ECLI:NL:RBROT:2025:15655

ECLI:NL:RBROT:2025:15655

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-10-2025
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 10-187948-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor afpersing, een valse bommelding en het voorhanden hebben van nabootsing geweer/pistool (WWM). Vrijspraak voor het voorhanden hebben van een gasbusje traangas (WWM). Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met daaraan gekoppeld de algemene en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-187948-25

Datum zitting en uitspraak: 3 oktober 2025

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte]

geboren [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres]

[postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.C.A. Schulpen

Officier van justitie: mr. F.J. van der Putten

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – de politie en de IND heeft afgeperst dan wel verschillende personen heeft bedreigd, een valse bommelding heeft gedaan en een busje traangas en op vuurwapens gelijkende voorwerpen voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:

1.

hij op of omstreeks 20 juni 2025 te Vlaardingen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de Nederlandse politie en/of de IND, althans een overheidsinstelling, te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 2.500.000 euro en/of verblijfsvergunningen voor zijn vrouw en/of dochter, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n), de politie heeft gebeld en/of (vervolgens) tegen de politie heeft gezegd dat hij zijn woning en/of aangrenzende percelen zou opblazen door explosieven te ontsteken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 20 juni 2025 te Vlaardingen, medewerkers van de politie en/of bewoners van de aangrenzende percelen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door de politie te bellen en/of (vervolgens) tegen de politie te zeggen dat hij zijn woning en/of aangrenzende percelen zou opblazen door explosieven te ontsteken, althans woorden en/of gedragingen van gelijke bedreigende aard en/of strekking.

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2025 te Vlaardingen, gegevens heeft doorgegeven, met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, door de politie te bellen en/of (vervolgens) tegen de politie te zeggen dat hij 150 kilogram explosieven in zijn woning aanwezig had en/of dat hij, verdachte, een

ontsteker voor deze explosieven in zijn handen had.

3.

hij op of omstreeks 19 juni 2025 te Vlaardingen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 6° van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met traangas, zijnde een giftige, verstikkende, weerloosmakende en/of traan verwekkende stof, namelijk een gasbusje (Cs Decontaminant) voorhanden heeft gehad.

4.

hij op of omstreeks 19 juni 2025 te Vlaardingen, meerdere wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk:

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 3. Hij heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten 1, 2 en 4 moet worden veroordeeld.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 3 en 4. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1 en 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte:

1. primair

omstreeks 20 juni 2025 te Vlaardingen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld de Nederlandse politie en de IND te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 2.500.000 euro en verblijfsvergunningen voor zijn vrouw en dochter, die aan een ander dan aan verdachte toebehoorden, de politie heeft gebeld en tegen de politie heeft gezegd dat hij zijn woning en aangrenzende percelen zou opblazen door explosieven te ontsteken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

omstreeks 20 juni 2025 te Vlaardingen gegevens heeft doorgegeven, met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een niet publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, door de politie te bellen en tegen de politie te zeggen dat hij 150 kilogram explosieven in zijn woning aanwezig had en dat hij, verdachte, een ontsteker voor deze explosieven in zijn handen had.

4.

op 19 juni 2025 te Vlaardingen meerdere wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk:

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Vrijspraak

De beschuldiging onder feit 3 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

afpersing

gegevens doorgeven met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een niet publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

1. primair

2.

4.

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor feiten 1, 2 en 4 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in de nacht van 20 juni 2025 de meldkamer van de politie gebeld en gedreigd met het laten ontploffen van 150 kilogram explosieven in de woning waarin hij zich bevond indien niet werd voldaan aan zijn verzoeken, te weten het afdragen van een geldbedrag van 2.500.000 euro en twee verblijfsvergunningen. Met deze melding heeft de verdachte de politie en IND gedwongen tot afgifte onder bedreiging met geweld en heeft hij (wat later bleek) een valse bommelding gedaan. Daarnaast heeft de verdachte drie op vuurwapens gelijkende voorwerpen voorhanden gehad. Door de melding van de verdachte is de politie en andere hulpverlening zoals de brandweer uitgerukt om eventueel gevaar af te wenden. Zij konden op dat moment dus niet worden ingezet voor ander incidenten. Het handelen van de verdachte heeft ook geleid tot maatschappelijke onrust in de buurt.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 24 juni 2025 blijkt dat de verdachte in 2013 onherroepelijk is veroordeeld voor een (aan afpersing) soortgelijk strafbaar feit.

Rapporten van deskundige en de reclassering

In het rapport van psychiater [persoon A] van 14 augustus 2025 staat – samengevat – het volgende.

Ten tijde van het ten laste gelegde leed de verdachte aan een autistische stoornis, aan ernstige stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis en aan een floride psychotische stoornis met achtervolgingswaan, waarschijnlijk veroorzaakt door alcohol en cannabis. Hierdoor werden zijn gedragskeuzes en gedragingen beïnvloed. Aangezien de verdachte al sinds zijn jeugdjaren lijdt aan ernstige verslavingen aan alcohol en cannabis, verslavingen

waar hij zich door beperkingen veroorzaakt door een autismespectrumstoornis slecht tegen kan verzetten, wordt geadviseerd hem het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat. Een klinische behandeling van de stoornissen in het gebruik van middelen van de verdachte is aangewezen, met inachtneming van zijn autistische beperkingen, gevolgd door aansluitende resocialisatie naar begeleid of beschermd wonen, in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, onder toezicht van de reclassering. Gezien de voorgeschiedenis van de verdachte, zijn autistische beperkingen en het gebrek aan succes van eerdere behandelingen heeft behandeling in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) de voorkeur boven behandeling in een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) of een forensische verslavingskliniek, door ruimere behandelmogelijkheden en een in het algemeen langere opnameduur in een FPK.

In het rapport van Verslavingsreclassering GGZ van 24 september 2025 staat – samengevat – het volgende.

Vanwege het beperkte strafblad van de verdachte en de ruime interval tussen de gepleegde

feiten kan niet worden gesproken van een delictpatroon, wel van een zorgelijk gedragspatroon onder invloed van middelen. De verdachte kampt al langere tijd met forse verslavingsproblematiek op het gebied van alcohol en cannabis. Onder invloed van alcohol (met name whisky) laat de verdachte verward, agressief en risicovol gedrag zien, zowel voor zichzelf als voor anderen, waar hij zich later vaak niets meer van herinnert. Ambulante behandeling en diverse detox-opnames hebben niet tot langdurige abstinentie en stabilisatie geleid; de verdachte viel telkens terug in gebruik of stelde zich zorgmijdend op. Indien de verdachte geen forensisch klinisch behandeltraject zal volgen wordt het recidiverisico hoog ingeschat. Naast problemen op het gebied van middelengebruik en het psychisch functioneren, zijn er ook op andere leefgebieden problemen geconstateerd; de verdachte heeft geen afgeronde opleiding, geen structurele dagbesteding, geen zelfstandige huisvesting, een minimaal besteedbaar inkomen en inmiddels een (beperkte) schuldenlast.

In detentie is de verdachte tot rust gekomen. Hij is inmiddels abstinent, gebruikt medicatie en stelt zich welwillend op ten aanzien van onder andere een klinische opname en reclasseringstoezicht, wat de reclassering als beschermend aanmerkt. Ook zijn familie staat achter een hulpverleningstraject en wordt als steunend contact gezien.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, inhoudende een meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, drugsverbod, alcoholverbod en het inspannen voor dagbesteding.

Op basis van het rapport van de psychiater [persoon A] stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten beïnvloedde. Het advies van de psychiater om de verdachte het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen stelt de rechtbank voor de vraag in welke mate. De rechtbank ziet de door de psychiater beschreven toestand van de verdachte ten tijde van de feiten terug in het politiedossier en de verklaring van de verdachte op de zitting. Zo blijkt uit het dossier hoe de politie de woning na de melding heeft aangetroffen: door de woning liepen allerlei draden (niet zijnde onderdelen van daadwerkelijke explosieven). Op de terechtzitting is ook dit met de verdachte besproken. Hij heeft daaraan geen enkele herinnering, zo heeft hij verklaard, maar hij was ‘echt helemaal de weg kwijt’ en had allerlei waanideeën, zoals dat zijn vriendin werd bedreigd door een Mexicaans kartel. Dit alles maakt dat de rechtbank de mate van toerekenbaarheid inkleurt in de richting van een sterk verminderde mate.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met de (persoonlijke) omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en is rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf wordt 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. Dat de rechtbank een groter voorwaardelijk deel oplegt dan de officier van justitie heeft gevorderd, is omdat de rechtbank de mate van toerekening iets anders invult. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De door de reclassering geadviseerde begeleiding en bijzondere voorwaarden zal de rechtbank overnemen. Dit voorwaardelijk strafdeel biedt de verdachte de kans om zijn leven anders vorm te geven. De algemene en bijzondere voorwaarden helpen hem hierbij, enerzijds als waarschuwing om niet nogmaals de fout in te gaan en anderzijds om middels hulpverlening en behandeling onder toezicht van de reclassering te werken aan zijn (verslavings)problematiek en een positievere toekomst.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 142a, 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van Wet wapens en munitie.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair, 2 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1 tot en met 7 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. I. Tillema en L.F.M. Venderbos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?