ECLI:NL:RBROT:2025:15668

ECLI:NL:RBROT:2025:15668

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer ROT 25/9868
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek tot handhaving is niet inhoudelijk behandeld door de AFM. Het verzoek om voorlopige voorziening - o.a. gericht op het verkrijgen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken - is kennelijk niet-ontvankelijk. Verzoeker 3 is geen belanghebbende bij het bestreden besluit. M.b.t. verzoekster en verzoeker 2 is geen sprake van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 december 2025 in de zaak tussen

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/9868

1. [verzoekster] , [verzoekster] ,

2) [verzoeker 2],

3) [verzoeker 3],

allen uit Amsterdam, tezamen verzoekers

(gemachtigde: S. Lelieveldt),

en

Stichting Autoriteit Financiële Markten, de AFM

(gemachtigden: mrs. R. van Houts en D. Siebert).

Inleiding

1. Op 12 juni 2025 heeft [verzoekster] , mede namens [verzoeker 2] , de AFM verzocht om jegens [naam bank] een besluit tot handhaving te nemen. De AFM heeft bij besluit van 7 augustus 2025 (het bestreden besluit) besloten dit verzoek niet inhoudelijk te behandelen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.

2. Op 5 december 2025 hebben verzoekers verzocht om een voorlopige voorziening. Daarna hebben zij nog een groot aantal berichten en stukken ingediend. De AFM heeft daar enkele keren op gereageerd.

3. Omdat het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker 3] kennelijk niet-ontvankelijk is en het verzoek van [verzoekster] en [verzoeker 2] kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventuele beroepsprocedure.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. In het bestreden besluit is de AFM tot het oordeel gekomen dat zowel [verzoekster] als [verzoeker 2] geen belanghebbende is bij het gevraagde handhavingsbesluit en dat het handhavingsverzoek om die reden geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb is. De AFM heeft het verzoek daarom niet in behandeling genomen.

5. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de AFM op te dragen het voorgenomen besluit op bezwaar, dat de AFM volgens verzoekers uiterlijk op 16 december 2025 wilde nemen, op te schorten totdat de AFM heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 van de Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder de in het op grond van de Wet open overheid (Woo) genomen besluit van 25 november 2025 genoemde 36 documenten, al dan niet geanonimiseerd of beperkt ter inzage te leggen bij [verzoekster] en haar in de gelegenheid te stellen hierop te reageren in een (aanvullende) hoorzitting. Daarnaast hebben verzoekers verzocht te bepalen dat een concrete termijn wordt gesteld voor de behandeling en afhandeling van dit bezwaar en de drie overige bezwaren van [verzoekster] rond dit feitencomplex en/of een andere passende voorziening te treffen, op straffe van een op te leggen dwangsom indien geen uitvoering wordt gegeven aan de uitspraak.

6. Het handhavingsverzoek van 12 juni 2025 is niet door [verzoeker 3] ingediend. Het bestreden besluit is (dus) ook niet (mede) aan [verzoeker 3] gericht. [verzoeker 3] kan, gelet op het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:1, eerste lid en artikel 7:1, eerste lid, van deze wet, niet worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestreden besluit. Hij kon daartegen geen bezwaar maken en dus ook geen voorlopige voorziening hangende dat bezwaar vragen. Dat [verzoeker 3] zelf ook een handhavingsverzoek heeft ingediend, maakt dit niet anders. Naar aanleiding van dat handhavingsverzoek is een besluit genomen waarop het verzoek om voorlopige voorziening geen betrekking heeft. Het verzoek van [verzoeker 3] is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Met betrekking tot [verzoekster] en [verzoeker 2] oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist. Het verzoek om voorlopige voorziening is met name gericht op het verkrijgen van (inzage in) bepaalde stukken en het op een bepaalde wijze vormgeven van de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter ziet hierin geen spoedeisend belang. Daargelaten of [verzoekster] en [verzoeker 2] door de AFM terecht niet als belanghebbenden zijn aangemerkt, leent de onderhavige voorzieningenprocedure zich niet voor het ter beschikking krijgen van de hier gevraagde stukken, al helemaal niet omdat daarover een aparte Woo-bezwaarprocedure loopt. Het is aan de AFM (en niet aan de voorzieningenrechter) om beide bezwaarprocedures vorm te geven en het is ook aan de AFM om op de verschillende bezwaren te beslissen. Tegen die beslissing staat beroep open op de rechtbank, waarin een volledige beoordeling van de zaak of zaken kan plaatsvinden, met inbegrip van een beantwoording van de vragen of [verzoekster] en [verzoeker 2] belanghebbenden zijn en of de bezwaarprocedures zorgvuldig zijn verlopen. [verzoekster] en [verzoeker 2] hebben onvoldoende onderbouwd waarom zij de uitkomst van de onderhavige bezwaarprocedure niet kunnen afwachten. Van een onomkeerbare situatie is in elk geval geen sprake. Dat het voor [verzoekster] en [verzoeker 2] misschien gunstiger is om eerder in de procedure over bepaalde stukken te beschikken, levert geen spoedeisend belang op.

8. De voorzieningenrechter geeft de AFM mee dat haar standpunt dat [verzoekster] en [verzoeker 2] geen belanghebbenden zijn in het bestreden besluit summier is gemotiveerd. Dat de positie van [verzoeker 2] zich volgens de AFM niet onderscheidt van die van anderen, is op zichzelf geen geldige reden om hem niet als belanghebbende aan te merken (vergelijk bijvoorbeeld, in een andere context, overweging 6.3 van de uitspraak van 5 juli 2019 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, ECLI:NL:RBROT:2019:5587). Ook de stelling dat de doelomschrijving van [verzoekster] erg algemeen is, volstaat niet zonder meer als argument om haar niet als belanghebbende aan te merken. Het ligt in de rede dat de AFM deze standpunten in bezwaar heroverweegt, [verzoekster] en [verzoeker 2] daarover eventueel hoort en – als zij bij haar standpunt blijft – dat standpunt nader motiveert. Of de AFM hen wil horen en haar standpunt nader wil motiveren, is echter aan de AFM en daarna is het aan de rechtbank om daar eventueel over te oordelen. Tot een andere conclusie over het ontbreken van spoedeisend belang van [verzoekster] en [verzoeker 2] leidt dit niet.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

uitspraak te ondertekenen

9. Gelet op het voorgaande is het verzoek van [verzoeker 3] kennelijk niet-ontvankelijk en het verzoek van [verzoekster] en [verzoeker 2] kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [verzoekster] en [verzoeker 2] dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker 3] niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] en [verzoeker 2] af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. B. van Velzen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Naaijen-van Kleunen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. Naaijen-van Kleunen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?