ECLI:NL:RBROT:2025:15678

ECLI:NL:RBROT:2025:15678

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer FT RK 25-1584
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

WSNP-verzoek toegewezen. Eerdere ingangsdatum is afgewezen. Verzoeker is alimentatieplichtig maar er is geen nihilstelling aangevraagd. Beslag is slechts aan een schuldeiser toegekomen. Looptijd is 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 11 december 2025

op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [adres],

[postcode] [plaatsnaam].

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt [verzoeker] een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank heeft op 3 november 2025 een brief ontvangen van een van de schuldeisers van [verzoeker].

Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting op 5 november 2025 en

11 november 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.

[verzoeker] heeft voorafgaand aan de zitting op 25 november 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden. Hierbij zat ook een reactie van [verzoeker] op de brief van de schuldeiser.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoeker],

- [naam 1], partner van [verzoeker].

2. De beoordeling

De toelating

[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.

Duur

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.

De ingangsdatum

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen. [verzoeker] heeft echter geen datum voorgesteld waarop hij de Wsnp wenst in te laten gaan.

Op grond van de toelichting ter zitting en de aangeleverde stukken ziet de rechtbank geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum van de looptijd van de Wsnp te bepalen. De rechtbank ligt dit als volgt toe.

De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste afdrachtverplichting is voldaan. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat op verzoek van de alimentatiegerechtigden beslag ligt op het inkomen van [verzoeker]. Het beslag overstijgt de afloscapaciteit volgens het bij het verzoekschrift gevoegde vtlb-berekening. Door het beslag was er geen ruimte om te sparen voor zijn schuldeisers. Bij het verzoekschrift ontbreekt echter de vtlb-berekening van juli 2025 en de onderliggende stukken alsmede de onderliggende stukken van de vtlb-berekening van juli 2024 en enkele onderliggende stukken van de vtlb-berekening van januari 2025. In de bijgevoegde berekeningen is geen rekening gehouden met de lopende alimentatieverplichtingen. Door het ontbreken van de vtlb-berekeningen en onderliggende stukken kan de rechtbank niet controleren of [verzoeker] heeft voldaan aan de afdrachtplicht.

Verder weegt mee dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [verzoeker] nog een maandelijkse alimentatieplicht heeft van circa € 900,--. Het is niet gebleken dat [verzoeker] de lopende alimentatieverplichtingen heeft voldaan en ook is niet gebleken dat hij (tijdig) nihilstelling heeft aangevraagd. De rechtbank moet er rekening mee houden dat met het alimentatiebeslag de lopende verplichtingen zijn geïncasseerd. Gebleken is dat [verzoeker] bezig was met een aanvraag hiertoe, maar dat deze aanvraag is niet doorgezet. De rechtbank moet evenwel ook de belangen van de schuldeisers in acht nemen. En dit is een omstandigheid die niet voor rekening van de schuldeisers mag komen. Die mogen er namelijk op rekenen dat een schuldenaar zich, tegenover de verkrijging van de schone lei, gedurende 18 maanden maximaal (vergelijkbaar met de verplichtingen die gelden binnen de Wsnp) zal inspannen. De opbrengst van het alimentatiebeslag is nu slechts aan de alimentatiegerechtigden ten goede gekomen. Van [verzoeker] mag daarom worden verwacht dat hij na toelating, in overleg met de Wsnp-bewindvoerder, het nodige onderneemt om tot nihilstelling van de alimentatie te komen.

De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].

Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum]-1957 te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema

en tot bewindvoerder [naam 2],

gevestigd te [postadres]

;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Aukema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?