ECLI:NL:RBROT:2025:15659

ECLI:NL:RBROT:2025:15659

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-10-2025
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer 10-123135-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor poging doodslag. Het feit wordt in sterk verminderde mate toegerekend. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden en TBS met voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-123135-25

Datum zitting en uitspraak: 3 oktober 2025

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats], ingeschreven op het adres [adres],

[postcode], [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. L. van der Schee

Officier van justitie: mr. M. van den Berg

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - zijn vader met een mes in het gezicht heeft gestoken. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:

hij op of omstreeks 21 april 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om zijn vader, [slachtoffer], opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] een of meerdere malen met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, in het gezicht heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 21 april 2025 te Rotterdam, aan zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een snee in de wang en/of een ontsierend litteken in het gezicht, heeft toegebracht door die [slachtoffer] een of meerdere malen met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, in het gezicht te steken;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 21 april 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] een of meerdere malen met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, in het gezicht heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat poging doodslag bewezen kan worden.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor poging doodslag en voor zware mishandeling. Ten aanzien van de poging zware mishandeling heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte:

op 21 april 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om zijn vader, [slachtoffer], opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] met een mes in het gezicht heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Overweging

De verdachte heeft zijn vader met een groot keukenmes in het gezicht gestoken, met als gevolg een snee in de wang net boven de hals. De snee was ongeveer 10 centimeter lang en moest gehecht worden. In het gezicht en de halsstreek bevinden zich kwetsbare en vitale onderdelen van het menselijk lichaam. Door – zoals in dit geval is gebeurd – tijdens een ruzie, in de smalle gang van een woning met een trap die naar beneden loopt, plotseling en snel met een dergelijk groot keukenmes in de wang en daarmee in de richting van hals en gezicht te steken, ontstaat dan ook een aanmerkelijke kans op dodelijk letsel. Die wetenschap mag bij iedereen, dus ook bij de verdachte, als bekend worden verondersteld. Door zich desondanks toch schuldig te maken aan dit handelen heeft verdachte de aanmerkelijke kans dat zijn vader zou komen te overlijden, bewust aanvaard. De verdachte heeft daarmee voorwaardelijk opzet op de dood van zijn vader gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1 primair:

poging tot doodslag.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Beroep op schulduitsluitingsgrond

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet strafbaar is, omdat hij volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. De verdachte is vanwege een schizofrene stoornis chronisch psychotisch en ook ten tijde van het feit verkeerde hij in psychotische toestand.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt de verdachte wel strafbaar. Er is weliswaar sprake van een vorm van verminderde toerekeningsvatbaarheid, maar de verdachte is niet volledig ontoerekeningsvatbaar.

Beoordeling

Bij het beantwoorden van de vraag naar de toerekenbaarheid kan de rechtbank gebruik maken van adviezen van gedragsdeskundigen. Op 9 juli 2025 heeft psycholoog [naam 1] en op 10 juli 2025 heeft psychiater [naam 2] gerapporteerd.

De psycholoog heeft gerapporteerd dat bij de verdachte sprake is van schizofrenie. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde. Hoewel wel duidelijk is geworden dat de verdachte en zijn vader ruzie hadden en er uit het dossier aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat er hoogstwaarschijnlijk sprake was van een psychotisch toestandsbeeld, kan niet nader gepreciseerd worden of de verdachte (geheel) handelde vanuit psychotische belevingen of overtuigingen, of dat er (deels) ook sprake was van een meer impulsieve reactie vanuit boosheid of irritatie. Vanwege het ontbreken van een delictscenario kan er dan ook geen specifiek advies gegeven worden ten aanzien van de mate van toerekenen. Wel zou gelet op de chronische problematiek van betrokkene en het vermoedelijke psychotische toestandsbeeld ten tijde van het ten laste gelegde er uitgegaan kunnen worden van tenminste een verminderde mate van toerekenen. Of het ten laste gelegde hem geheel niet toegerekend zou kunnen worden is echter onvoldoende duidelijk geworden.

De psychiater heeft gerapporteerd dat bij de verdachte sprake is van schizofrenie en dat de verdachte daardoor ten tijde van en in aanloop tot het ten laste gelegde chronisch psychotisch was. Het is niet helemaal duidelijk geworden wat de gedachten van de verdachte waren ten tijde van het feit, maar volgens de psychiater was er in ieder geval sprake van desorganisatie in het denken (in het kader van schizofrenie), waardoor hij al niet in staat was/is om zaken op adequate wijze te interpreteren. Het is aannemelijk dat de verdachte die dag, bij een ruzie, door de ontstane spanning en onrust nog slechter was in het controleren van zijn gedachten, het gedrag van vader op paranoïde wijze heeft geïnterpreteerd en daardoor inadequaat gedrag heeft laten zien. De spanning was waarschijnlijk zo hoog dat hij niet in staat is geweest om zijn gedachten en gedrag te corrigeren. Pas daarna schrok hij van zijn gedrag en heeft hij zich gemeld bij het politiebureau. Alles overziend wordt geadviseerd om de verdachte het ten laste gelegde tenminste verminderd toe te rekenen.

De rechtbank is het eens met de conclusies van de deskundigen en neemt die over. De rechtbank stelt daarmee vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van het strafbare feit beïnvloedde. Het feit moet daarom tenminste in verminderde mate worden toegerekend.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verdachte direct na het voorval naar een politiebureau is gelopen om zich te melden omdat hij “iets heel ergs had gedaan”, dat hij daar heeft verklaard dat sprake was van een ruzie die uit de hand is gelopen, en dat hij “het juiste heeft gedaan door direct naar het politiebureau te komen”. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daaruit dat de verdachte voor, tijdens en na het bewezen verklaarde feit de strekking, de wettelijke en de morele ongeoorloofdheid en de context van zijn gedragingen in ieder geval tot op zekere hoogte heeft kunnen begrijpen en ook tot op zekere hoogte in staat was om overeenkomstig dat begrip zijn wil te vormen. Wel zal de rechtbank het feit in sterk verminderde mate toerekenen en daarmee rekening houden bij de strafoplegging.

Conclusie van de rechtbank

Het feit is strafbaar. De verdachte is daarvoor ook strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

4. Straf en maatregel

Vooraf

Voor het bewezen verklaarde feit wordt aan de verdachte een straf en een maatregel opgelegd. In deze strafmotivering zullen de feiten en (persoonlijke) omstandigheden worden besproken die bij de strafoplegging een rol spelen.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden geëist, met aftrek van voorarrest, en met oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met daaraan verbonden alle voorwaarden van het reclasseringsadvies, dadelijk uitvoerbaar.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. De verdachte heeft zijn vader na een onbenullige ruzie met een groot keukenmes in het gezicht gestoken, met als gevolg een snee van ongeveer 10 centimeter in de wang net boven de hals, die gehecht moest worden. Het is een geluk dat de gevolgen niet ernstiger zijn dan dat.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

- Strafblad

Uit het strafblad van 5 september 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

- Rapportage

Op 9 juli 2025 heeft psycholoog [naam 1] en op 10 juli 2025 heeft psychiater [naam 2] gerapporteerd. Deze rapporten zijn hierboven al deels besproken in het kader van de toerekenbaarheid. In aanvulling daarop geldt het volgende.

De psycholoog schat de kans op herhaling van gewelddadig gedrag in als matig (tot hoog). Langdurige en intensieve (medicamenteuze) behandeling wordt geadviseerd, gericht op de psychiatrische problematiek. Een klinische start (FPA) is hierbij van belang, ter stabilisatie en het verder instellen op medicatie. Op termijn kan – na een periode van voldoende stabilisatie – overgegaan worden tot een ambulante vorm van behandeling en begeleiding. De verdachte zal, gezien het al langer bestaande en chronische ziektebeeld, naar verwachting aangewezen zijn op langdurige (medicamenteuze) ondersteuning en begeleiding, bij voorkeur vanuit een beschermd of begeleid woonsetting. Gezien de chronische psychiatrische problematiek, het matig (tot hoge) recidiverisico en de aard en ernst van het ten laste gelegde wordt geadviseerd deze behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden uit te laten voeren. Een klinische start wordt geadviseerd, op een afdeling zoals een FPA. Een hoger beveiligingsniveau wordt niet als noodzakelijk geacht, gezien zijn niveau van acceptatie en meewerkende houding op het PPC.

De psychiater schat de kans op herhaling van agressief gedrag in het algemeen en met name jegens vader zonder behandeling en begeleiding als matig tot hoog. Om de kans op herhaling te reduceren is behandeling en begeleiding van de verdachte noodzakelijk. Een klinische start op een afdeling zoals een FPA gevolgd door langdurige ambulante behandeling wordt geadviseerd. Geadviseerd wordt om de verdachte terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen gezien de ernst van de problematiek en het chronische karakter ervan, het matig-hoog ingeschatte recidiverisico, én omdat langdurige behandeling en begeleiding noodzakelijk worden geacht. Stevige en duidelijke kaders zijn nodig om betrokkene verder te stabiliseren en te resocialiseren. Een gedegen risicomanagement, waarbij de gedachten van de verdachte goed gemonitord kunnen worden, is eveneens noodzakelijk. Hoewel de verdachte heden medicatie accepteert en zegt open te staan voor begeleid wonen, is het de verwachting dat hij zich in de toekomst zal proberen te onttrekken aan zorg, zoals hij al eerder heeft gedaan, omdat het hem ontbreekt aan ziekte-inzicht. Daarom is langdurige en strenge begeleiding nodig.

De reclassering heeft op 8 september 2025 positief geadviseerd ten aanzien van de haal- en uitvoerbaarheid van een tbs met voorwaarden.

Oplegging straf en maatregel

- Gevangenisstraf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarbij houdt de rechtbank er rekening mee dat het feit zich heeft afgespeeld binnen een beperkte (familie)kring. Verder weegt de rechtbank mee dat de verdachte zichzelf bij de politie heeft gemeld, dat hij spijt heeft van zijn handelen en dat hij zal moeten leren leven met het besef dat hij dit zijn eigen vader heeft aangedaan. Tot slot weegt de rechtbank mee dat uit de slachtofferverklaring blijkt dat het contact tussen de verdachte en zijn vader is hersteld, en dat zijn vader vooral wil dat de verdachte de hulp krijgt die hij nodig heeft. Omdat de rechtbank – anders dan de officier van justitie – het feit sterk verminderd aan de verdachte toerekent, komt de rechtbank tot een iets lagere straf dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank zal aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 7 maanden, met aftrek van voorarrest.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

- Terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden

De rechtbank oordeelt verder dat de verdachte ter beschikking moet worden gesteld.

Er bestond bij de verdachte tijdens het plegen van het strafbare feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk schizofrenie. Daarnaast is het feit een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Gelet op de aard en ernst van het feit en het gevaar voor herhaling eist de veiligheid van anderen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld. Ter bescherming van die veiligheid moet de verdachte zich houden aan voorwaarden, namelijk:

De verdachte heeft verklaard dat hij bereid is deze voorwaarden na te leven.

Vanwege het herhalingsgevaar is het noodzakelijk dat de voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. Daarom bepaalt de rechtbank dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

De rechtbank legt de terbeschikkingstelling op omdat de verdachte met de poging tot doodslag een misdrijf heeft gepleegd dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De eventuele terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan daarom langer duren dan vier jaar.

5. Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van de dag waarop de verdachte voor zijn klinische behandeling in een zorginstelling zal worden opgenomen. Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zullen dezelfde voorwaarden worden verbonden als die aan de tbs zijn verbonden.

Die schorsing houdt verband met de op te leggen dadelijk uitvoerbare tbs met voorwaarden. Zou de verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven, terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, dan bestaat de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 37a, 38, 38a, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals hiervoor is omgeschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

TBS-maatregel

beveelt dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

a) de verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.

b) de verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen.

c) de verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden.

d) de verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid. Betrokkene werkt mee aan huisbezoeken.

e) de verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.

f) de verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.

g) de verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;

3. de verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;

4. de verdachte laat zich opnemen in een forensische zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start aansluitend aan detentie en duurt zolang de reclassering dit nodig acht. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

5. de verdachte laat zich behandelen door een forensische ambulante zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische behandeling en duurt zolang als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

6. indien de reclassering dit nodig acht, verblijft de verdachte in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling en duurt zolang als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

7. als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

8. de verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;

9. de verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.

geeft aan Reclassering Nederland opdracht de verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden onmiddellijk uitvoerbaar is;

Voorlopige hechtenis

beveelt de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de ter beschikking gestelde zich heeft laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Aan deze schorsing worden dezelfde voorwaarden verbonden als die aan de tbs zijn verbonden.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. I. Tillema en L.F.M. Venderbos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?