ECLI:NL:RBROT:2025:15725

ECLI:NL:RBROT:2025:15725

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-02-2025
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 10-321977-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vrijspraak van medeplegen van voorbereidingshandelingen tot invoer 30 kg cocaïne Onderzoek PAARD

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10-321977-23

Datum uitspraak: 27 februari 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte ],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] te ([postcode]) [plaatsnaam],

raadsman mr. C.Y. Kekik, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 februari 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is kort gezegd ten laste gelegd het medeplegen van voorbereiden/bevorderen van de invoer van ongeveer 30 kilo cocaïne. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:

4. Vrijspraak

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de verdachte schuldig aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de invoer van bijna 30 kilogram cocaïne te Rotterdam, door op 10 oktober 2023 een baken in de stekkerbak van container [containernummer] te plaatsen, waardoor de locatie van de container, waarin zich de cocaïne bevond, kon worden vastgesteld.

Beoordeling

Op 10 oktober 2023 omstreeks 00:53 uur werd de container [containernummer] uit Costa Rica gelost op de kade van de ECT Delta Terminal in Rotterdam. Op 11 oktober 2023 werd de container onderzocht en daarin werd ongeveer 30 kilogram cocaïne aangetroffen. Daarnaast werd in de stekkerbak van de container een baken gevonden met een telefoonnummer dat overeenkwam met het nummer dat – onder meer – door de [medeverdachte] werd gebeld.

De officier van justitie gaat er van uit dat de verdachte op 10 oktober 2023 het baken in de stekkerbak van de container heeft geplaatst. Deze stelling berust op het feit dat de verdachte als reefermonteur werkzaam was op het ECT terrein en dat hij op 10 oktober 2023 om 01:37 uur de container met nummer [containernummer] aan de stroom heeft gezet. Deze werkzaamheden vonden plaats in de stekkerbak, waar later het baken is aangetroffen en rond het tijdstip waarop op het baken werd ingebeld.

De rechtbank acht dit echter onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen en overweegt daartoe als volgt. Uit de historische zendmastgegevens van het baken volgt dat de simkaart van het baken op 8 oktober 2023 werd geactiveerd en dat het baken toen een zendmast in Rotterdam aanstraalde. Vervolgens werd op het baken op 10 oktober 2023 om 01:34 en 01:36 uur ingebeld, waarbij het een zendmast bij het ECT terrein aanstraalde. Hieruit maakt de rechtbank op dat het baken weliswaar in de container moet zijn geplaatst nadat de container in Rotterdam was gelost, maar niet kan worden vastgesteld dat dit op het moment van het aanstralen van de zendmast is gebeurd. Uit deze gegevens volgt immers alleen dat het baken zich op 10 oktober 2023 rond 01:34/01:36 uur binnen de reikwijdte van de zendmast bij het ECT terrein bevond. Er zijn geen coördinaten van het baken in de nacht van 10 oktober 2023 bekend en er zijn ook geen andere bewijsmiddelen aanwezig op grond waarvan de exacte locatie van het baken die nacht kan worden vastgesteld. Gelet hierop en nu de container tot 05:49 uur op het ECT terrein stond, is het mogelijk dat het baken op een ander moment door een ander dan de verdachte in de container is geplaatst. Temeer nu de verdachte heeft verklaard dat hij samen met andere reefermonteurs dicht bij elkaar aan het werk was, hetgeen niet wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Aldus kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte het baken in de container heeft geplaatst. De rechtbank is daarom van oordeel, en ook omdat ander bewijs van betrokkenheid van de verdachte bij het voorbereiden en/of bevorderen van de invoer van de betrokken partij cocaïne ontbreekt, dat die betrokkenheid niet kan worden bewezen. Dat de verdachte de [medeverdachte] kent en enkele weken later kort met hem spreekt, leidt niet tot een ander oordeel. De verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

5. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. L. Stevens en S.W.H. Bootsma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 februari 2025.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 2023 tot en met 11 oktober 2023 te

Maasvlakte, gemeente Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen, waaronder zoals

bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of

- het opzettelijk afleveren, verstrekken en/ of vervoeren

van ongeveer 30 kilogram cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van

de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te

plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van

dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)

of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen

van dat feit,

door

- ( tijdens zijn werkzaamheden als reefermonteur op het terrein van ECT Delta

Terminal) een baken in de stekkerbak van container [containernummer] te plaatsen,

en/of

- met één of meer mededader(s) contacten te onderhouden en/of informatie uit te

wisselen en/of afspraken te maken over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen

en/ of verstrekken en/ of vervoeren van die cocaïne.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?