ECLI:NL:RBROT:2025:15677

ECLI:NL:RBROT:2025:15677

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer FT RK 25-1554
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

WSNP-verzoek toegewezen. Toegelaten op basis van de hardheidsclausule. Eerdere ingangsdatum afgewezen omdat de afdrachtplicht niet kan worden gecontroleerd door het ontbreken van de juiste stukken en het laten ontstaan van nieuwe schulden tijdens het minnelijk traject. Looptijd is 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 11 december 2025

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres],

[postcode] [plaatsnaam].

Waar deze zaak over gaat

[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt [verzoekster] de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op

13 januari 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoekster],

- [naam 1], buurvrouw van [verzoekster].

2. De beoordeling

De toelating

[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

[verzoekster] heeft schulden laten ontstaan die naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gelaten, en staan in beginsel aan toelating in de weg. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder gekeken naar de schuld aan de Belastingdienst van € 6.338,00 en aan het CJIB van € 948,00. De schuld aan de Belastingdienst heeft onder andere betrekking op de inkomstenbelasting over de periode 2024 en 2025 en motorrijtuigenbelasting over de periode 2019 tot en met 2025. De schuld aan het CJIB betreft verkeersboetes uit 2023 en 2024. Daarnaast heeft [verzoekster] gedurende het minnelijk traject nieuwe schulden laten ontstaan door meerdere aanslagen motorrijtuigenbelasting niet te betalen.

In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. [verzoekster] heeft ter zitting verklaard een oplossing te willen voor haar schuldenproblematiek. [verzoekster] heeft blijk gegeven dat zij er van doordrongen is dat zij geen nieuwe schulden mag laten ontstaan, in het bijzonder ook niet in verband met het gebruik en/of behoud van de auto. Daarnaast heeft zij ter zitting ingestemd met het aanvragen van beschermingsbewind. Hierdoor is er bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat [verzoekster] de verplichtingen uit de wettelijke schuldsanering naar behoren zal nakomen.

[verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.

Duur

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.

De ingangsdatum

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

[verzoekster] heeft de rechtbank verzocht om een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 13 januari 2025.

Op grond van de toelichting ter zitting en de aangeleverde stukken ziet de rechtbank geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum van de looptijd van de Wsnp te bepalen. De rechtbank ligt dit als volgt toe.

De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste afdrachtplicht is voldaan. Bij het verzoekschrift ontbreken de vtlb-berekeningen van januari 2025 en juli 2025 en de onderliggende stukken. Door het ontbreken van de vtlb-berekeningen en de onderliggende stukken kan de rechtbank niet beoordelen of [verzoekster] voldoende heeft afgedragen conform het vtlb. Daarnaast is de schuldregeling bij de gemeente per 17 juni 2025 beëindigd en heeft [verzoekster] sindsdien niet meer gespaard voor haar schuldeisers. Een eerdere ingangsdatum (een ingangsdatum vóór de dag van de Wsnp-uitspraak) betekent bovendien dat vanaf die eerdere datum de Wsnp-regeling met de daaraan verbonden Wsnp-verplichtingen gelden. Eén van die Wsnp-verplichtingen is dat er geen nieuwe schulden mogen worden gemaakt. Gebleken is dat [verzoekster] nieuwe schulden heeft laten ontstaan sinds de verzochte ingangsdatum bij de Belastingdienst. Aan de verplichting om geen nieuwe schulden te maken, ook tijdens het minnelijk traject, is derhalve niet voldaan.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].

Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum]-1982 te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema

en tot bewindvoerder [naam 2],

gevestigd te [postadres]

;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 11 december 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 11 juni 2027;

- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Aukema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?