uitspraak: 4 december 2025

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen, preventief gedetineerd in [naam P.I.] ( [afkorting P.I.] ).

Advocaat van de verdachte: S. Melliti

Officier van justitie: N. Aandewiel

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan - samengevat - het in twee verschillende periodes (in 2020-2021 en 2025) medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van en handel in verdovende middelen (harddrugs), en het medeplegen van het verhandelen van wapens en munitie, dan wel het onderhandelen of regelen van transacties over/voor de aankoop, verkoop of levering van wapens en munitie, van welk feit de verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2020 tot en met 19 februari 2021 te Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2020 tot en met 24 december 2020 te Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, zonder erkenning een of meer wapens van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie heeft verhandeld en/of heeft onderhandeld over en/of (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie, door een of meer (encrypted) (chat)gesprekken te voeren waarin wordt gesproken over (afspraken over) de (ver)koop, levering, prijs en/of beschikbaarheid van

(onderdelen van) die wapens en munitie, van welk feit verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

3.

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2025 tot en met 24 juni 2025 te Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

4.

hij in of omstreeks de periode van 3 mei 2025 tot en met 30 juni 2025 te Zwijndrecht

en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, zonder erkenning een of meer wapens van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie heeft verhandeld en/of heeft onderhandeld over en/of (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie, door een of meer (encrypted) (chat)gesprekken te voeren waarin wordt gesproken over (afspraken over) de (ver)koop, levering, prijs en/of beschikbaarheid van

(onderdelen van) die wapens en munitie, waarbij foto's van die wapens worden gestuurd, van welk feit verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

2. Procesafspraken

Tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie (OM) zijn procesafspraken gemaakt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsvrouw mr. S. Melliti en de officier van justitie mr. N. Aandewiel zijn ondertekend. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt. Tijdens het onderzoek op de zitting van 4 december 2025 zijn de gemaakte afspraken met de verdachte en zijn raadsman besproken. De beantwoording van de vragen uit de artikelen 348 en 350 Wetboek van Strafvordering (Sv) stond daarbij centraal, in het bijzonder de vragen die betrekking hebben op het bewijs en de op te leggen straf. De rechtbank heeft daarnaast onderzocht of de verdachte de inhoud van de gemaakte afspraken begreep, en zich realiseerde welke gevolgen deze procesafspraken voor hem en zijn strafzaak zouden hebben.

Daarbij zijn de volgende aspecten van de procesafspraken aan de orde gesteld; de vrijwillige medewerking van de verdachte aan de totstandkoming van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken voor de verdachte. Volgens beide partijen heeft voorafgaand aan het opstellen van de procesafspraken uitvoerig overleg plaatsgevonden. De rechtbank heeft tijdens de bespreking benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de procesafspraken en dat de verdachte jegens de rechtbank dus niet is gehouden tot naleving van de gemaakte overeenkomst met het OM. Ook is benadrukt dat de rechtbank niet is gebonden aan de afspraken die tot stand zijn gekomen tussen het OM en de verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte, die in de gehele procedure is bijgestaan door zijn raadsvrouw, weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan.

3. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Hij heeft bewezenverklaring gevorderd van het ten laste gelegde met dien verstande dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde ‘verhandelen’ en ‘medeplegen’ en onder 4 ten laste gelegde ‘verhandelen’, ‘medeplegen’ en ‘een beroep of gewoonte maken’.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij in de periode van 18 juni 2020 tot en met 19 februari 2021 te Zwijndrecht en Bergen op Zoom, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

2.

hij in de periode van 20 juni 2020 tot en met 24 december 2020 te Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, meermalen, zonder erkenning een of meer wapens van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie heeft onderhandeld over en (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie, door een of meer (encrypted) (chat)gesprekken te voeren waarin wordt gesproken over (afspraken over) de (ver)koop, levering, prijs en/of beschikbaarheid van

(onderdelen van) die wapens en munitie, van welk feit verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

3.

hij in de periode van 24 april 2025 tot en met 24 juni 2025 te Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

4.

hij in de periode van 3 mei 2025 tot en met 30 juni 2025 te Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, meermalen, zonder erkenning een of meer wapens van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie heeft onderhandeld over en (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie, door een of meer (encrypted) (chat)gesprekken te voeren waarin wordt gesproken over (afspraken over) de (ver)koop, levering, prijs en/of beschikbaarheid van

(onderdelen van) die wapens en munitie, waarbij foto's van die wapens worden

gestuurd.

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld dan zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

1.

medeplegen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid/middelen/inlichtingen te verschaffen, zich gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, voorwerpen/vervoermiddelen/stoffen/gelden/andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

2.

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd

3.

medeplegen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid/middelen/inlichtingen te verschaffen, zich gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, voorwerpen/vervoermiddelen/stoffen/gelden/andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

4.

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan het onderhandelen over en regelen van transacties in wapens. Harddrugs zijn verslavend en schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaat vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, variërend van lichte criminaliteit door drugsgebruikers tot zware, ondermijnende criminaliteit, zoals ernstige geweldsdelicten in het criminele circuit en aantasting van het financiële verkeer door het met de handel in verdovende middelen gepaard gaande witwassen van drugsgelden. De verdachte heeft zich bij het plegen van de feiten kennelijk alleen laten lelden door zijn eigen financieel gewin, zonder zich te bekommeren om de gezondheidsrisico’s voor anderen of de nadelige gevolgen van de mogelijk daarmee gepaard gaande criminaliteit. Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de handel in harddrugs.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan wapenhandel, in de hoedanigheid van bemiddelaar of tussenpersoon. De verdachte beschikte over de mogelijkheid om verschillende soorten (automatische) vuurwapens en munitie te leveren. Het ongecontroleerde bezit van wapens in zijn algemeenheid brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. De illegale handel in wapens dient dan ook streng te worden bestraft.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

- Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Oplegging straf

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van substantiële duur. De rechtbank heeft getoetst of de procesafspraken, stand kunnen houden en of de geëiste straf in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten. In het kader van procesafspraken geldt binnen de rechtspraak als uitgangspunt dat de overeengekomen straf maximaal één derde onder de regulier op te leggen straf mag liggen. Partijen zijn, voor zover hier van belang, overeengekomen dat door de officier van justitie een gevangenisstraf wordt gevorderd van 36 maanden. Rekening houdend met straffen die voor soortgelijke feiten zijn opgelegd en de door partijen overeengekomen afspraken, acht de rechtbank de overeengekomen straf in dit geval passend. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 10a van de Opiumwet en de artikelen 9 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, en 4, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

J.H. Janssen, voorzitter,

en J.L. Luiten en H.C. van Vuren, rechters,

in tegenwoordigheid van H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 december 2025.

J.L. Luiten en H.C. van Vuren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?