ECLI:NL:RBROT:2025:15684

ECLI:NL:RBROT:2025:15684

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer C/10/704190 / FA RK 25-5814
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

behandeling van verzoek tot herstel van gezag van moeder aangehouden;

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/704190 / FA RK 25-5814

Datum uitspraak: 12 december 2025

Beschikking van de meervoudige kamer over herstel van het gezag

in de zaak van

[naam moeder],

zijnde de verzoekster, hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. M. Nentjes, kantoorhoudende in Rotterdam,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1],

hierna te noemen [minderjarige 1] en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],

hierna te noemen de pleegouders,

wonende in [woonplaats 2],

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI.

In de raadgevende en/of adviserende rol op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 24 juli 2025;

het bericht van de GI van 3 december 2025;

de berichten van mr. M. Nentjes van 5 en 10 december 2025;

het bericht met bijlage van William Schrikker Gezinsvormen (pleegzorg) van 11 december 2025;

het bericht van de GI van 12 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder en haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam 1].

Bijzondere toegang is verleend aan [naam 2], werkzaam als stagiaire op het kantoor van de advocaat.

Met bericht van afwezigheid is er niemand namens de GI verschenen en zijn ook de pleegouders niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.

De rechtbank heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hierover een gesprek gevoerd met de voorzitter. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Bij beschikking van de rechtbank van 31 januari 2019 is het ouderlijk gezag van de moeder over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] beëindigd en is de GI tot voogdes over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] benoemd.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] verblijven in een perspectief biedend pleeggezin.

3. Het verzoek

De moeder verzoekt te bepalen dat de voogdijmaatregel over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met benoeming van de GI als voogdijinstelling met onmiddellijke ingang wordt beëindigd en te bepalen dat het gezag van moeder over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met onmiddellijke ingang wordt hersteld waarna de kinderen hun hoofdverblijf bij moeder zullen hebben althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie gerade acht. De moeder verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Namens de moeder heeft haar advocaat ter zitting het verzoek gehandhaafd en het volgende toegelicht. De moeder voert de rol van gezaghebbende ouder uit. Zo voert de moeder gesprekken op school en bij de voetbal. Tijdens de kerstvakantie zal een perspectiefonderzoek plaatsvinden. De moeder realiseert zich dat mogelijk in het kader van een ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing stapsgewijs naar een terugplaatsing zal worden toegewerkt.

Bij bericht van 12 december 2025 heeft de GI aangegeven dat de uitkomst van het perspectiefonderzoek van groot belang is om een zorgvuldig en weloverwogen besluit te kunnen nemen over het toekomstperspectief van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] en het herstel van het gezag van de moeder. De GI verzoekt de rechtbank om de Raad een rol te geven in het proves zodat de Raad een onderzoek kan verrichten en expertise kan inzetten bij het bepalen van het meest passende perspectief voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1].

Bij bericht van 11 december 2025 van pleegzorg is een bericht van de pleegouders gevoegd. Zij hebben aangegeven dat zij het moeilijk vinden om zich uit te laten over het verzoek van de moeder, dat de samenwerking met de moeder wisselend verloopt en dat zij zich zorgen maken over de gevolgen voor beslissingen over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] als het gaat om het herstel van het gezag van de moeder.

Tijdens de zitting heeft de Raad het volgende meegedeeld. De Raad is bereid om onderzoek te doen. Het onderzoek van de Raad zal echter niet gelijktijdig kunnen verlopen met het perspectiefonderzoek dat tijdens de kerstvakantie zal plaatsvinden. Daar komt bij dat een onderzoek zes tot acht maanden op zich zal laten wachten. De Raad acht het dan ook zinvol om de uitkomst van het perspectiefonderzoek af te wachten en tijdens een volgende zitting te bekijken of een onderzoek door de Raad nog wel nodig is.

5. De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in het verleden in de opvoedsituatie bij de moeder zijn mishandeld en getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Daarnaast zijn zij verwaarloosd. Vanwege de zorgen en het gebrek aan samenwerking van de moeder met de hulpverlening zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op 15 juni 2017 uit huis geplaatst. Sinds februari 2018 verblijven zij in het netwerk, bij de pleegouders. Bij beschikking van 31 januari 2019 is het gezag van de moeder over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] beëindigd.

Vanwege haar gewijzigde omstandigheden verzoekt de moeder om te worden hersteld in haar gezag. Tijdens de kindgesprekken met de voorzitter hebben [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verteld dat de pleegouders goed voor hen zorgen, maar dat zij de wens hebben om weer bij hun moeder te wonen. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van herstel van het gezag van de moeder. Gebleken is dat tijdens de kerstvakantie een perspectiefonderzoek zal plaatsvinden.

De rechtbank acht het van belang om de uitkomst van het perspectiefonderzoek af te wachten. Er is naar het oordeel van de rechtbank vooralsnog geen aanleiding om de Raad te verzoeken om een onderzoek te doen.

Gelet op al het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om de behandeling van het verzoek aan te houden. Met de aanwezige partijen en inachtneming van de werkdagen van de voogdijwerker heeft de rechtbank tijdens de zitting een volgende zitting bij de meervoudige kamer afgesproken, te weten op 10 februari 2026 te 15:30 uur.

De GI wordt verzocht om uiterlijk een week voor deze zitting de rechtbank in een briefrapportage (met afschrift aan de moeder, de advocaat, de pleegouders en de Raad) te informeren over de uitkomsten van het perspectiefonderzoek.

6. De beslissing

De rechtbank:

houdt de behandeling van het verzoek aan.

En alvorens verder te beslissen:

Bepaalt dat het verhoor van de moeder, de advocaat, de pleegouders en de GI in deze zaak zal plaatsvinden op 10 februari 2026 te 15:30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125.

De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door de meervoudige kamer, mr. G.M. Paling, mr. D.I. Hendriks-van Wel en mr. J. Groot, kinderrechter.

Bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de moeder, de advocaat, de pleegouders en de GI.

Verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde datum de rechtbank de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de moeder, de advocaat, de pleegouders en de Raad.

Gelast de oproeping van de Raad voor de Kinderbescherming in de raadgevende en/of adviserende rol op basis van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Gelast de oproeping van de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. G.M. Paling, mr. H. Mol en mr. R. van den Wildenberg, kinderrechters, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?