ECLI:NL:RBROT:2025:15683

ECLI:NL:RBROT:2025:15683

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer C/10/709988 / JE RK 25-2330
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

verlenging van een ondertoezichtstelling en van een machtiging tot uithuisplaatsing;

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/709988 / JE RK 25-2330

Datum uitspraak: 12 december 2025

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging van een ondertoezichtstelling en een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende in Rotterdam.

In de raadgevende en/of adviserende rol op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 15 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder en haar advocaat mr. J. Koenen, die heeft waargenomen voor mr. R.W. de Gruijl;

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam].

Er is niemand namens de Raad verschenen. Na de zitting is gebleken dat de Raad niet is opgeroepen.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij [naam instelling].

Bij beschikking van 26 november 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 januari 2026, is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 4 juli 2024 en is de behandeling van het verzoek voor het overige pro forma aangehouden tot 1 juni 2025.

Bij beschikking van 2 september 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 4 januari 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.

Naar aanleiding van het rapport van Mereo zal de komende periode gewerkt worden aan een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. Volgens Mereo is de inzet van intensieve opvoedondersteuning in de thuissituatie bij de moeder nodig. Deze ondersteuning zal door een andere organisatie worden gegeven. De ervaring is dat de moeder de discussie met de hulpverlening aangaat. Daarom is de verwachting dat het terugplaatsingstraject langere tijd zal duren. De omgang zal worden uitgebreid met logeermomenten. Daarover zijn al afspraken gemaakt. Deze momenten zullen deels door Needed People worden begeleid.

[minderjarige] heeft speciaal onderwijs nodig. Er zijn echter wachtlijsten. [minderjarige] heeft sinds 5 december 2025 geen school meer. De GI is voor [minderjarige] bezig met het zoeken van een school in Vlaardingen of een andere vorm van dagbesteding. De moeder heeft moeite met de conclusie van De Herstart/de Piloot dat [minderjarige] op een verstandelijk beperkt niveau functioneert. Het is van belang dat zij deze conclusie niet ter discussie stelt.

De GI heeft een concept van een plan van aanpak opgesteld, dat met de moeder nog verder besproken moet worden. Het is daarbij wenselijk dat de moeder door een coach begeleid wordt in de communicatie met de GI en de hulpverlening. Het is niet meer nodig dat de moeder wordt onderzocht.

Naar aanleiding van het standpunt van de moeder en haar advocaat bepleit de GI dat de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden wordt verlengd en dat de behandeling van het verzoek voor het overige wordt aangehouden.

Namens de moeder heeft haar advocaat ter zitting aangegeven dat de moeder zich niet verzet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. Wel wordt verzocht om het

verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing af te wijzen. Ter onderbouwing hiervan is het volgende aangevoerd.

Er zijn geen gronden voor een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar. De GI zet immers een traject in tot terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. Mereo heeft aangegeven dat de moeder in de basis goede opvoedvaardigheden heeft. Er is bij de moeder ook geen sprake van een onveilige of onhygiënische situatie. De leerpunten in de begeleiding en de opvoeding van [minderjarige] kunnen door de moeder worden aangeleerd in de thuissituatie. Zij staat achter de inzet van opvoedondersteuning. Needed People biedt ook ambulante opvoedondersteuning. De zoektocht van de GI naar een andere organisatie werkt uitsluitend vertragend. De moeder staat open voor hulpverlening.

De moeder heeft moeite met de geadviseerde onderwijskeuze voor [minderjarige]. Dit is echter geen juridische grond voor een langere uithuisplaatsing. Op 11 december 2025 heeft de moeder [naam school] gesproken. Deze school heeft [minderjarige] geobserveerd en wil een diepgaandere observatie op 14 en 15 januari 2026 doen om te kijken welk onderwijs voor [minderjarige] passend is. De achterstand van [minderjarige] in haar ontwikkeling heeft wellicht te maken met het vele schoolverzuim. Zij is vaak te laat op school.

Het is onvoldoende concreet op welke wijze de GI gaat werken aan een terugplaatsing van [minderjarige]. Zo is onduidelijk hoe de omgang uitgebreid zal worden en in welk tempo. Het is belangrijk dat er structureel meer omgang en logeermomenten zullen plaatsvinden.

Indien de rechtbank van oordeel is dat de machtiging uithuisplaatsing moet worden verlengd dan volstaat een verlenging voor de duur van twee maanden. Daarbij dient de GI de opdracht te krijgen om de omgang concreet in te vullen, opvoedondersteuning vanuit Needed People in te zetten, wekelijkse evaluaties te organiseren en [minderjarige] uiterlijk op 1 maart 2026 bij de moeder terug te plaatsen.

In aanvulling op het betoog van haar advocaat heeft de moeder ter zitting het volgende verklaard. De moeder heeft het traject bij Mereo als positief ervaren. Zij heeft veel tips gekregen. De moeder bestrijdt echter dat zij niet voldoende leiderschap in zich heeft, dat zij [minderjarige] niet voldoende kan begrenzen en dat zij een vriendschappelijke relatie met [minderjarige] zou hebben. [minderjarige] luistert veel beter en is stuurbaar. De moeder herkent niet dat [minderjarige] functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau. De moeder heeft van nature opvoedvaardigheden en kan goed met [minderjarige] omgaan en voor haar zorgen. De moeder is leerbaar. [minderjarige] moet stapsgewijs naar huis komen. De moeder heeft al hulpverlening van Needed People en de GI is betrokken. De moeder probeert met de hulpverlening samen te werken en doet er alles aan om ervoor te zorgen dat [minderjarige] weer thuis kan komen wonen.

5. De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. In het verleden is [minderjarige] in een onveilige, onhygiënische en verwaarlozende opvoedsituatie bij de moeder opgegroeid. Vanwege de zorgen is [minderjarige] sinds 7 oktober 2023 uit huis geplaatst.

In de afgelopen periode is [minderjarige] door het traject de Herstart bij de Piloot geobserveerd. Uit het ongedateerde schooladvies dat op 2 oktober 2025 met de moeder is besproken, blijkt dat [minderjarige] op cognitief vlak functioneert op het niveau van een licht verstandelijke beperking en veel extra aandacht en begeleiding nodig heeft om onderwijs te kunnen volgen. Daarnaast zijn er gedragingen bij haar, die duiden op een ontremd-sociaalcontactstoornis. Verder volgt uit het advies dat verwacht wordt dat [minderjarige] zich op een cluster 3 school optimaal zal kunnen ontwikkelen. De rechtbank heeft evenals de GI geen reden om te twijfelen aan de aard en inhoud van het advies. De moeder heeft echter moeite met de conclusie dat [minderjarige] licht verstandelijk beperkt zou zijn en speciaal onderwijs nodig heeft.

In de afgelopen periode heeft ook een gezinsopname van de moeder met [minderjarige] van vijf dagen plaatsgevonden. Uit de rapportage van Mereo van 1 november 2025 is gebleken dat de moeder in de basis goede opvoedvaardigheden heeft. Volgens Mereo is het echter nog onduidelijk of de moeder in staat is om de adviezen blijvend op te pakken en heeft zij nog onvoldoende vaardigheden om aan de opvoedvraag van [minderjarige] - die inmiddels de leeftijd van 6 jaren heeft bereikt - te kunnen voldoen en haar te kunnen begrenzen in haar zelfbepalende gedrag. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder volgens Mereo tijdens de laatste opnamedag weer wat terugviel in de houding en opvoeding die zij tijdens de eerste opnamedag liet zien. De rechtbank onderschrijft dan ook het advies van Mereo dat een eventuele terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder gemonitord zal moeten worden, waarbij de moeder intensieve opvoedingsondersteuning zal moeten accepteren.

Door het verloop van de samenwerking tussen de moeder en de hulpverlening in het verleden, waardoor noodzakelijke hulpverlening is gestagneerd, is het belangrijk dat de moeder de komende periode vertrouwen krijgt in de betrokken hulpverleners en gaat meewerken aan hulpverlening.

Gelet op al het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De moeder is nog niet zelfstandig in staat om de bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] af te wenden. Daarom is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De moeder verzet zich ook niet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. De rechtbank verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

De rechtbank is ook van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De rechtbank ziet wel aanleiding om de duur van de machtiging uithuisplaatsing te beperken tot zes maanden en de behandeling van het verzoek voor het overige aan te houden en licht dit als volgt toe.

De rechtbank begrijpt de wens van de moeder dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk bij haar teruggeplaatst wordt. Op dit moment acht de rechtbank een terugplaatsing van [minderjarige] met de inzet van hulpverlening in de thuissituatie echter niet in haar belang. Gezien het verloop van de samenwerking tussen de moeder en hulpverlening in het verleden, de bevindingen tijdens het traject van [minderjarige] bij de Herstart van de Piloot en de rapportage van Mereo van de gezinsopname is de rechtbank met de GI van oordeel dat de komende periode op een verantwoorde en zorgvuldige wijze naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij moeder moet worden toegewerkt. Daarbij is het van belang dat, zoals door Mereo geadviseerd, intensieve opvoedondersteuning in de thuissituatie bij de moeder wordt ingezet en door haar wordt geaccepteerd, om te bezien of zij voldoende opvoedvaardigheden heeft om [minderjarige] te bieden wat zij nodig heeft, en dat daarvoor de omgang tussen [minderjarige] en de moeder geleidelijk wordt uitgebreid. Verder is het van belang dat gelet op haar kind-eigen problematiek passend onderwijs of een passende dagbesteding voor [minderjarige] wordt gevonden. Hiervoor is voldoende tijd nodig.

De GI wordt verzocht om uiterlijk een week voor 1 juni 2026 een briefrapportage (met afschrift aan de belanghebbende en de advocaat) te overleggen over de huidige stand van zaken en gemotiveerd met verslaglegging aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. De moeder wordt in overweging gegeven om een coach voor zichzelf te zoeken om haar te ondersteunen in het contact met de GI en de hulpverlening en het accepteren van hulpverlening zonder de strijd aan te gaan, om de kans van slagen van een terugplaatsing van [minderjarige] bij haar te vergroten.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 4 januari 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 4 juli 2026;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

En alvorens verder te beslissen:

Bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 juni 2026 pro forma.

Bepaalt dat de GI, de Raad, de belanghebbende en de advocaat op de genoemde pro forma-datum niet ter zitting behoeven te verschijnen.

Verzoekt de GI uiterlijk een week voor 1 juni 2026 de rechtbank de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de moeder en de advocaat.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. G.M. Paling, mr. H. Mol en mr. J. Groot, kinderrechters, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?