ECLI:NL:RBROT:2025:15661

ECLI:NL:RBROT:2025:15661

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-09-2025
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer 10-167766-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vrijspraak van poging doodslag (primair) en zware mishandeling (subsidiair). Veroordeling voor poging zware mishandeling (meer subsidiair), mishandeling en bedreiging met zware mishandeling. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met daaraan gekoppeld algemene en bijzondere voorwaarden. Vordering benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-167766-25

Datum uitspraak: 18 september 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1995,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres], [postocode] te [plaatsnaam],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres],

raadsvrouw mr. B. Molleman, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Groot heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 2

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering feit 1

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte aangever [slachtoffer 1] meerdere keren in zijn gezicht heeft geslagen en dat hij, nadat [slachtoffer 1] zijn bewustzijn verloor, meerdere keren tegen het hoofd van [slachtoffer 1] heeft geschopt. Hij stelt zich op het standpunt dat dit kwalificeert als een poging tot doodslag, nu het hoofd een kwetsbaar gedeelte van het menselijk lichaam is en het schoppen tegen het hoofd schedel- en hersenletsel met dodelijke afloop tot gevolg kan hebben. De officier van justitie acht tevens bewezen dat de verdachte dit feit tezamen en in vereniging heeft gepleegd met de [medeverdachte] nu zij hebben samengewerkt naar een gezamenlijk doel.

Beoordeling

De rechtbank acht het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde (poging zware mishandeling) bewezen en overweegt daartoe het volgende.

Vrijspraak poging tot doodslag

Op 31 mei 2025 is in een woning aan de Herkingenstraat te Rotterdam door de verdachte geweld gepleegd jegens [slachtoffer 1]. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte meerdere keren heeft geslagen tegen het hoofd van [slachtoffer 1], waardoor [slachtoffer 1] zijn bewustzijn verloor. De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de vaststelling dat de verdachte vervolgens tegen het hoofd van [slachtoffer 1] heeft geschopt. De verklaring van de [getuige] hierover vindt geen steun in andere objectieve bewijsmiddelen. Het aangetroffen DNA van aangever onder de schoenzool van de verdachte kan, gelet op de aangetroffen bloedsporen in de woning, niet zonder meer tot de conclusie leiden dat de verdachte heeft geschopt tegen het hoofd. Daarnaast kan het hoofdletsel van [slachtoffer 1] ook passen bij meerdere krachtige slagen met de vuist op het hoofd. Bovendien blijft onduidelijk wat de frequentie en de kracht van het schoppen – als er is geschopt - is geweest, hetgeen van belang is voor de vaststelling van een eventuele poging tot doodslag. De rechtbank spreekt, gelet op het voorgaande, de verdachte vrij van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Vrijspraak zwaar lichamelijk letsel

Voor bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde is vereist dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. ECLI:NL:HR:2018:1051) kunnen als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.

Bij medisch onderzoek in het ziekenhuis is komen vast te staan dat [slachtoffer 1] als gevolg van het door de verdachte uitgeoefende geweld het volgende letsel heeft opgelopen, te weten: een bloeduitstorting met zwelling van het kraakbeen van het rechter oor, een onderhuidse zwelling aan de rechter buitenzijde van het hoofd en een breuk van het rechter jukbeen. De forensisch arts heeft vastgesteld dat bij een ongecompliceerd beloop de genezingsduur zes weken is. Het letsel zoals hiervoor omschreven, kwalificeert niet als zwaar lichamelijk letsel in de zin van de wet en jurisprudentie, gelet op de aard van het letsel en de relatief korte genezingsduur. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte hiervan vrij.

Bewezenverklaring poging zware mishandeling

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, het meer subsidiair ten laste gelegde, te weten de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1], wettig en overtuigend bewezen. Met het meerdere keren slaan op het hoofd heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat door het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan, nu het hoofd een kwetsbaar lichaamsdeel betreft met vitale organen.

Partiële vrijspraak medeplegen

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde medeplegen. Niet is komen vast te staan dat sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte]. Uit het dossier blijkt dat enkel de verdachte de geweldshandelingen jegens [slachtoffer 1] heeft gepleegd. Weliswaar blijkt dat de verdachte dat tevoren al van plan was, maar niet dat dit een gezamenlijk plan van de verdachte en [medeverdachte] was. De rollen van de verdachte en [medeverdachte] tijdens het incident zijn te onduidelijk om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen.

Conclusie

De onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling kan wettig en overtuigend bewezen worden.

Bewijswaardering feit 3

Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de bedreiging van [slachtoffer 1] niet wettig en overtuigend bewezen is. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Standpunt verdediging

De verdediging voert aan dat de verdachte ook ten aanzien van de bedreiging van [aangever 1] dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde partieel bewezen en overweegt daartoe het volgende.

Vast staat dat de verdachte op 5 april 2025 samen met [medeverdachte] naar de woning van [aangever 1] in Eemnes is gegaan. [aangever 1] heeft verklaard dat de verdachte voor de deur op enig moment voor [medeverdachte] ging staan en met een gebalde vuist op zijn borst sloeg. De vrouw van [aangever 1], [naam], was ook in de woning aanwezig en heeft in haar getuigenverklaring gelijkluidend over het incident verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [aangever 1] voldoende steun vindt in dit bewijsmiddel.

Conclusie

De onder 3 ten laste gelegde bedreiging van [aangever 1] kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1

meer subsidiair

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer 1]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

meermalen op/tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft

geschopt/getrapt/geslagen/gestompt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 5 april 2025 te Eemnes

[slachtoffer 2]

heeft mishandeld,

door

die [slachtoffer 2] (meerdere keren) in/op/tegen zijn hoofd/gezicht te stompen/slaan;

3

hij op of omstreeks 5 april 2025 te Eemnes

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- via die [slachtoffer 2] aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend de woorden toe

te voegen: ‘ik ga ze allemaal dood maken, ik kom uit Hilversum en ben voor niemand

bang” althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- dreigend op die [slachtoffer 2] af te lopen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 meer subsidiair

poging tot zware mishandeling

2

mishandeling

3

bedreiging met zware mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft op 5 april 2025 [aangever 1] voor zijn eigen woning bedreigd en mishandeld door dreigend op hem af te lopen en hem vervolgens meerdere keren te slaan in het gezicht. Enige tijd later, op 31 mei 2025, heeft de verdachte [slachtoffer 1] gepoogd zwaar te mishandelen in zijn eigen woning door hem meerdere keren in het gezicht te slaan, met zodanige kracht dat [slachtoffer 1] zijn bewustzijn verloor.

De verdachte heeft niet alleen de aangevers pijn gedaan en hun lichamelijke integriteit aangetast, maar heeft hun ook angst aangejaagd. Alle drie de feiten hebben plaatsgevonden in en rondom de woning van de aangevers, een plek waar iemand zich bij uitstek veilig dient te voelen. Uit de aangifte en uit de toelichting van [slachtoffer 1] bij de door hem ingediende schadevordering, blijkt dat deze gebeurtenis (nog steeds) emotioneel grote impact op hem heeft. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 juli 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 juli 2025. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte bekent het tenlastegelegde deels. Hij zegt uit zelfverdediging gehandeld te hebben nadat [slachtoffer 1] hem met een vlakke hand in het gezicht had geslagen. Gelet op de aard van het ten laste gelegde delict zouden risico verhogende factoren gelegen kunnen zijn in de leefgebieden partnerrelatie/sociaal netwerk en het psychosociaal functioneren, waarbij bij het laatste gedacht moet worden aan het maken van verkeerde keuzes en onvoldoende nadenken over zijn handelen en de gevolgen ervan. De verdachte is met de vader van zijn huidige vriendin naar de woning van de aangever gegaan om achter de gegevens van de vermeende verkrachter van zijn vriendin te komen. De vader van zijn vriendin was wel aanwezig in de woning, maar zou volgens de verdachte geen aandeel hebben gehad in de mishandeling. De steun die de verdachte ervaart vanuit zijn vriendin en zijn gezin kan gezien worden als beschermende factor. De verdachte geeft, in tegenstelling tot eerder, aan open te staan voor ambulante behandeling.

Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld-hoog en het risico op letsel als gemiddeld. Bij een veroordeling wordt een deels voorwaardelijke straf geadviseerd met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met aangevers, een locatieverbod voor Rotterdam en het vinden en behouden van dagbesteding.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 9 (negen) maanden waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt verdediging/officier van justitie

De verdediging heeft verzocht om teruggave van de in beslag genomen goederen. De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen terug te geven aan de verdachte.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9. Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert vergoeding van € 3.962,50 aan materiële schade en € 8.000,- aan immateriële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering hoofdelijk kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gematigd dient te worden dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beoordeling

Materiële schade

Vast staat dat aan de benadeelde door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 385,- aan kosten voor het eigen risico voldoende onderbouwd en toewijsbaar. Daarnaast heeft de benadeelde kosten gevorderd die zien op huishoudelijke hulp en verzorging respectievelijk voor een periode van dertien weken en acht weken. De rechtbank acht, gelet op het letsel, een vergoeding voor twee weken redelijk en billijk. De kosten voor huishoudelijke hulp worden door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 233,- (= € 233,- per week x 2 weken x 50% aandeel). De kosten voor verzorging worden door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 420,- (= 35 uur (2,5 uur x 14 dagen) x € 12,-).

In totaal zal de rechtbank een bedrag van € 1.038,- aan materiële schade toewijzen. De benadeelde partij zal voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 6.000,- zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen aan hoofdsom meer is gevorderd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij ter zake van schadevergoeding in totaal € 7.038,- betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden,

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

gelast de teruggave aan verdachte van:

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 7.038,- (zegge: zevenduizend achtendertig euro), bestaande uit € 1.038,- aan materiële schade en € 6.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de materiële vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af het resterende deel van de immateriële vordering van de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen € 7.038,- (hoofdsom, zegge: zevenduizend achtendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 7.038,- niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 70 (zeventig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter, jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

primair

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meet anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

opzettelijk

een ander, te weten [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

meermalen op/tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft geschopt/getrapt/geslagen/gestompt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan een ander, te weten [slachtoffer 1]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel, te weten een (zware) hersenschudding, een (op twee plaatsen)

gebroken jukbeen, een (zwaar) gekneusde kaak en zwellingen op/in het hoofd heeft

toegebracht, door meerdere keren (met kracht) op/tegen het hoofd, althans op/tegen het

lichaam, te schoppen/trappen/slaan/stompen;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer 1]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

meermalen op/tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft

geschopt/getrapt/geslagen/ gestompt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 5 april 2025 te Eemnes

[slachtoffer 2]

heeft mishandeld,

door

die [slachtoffer 2] (meerdere keren) in/op/tegen zijn hoofd/gezicht te stampen/slaan;

3

hij op of omstreeks 5 april 2025 te Eemnes

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- via die [slachtoffer 2] aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend de woorden toe

te voegen: ‘ik ga ze allemaal dood maken, ik kom uit Hilversum en ben voor niemand

bang” althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- dreigend op die [slachtoffer 2] af te lopen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?