RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11562013 CV EXPL 25-4298
datum uitspraak: 19 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
F.M.T. Beheer B.V., die ook handelt onder de naam VPS Nederland,
vestigingsplaats: Den Haag,
eiseres,
gemachtigde: mr. F.J.M. van der Bruggen,
tegen
[gedaagde] , die voorheen handelde onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘F.M.T. Beheer’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 24 februari 2025, met bijlagen;
het mondelinge antwoord;
het aanvullende schriftelijke antwoord, met bijlagen.
Op 21 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met
mr. Van der Bruggen voor F.M.T. Beheer en met [gedaagde].
2. De beoordeling
Kern van de zaak
F.M.T. Beheer eist [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 3.939,42 aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten en daarnaast de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 3.180,59 vanaf de dagvaarding en de proceskosten. [gedaagde] is het hiermee niet eens.
Afwijzing hoofdsom
Het geëiste bedrag van € 3.180,59 aan hoofdsom wordt afgewezen. Het bedrag betreft volgens F.M.T. Beheer de afrekening servicekosten 2022 voor de kantoorruimte op de locatie [adres] die [gedaagde] voorheen van haar gehuurd heeft. In het bijzonder gaat het om bij [gedaagde] in rekening gebrachte kosten voor verwarming. De kosten zijn niet vastgesteld op basis van meterstanden, want de verhuurde ruimtes in het gebouw waarin het door [gedaagde] gehuurde zich bevindt zijn niet voorzien van afzonderlijke meters. Het warmteverbruik wordt omgeslagen over de huurders/gebruikers.
De wijze waarop het warmtegebruik over de huurders/gebruikers wordt omgeslagen is volgens [gedaagde] niet eerlijk, want de ene huurder verbruikt meer warmte dan de ander. Daarnaast vindt [gedaagde] het bedrag exorbitant hoog.
Gelet op dit verweer had het op de weg van F.M.T. Beheer gelegen om onderbouwd inzicht te verschaffen in de hoogte van de kosten van de verwarming van het gebouw en de wijze waarop deze kosten zijn omgeslagen over de huurders/gebruikers, onder wie [gedaagde]. Dat is niet gebeurd. Niet weersproken is dat [gedaagde] al in 2023 om uitleg heeft gevraagd over de afrekening servicekosten 2022 en die ook toen niet gekregen heeft. De gemachtigde van F.M.T. Beheer heeft ter zitting te kennen gegeven niet te beschikken over een stuk waaruit de verdeling van de kosten blijkt en kon de hoogte van de vordering niet verder toelichten. De gemachtigde kon ook niet toelichten waarom het factuurbedrag (productie 3) afwijkt van het gevorderde bedrag. F.M.T. Beheer heeft gelet op het voorgaande onvoldoende (gemotiveerd) feiten gesteld ter onderbouwing van de geëiste hoofdsom. Daarom wordt F.M.T. Beheer ook niet in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren op dit punt. Overigens is ook geen specifiek bewijsaanbod gedaan. Bij deze stand van zaken staat de verschuldigdheid van de hoofdsom niet vast en wordt deze afgewezen.
Afwijzing incassokosten en rente
De geëiste incassokosten en rente worden eveneens afgewezen. Omdat de geëiste hoofdsom wordt afgewezen, treft dat lot ook de daarmee samenhangende nevenvorderingen.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van F.M.T. Beheer, omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die F.M.T. Beheer aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de eisen af;
veroordeelt F.M.T. Beheer in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
465