ECLI:NL:RBROT:2025:15626

ECLI:NL:RBROT:2025:15626

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 11574975 CV EXPL 25-4944
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Consumentenkoop. Verklaring voor recht dat koopovereenkomst met betrekking tot bankstel buitengerechtelijk ontbonden is. Veroordeling om medewerking te verlenen aan het kosteloos ongedaan maken van de levering door middel van teruglevering van het bankstel. Veroordeling tot terugbetaling aankoopbedrag en tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11574975 CV EXPL 25-4944

datum uitspraak: 19 december 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: Berkel en Rodenrijs,

eiser,

gemachtigde: mr. N.S. van der Werf,

tegen

Kejola Plein B.V.,

vestigingsplaats: Den Haag, kantoor Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: [naam].

De partijen worden ‘[eiser]’ en ‘Kejola’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 21 februari 2025, met bijlagen;

het antwoord.

Op 27 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en mr. Van der Werf en met Rademakers.

2. De beoordeling

Wat is de kern?

De eis wordt gedeeltelijk toegewezen. Voor recht wordt verklaard dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst ten aanzien van het bankstel buitengerechtelijk is ontbonden. Kejola wordt veroordeeld tot terugbetaling aan [eiser] van het aankoopbedrag. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Wat is er gebeurd?

[eiser] heeft op 10 januari 2024 bij Kejola een hoekbankstel (Hjort Knudsen bank 2284 Seattle) en andere meubels gekocht. Hij heeft dat gedaan in het bijzijn van zijn vrouw en moeder. Zij hebben het bankstel eerst uitgeprobeerd. Aan de verkoper is te kennen gegeven dat zij een stevig bankstel zochten, omdat zijn zwangere vrouw comfortabel rechtop wilde kunnen zitten zodra zij hun kind zou voeden. Het bankstel in de showroom, met een kussenvulling van koudschuim, voldeed hieraan. Op 11 maart 2024 is het bankstel bij [eiser] thuis afgeleverd.

Op 25 en 26 maart 2024 heeft [eiser] telefonisch en met een klachtformulier aan Kejola laten weten dat hij niet tevreden is over de kwaliteit en het comfort van het bankstel, omdat deze ingezakt is en de houten constructie en de veren voelbaar zijn bij het zitten op de bank. Kejola heeft Oranje Furniture Repair Center (hierna: Oranje) ingeschakeld, die op 22 april 2024 bij [eiser] thuis het bankstel heeft onderzocht en extra vulling in het bankstel heeft aangebracht.

Nadien heeft [eiser] aan Kejola laten weten dat de verzakking niet is opgelost en de houten constructie en vering nog steeds voelbaar zijn bij het zitten op de bank. Kejola heeft vervolgens aangeboden haar externe servicedienst langs te laten komen voor een second opinion. [eiser] heeft dat van de hand gewezen en meegedeeld dat Kejola de kans heeft gehad om de bank te repareren, dat dat niet geholpen heeft en dat hij zijn geld terug wil. Daarop heeft Kejola, onder verwijzing naar het servicerapport van Oranje, te kennen gegeven dat er geen reden is om de koop te ontbinden en aangeboden om zittingen te leveren met pocketveren tegen bijbetaling van € 80,-.

Stichting Rechtswinkel Rotterdam heeft op 12 juni 2024 voor [eiser] een brief gestuurd naar Kejola waarin de keuze is gegeven voor (kosteloos) herstel of vervanging van het bankstel. Aangekondigd is dat, bij uitblijven daarvan, de overeenkomst ontbonden wordt.

Bij brief van 1 augustus 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] aan Kejola laten weten de koopovereenkomst te ontbinden ten aanzien van het bankstel. Te kennen is gegeven dat Kejola € 1.092,- voor het bankstel dient terug te betalen.

Bij e-mailbericht van 8 augustus 2024 heeft Kejola hierop afwijzend gereageerd. Daarbij is meegedeeld dat [eiser] een verkeerd verwachtingspatroon heeft, omdat elke bank door het gebruik in de eerste 6 weken ongeveer 10 tot 20% zachter zal worden op de vulling.

[eiser] eist - verkort weergegeven - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair,

voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen ten aanzien van het Hjort Knudsen bankstel buitengerechtelijk is ontbonden, althans de koopovereenkomst te ontbinden;

subsidiair,

de koopovereenkomst te vernietigen op grond van dwaling;

en, zowel primair als subsidiair, Kejola te veroordelen tot,

betaling aan [eiser] van € 1.092,- aan aankoopbedrag van het bankstel;

betaling aan [eiser] van € 49,- aan kosten voor het uitpakken en monteren;

betaling aan [eiser] van € 120,- aan kosten van verzekering (extra garantie);

betaling aan [eiser] van € 99,- aan leveringskosten;

vermeerdering van voormelde bedragen met rente vanaf 4 juli 2024, althans

8 augustus 2024, althans de dag van de dagvaarding;

het verlenen van medewerking aan het kosteloos ongedaan maken van de levering door middel van terug levering van het bankstel aan Kejola, met een dwangsom van € 2.000,- per dag met een maximum van € 50.000,-;

betaling aan [eiser] van € 171,15 aan buitengerechtelijke incassokosten, met rente vanaf de dag van de dagvaarding;

betaling aan [eiser] van de proceskosten, met rente.

Kejola is het hiermee niet eens.

Wat vindt de kantonrechter

Verklaring voor recht dat de koopovereenkomst ten aanzien van het bankstel is ontbonden

De geëiste verklaring voor recht, dat de koopovereenkomst tussen partijen ten aanzien van het Hjort Knudsen bankstel buitengerechtelijk is ontbonden, wordt gegeven. Geoordeeld wordt dat [eiser] bevoegd is geweest om de koopovereenkomst voor zover deze het bankstel betreft gedeeltelijk te ontbinden en dat dit ook gerechtvaardigd is geweest, zodat de mededeling van ontbinding van dit deel van de koopovereenkomst het daarmee beoogde effect heeft gehad. Vastgesteld wordt namelijk dat het bankstel niet aan de overeenkomst beantwoord en Kejola niet is overgegaan tot nogmaals herstel of vervanging van het bankstel.

Wat dit betreft is van belang dat [eiser] onweersproken heeft gesteld dat zijn vrouw en hij in de showroom van Kejola aan de verkoper te kennen hebben gegeven een stevige bank te willen hebben in verband met een bijzonder gebruik, te weten het voeden van hun verwachte kind zonder weg te zakken in de bank, en dat het Hjort Knudsen bankstel dat zij hebben geprobeerd in de showroom hieraan voldeed. Tevens is van belang dat voldoende is komen vast te staan dat het geleverde bankstel wat dit betreft niet aan hun verwachtingen voldoet. [eiser] heeft al twee weken na aflevering erover geklaagd dat het bankstel teveel ingezakt is, zodat op grond van de wet vermoed wordt dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Dat vindt steun in de foto’s van het bankstel die in het geding zijn gebracht. Bij dit oordeel wordt betrokken dat [eiser] ook binnen twee weken erover heeft geklaagd dat de houten constructie en de veren voelbaar zijn bij het zitten op de bank en hij dit evenmin bij het aangaan van de overeenkomst hoefde te verwachten. [eiser] heeft Kejola gelegenheid gegeven tot herstel van het bankstel. Zij heeft Oranje ingeschakeld die extra vulling in het bankstel heeft aangebracht, maar kennelijk heeft dat niet tot het door [eiser] gewenste resultaat geleid, want kort nadien heeft hij zich weer tot Kejola gewend met dezelfde klacht. Van de nogmaals geboden gelegenheid tot herstel of vervanging van het bankstel, heeft Kejola geen gebruik gemaakt. Kejola heeft het vermoeden dat het bankstel niet aan de overeenkomst beantwoordt niet ontkracht. Integendeel. Er zijn immers herstelwerkzaamheden verricht. Daarbij komt dat de mededeling van Kejola in haar e-mail van 8 augustus 2024 dat elke bank, dus ook het Hjort Knudsen bankstel, door het gebruik in de eerste 6 weken ongeveer 10 tot 20% zachter wordt, bijdraagt aan het oordeel dat het bankstel niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

Terugbetaling aankoopbedrag bankstel

Zoals geëist wordt Kejola veroordeeld tot terugbetaling aan [eiser] van € 1.092,- aan aankoopbedrag van het bankstel. Omdat de koopovereenkomst ontbonden is ten aanzien van het bankstel ontstaan ongedaanmakingsverplichtingen aan de zijde van beide partijen. Dit betekent dat [eiser] recht heeft op terugbetaling van het volledige bedrag dat hij ervoor betaald heeft en Kejola dit moet voldoen. Daarbij wordt betrokken dat het bankstel al snel na aflevering niet geschikt was voor het doel waarvoor het gekocht was en aansluitend daardoor niet meer gebruikt wordt. Ook moet Kejola hierover rente betalen vanaf de datum waarop de verbintenis tot terugbetaling is ontstaan, te weten 1 augustus 2024, de datum van ontbinding. De betaling dient te gebeuren zodra Kejola het bankstel terug ontvangen heeft, waarover hieronder meer.

Kosteloze teruglevering bankstel

Op grond van de wet zendt de koper de zaak terug naar de verkoper op kosten van de verkoper als de koper de koopovereenkomst gedeeltelijk ontbindt. Zoals geëist zal Kejola worden veroordeeld hieraan haar medewerking te verlenen. Geen reden wordt gezien om hieraan een dwangsom te verbinden. Partijen wordt in overweging gegeven hierover in overleg te treden. Misschien is Kejola bereid de koopsom terug te betalen, waarbij zij afziet van teruglevering en [eiser] de vrije hand geeft om over het bankstel te beschikken, bijvoorbeeld om door te verkopen, met als voordeel voor Kejola dat zij niet de kosten voor teruglevering hoeft te vergoeden. Ook is denkbaar dat Kejola met [eiser] afspreekt dat zij op korte termijn het bankstel komt ophalen, zodat zij de kosten van teruglevering in eigen hand houdt.

Betaling incassokosten

De incassokosten van € 171,15 worden toegewezen, met de rente zoals geëist, omdat niet weersproken is dat [eiser] deze kosten heeft gemaakt. Aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen.

Afwijzing andere eisen

De andere eisen worden afgewezen, omdat er geen grond is om Kejola te veroordelen tot betaling van € 49,- aan kosten voor het uitpakken en monteren, € 120,- aan kosten van verzekering (extra garantie) en € 99,- aan leveringskosten. Kejola heeft terecht aangevoerd dat [eiser] niet aan haar € 49,- aan kosten voor het uitpakken en monteren van het bankstel en/of de andere meubels heeft betaald. Uit (de handgeschreven tekst op) de bijlagen 5 en 6 bij de dagvaarding wordt opgemaakt dat € 1.092,- betaald is voor het bankstel, € 449,- voor een salontafel, € 699,- voor een dressoir, € 120,- voor drie jaar garantie en € 99,- voor de bezorging bij [eiser] thuis op de eerste verdieping, tezamen

€ 2.459,-. De koopovereenkomst is ontbonden ten aanzien van het bankstel, maar niet ten aanzien van de andere prestaties die partijen zijn overeengekomen. Daarom is er geen basis waarom Kejola de bedragen van € 49,-, € 120,- en € 99,- zou moeten (terug)betalen aan [eiser].

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van Kejola, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die Kejola aan [eiser] moet betalen op € 90,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en

€ 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 600,-. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Er worden geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat [eiser] met een toevoeging procedeert.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en Kejola daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen ten aanzien van het Hjort Knudsen bankstel buitengerechtelijk is ontbonden;

veroordeelt Kejola om, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot het verlenen van medewerking aan het kosteloos ongedaan maken van de levering door middel van terug levering van het Hjort Knudsen bankstel aan Kejola;

veroordeelt Kejola om, na voldoening aan 3.2., binnen veertien dagen aan [eiser] te betalen:

€ 1.092,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 1 augustus 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

€ 171,15 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 21 februari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt Kejola in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 600,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.

465

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?