Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-296127-23
Datum uitspraak: 27 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1997,
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
raadsman mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 februari 2025.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. Kort gezegd wordt hem betrokkenheid bij de invoer van ongeveer 92 kilo cocaïne verweten. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
De verdediging stelt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat hij niet betrokken is geweest bij de invoer van cocaïne. Niet bewezen kan worden dat de zwarte iPhone 7 die aan de verdachte wordt gelinkt van hem is. Uit het dossier blijkt dat er meerdere telefoons zijn aangetroffen en dat niet alle telefoons die de verdachten hebben weggegooid, zijn teruggevonden. Daarnaast is niet bekend in welke richting de verdachte zijn telefoon heeft gegooid, waar dit toestel terecht is gekomen en wanneer de verbalisant het toestel heeft gevonden. Van belang is daarbij dat een van de medeverdachten met zijn auto precies op de plek is geweest waar het toestel is gevonden en dat de [medeverdachte 1] dezelfde kant op is gerend als de verdachte. Uit het feit dat in de telefoon gps-coördinaten van de woning van de moeder van de verdachte staan opgeslagen, kunnen ook geen conclusies worden getrokken, omdat het slechts vier van de ruim 32.000 opgeslagen locatiegegevens betreft. Bovendien is de locatiebepaling van de iPhone niet betrouwbaar.
Beoordeling
Op 3 november 2023 is de container met nummer [containernummer] (hierna: de container) gelost op de kade van de ECT Delta Terminal op het haventerrein in Rotterdam. De container, gevuld met druiven, was vanuit Peru met een tussenstop in Colombia naar Nederland vervoerd aan boord van het schip ‘ [naam schip] ’. Bij een controle op
3 november 2023 werd in het kopschot van de container ruim 92 kilogram cocaïne aangetroffen. Nadat de verdovende middelen in beslag waren genomen werd de container geprepareerd met dummypakketten en een terugplaatsmonster. De container heeft daarna zijn route vervolgd. Na aflevering van de druiven werd de container op 6 november 2023 geplaatst op het lege containerdepot UWT aan de Brunschotenweg te Rotterdam.
Op 7 november 2023 omstreeks 13:51 uur werd de container (onrechtmatig) opgehaald door een vrachtwagen met kenteken [kenteken 1] . Deze vrachtwagen reed – na een tussenstop – uiteindelijk rond 15:13 uur de parkeerplaats aan de Bolnesserkade op. Uit de observaties bleek dat een personenauto van het merk Mini type Countryman de vrachtwagen volgde en dat deze parkeerde met het zicht op voornoemde parkeerplaats.
Rond 15:00 uur parkeerde de auto van de [medeverdachte 1] , een Seat Leon met kenteken [kenteken 2] , op het terrein van een tankstation aan de Groeninx van Zoelenlaan. Dit tankstation ligt schuin tegenover de parkeerplaats aan de Bolnesserkade. Op camerabeelden is vervolgens te zien dat de auto van [medeverdachte 1] om 15:26 uur nog steeds op het terrein van het tankstation stond en dat [medeverdachte 1] en de verdachte aan de achterzijde van het tankstation heen en weer liepen, zij meerdere malen op hun telefoon keken, een mobiele telefoon tegen hun oor hielden en dat zij met elkaar communiceerden.
Op het moment dat de douane (rond 15:30 uur) overgaat tot aanhouding, renden de verdachte en [medeverdachte 1] weg. Zij werden uiteindelijk allebei (op verschillende plaatsen) aangehouden. Daarnaast zijn ook de twee personen die in de container werden aangetroffen en de chauffeur van de vrachtwagen, de [medeverdachte 2] , aangehouden. De bestuurder van de Mini wist te ontkomen. Uit onderzoek aan de container bleek vervolgens dat het kopschot in zijn geheel was verwijderd van de achterwand en dat in de container een tas stond met daarin ongeveer elf pakketten (de dummypakketten).
Betrokkenheid van de verdachte
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte is aangehouden vlakbij de plek waar de container stond en waar de pakketten cocaïne werden uitgehaald. Voorafgaand aan zijn aanhouding heeft de verdachte een telefoon weggegooid. Naar die telefoon is gezocht, waarna op de straat waar de verdachte overheen had gerend – de Cannenburchstraat – een iPhone 7 werd gevonden. De rechtbank is van oordeel dat deze iPhone 7 bij de verdachte in gebruik was en overweegt daartoe als volgt. In de iPhone 7 werd een schermafbeelding gevonden, gedateerd op 7 november 2023 om 13:59 uur, waarop de bijrijderskant van de Seat Leon van de [medeverdachte 1] is te zien. De gebruiker van de iPhone 7 bevond zich dus op 7 november 2023 in de middag in de Seat van de medeverdachte. Daarnaast blijkt uit de locatiegegevens van die telefoon in combinatie met de observaties, dat de telefoon nagenoeg de gehele dag in de buurt de [medeverdachte 1] is geweest. Net als de plek waar de iPhone is gevonden, wijzen voornoemde bevindingen in de richting van de verdachte. De verdachte was immers op 7 november 2023 de hele middag samen met de [medeverdachte 1] en heeft als bijrijder in de Seat Leon van de [medeverdachte 1] gezeten, waarbij er geen andere personen aanwezig waren. In een chatgesprek over een geschikte locatie om de container heen te rijden, stuurt de gebruiker van de telefoon naar een onbekende derde dat ‘die Turk je gaat sturen’. Hiermee lijkt de gebruiker te verwijzen naar [medeverdachte 1] , die onder andere de Turkse nationaliteit bezit. Daar komt bij dat uit een steekproef in locatiegegevens van de iPhone 7 bleek dat in de dagen voor de aanhouding, op momenten dat de gebruiker van de iPhone werd vermoed thuis te zijn, de locatiegegevens van de woning van de moeder van de verdachte waren opgeslagen. Dat deze gegevens te beperkt zijn om te kunnen bijdragen aan het bewijs, volgt de rechtbank niet. Het betreft hier gegevens uit een steekproef waarbij weliswaar niet alle gegevens zijn onderzocht, maar waarbij de gegevens die wel zijn onderzocht allen leiden naar de verdachte. De rechtbank heeft bovendien – de overige bewijsmiddelen in ogenschouw genomen – geen reden te twijfelen aan de juistheid van die gegevens. Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien wordt het verweer van de verdediging, dat niet kan worden vastgesteld dat het de telefoon van de verdachte was, verworpen. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat het niet aannemelijk is dat de iPhone 7 aan de [medeverdachte 1] toebehoorde, aangezien deze medeverdachte drie telefoons in gebruik had en die telefoons allemaal zijn gelokaliseerd.
Uit de gesprekken op de iPhone 7 blijkt dat de verdachte veelvuldig in contact stond met de chauffeur van de vrachtwagen, de [medeverdachte 2] , over het ophalen van de container, waar [medeverdachte 2] zich bevond en de locatie waar de container naartoe gebracht moest worden. Zo stuurde de verdachte om 12:42 uur de chauffeur een bericht met de vraag of hij een live locatie kan sturen als hij ‘eruit gaat rijden’ en dat ‘hij het rustig aan moet doen, gewoon op zijn gevoel’. Vervolgens stuurde de verdachte omstreeks 12:53 uur ‘ben je eruit met die bak?’, hetgeen nagenoeg precies op het moment is dat de container het UWT terrein op 7 november 2023 verlaat. De [medeverdachte 2] heeft daarnaast ook verklaard dat hij de container moest ophalen en dat hij instructies kreeg via de telefoon over waar hij naartoe moest rijden. Naast de gesprekken met de [medeverdachte 2] blijkt uit de telefoon dat de verdachte informatie doorgeeft aan anderen over de locatie van de vrachtwagen en ook met die personen bespreekt wat een goede plek is om de container naartoe te brengen. Tot slot zijn er in de telefoon zoekslagen gevonden die betrekking hebben op het volgen van zeeschepen, in het bijzonder het schip ‘ [naam schip] ’, het schip dat de container vervoerde. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte betrokken was bij de invoer van de cocaïne.
Wetenschap van cocaïne
Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ook opzet heeft gehad op de invoer van de cocaïne. De rechtbank baseert dit op de hiervoor weergegeven feitelijke gang van zaken en de inhoud van de gesprekken en zoekgeschiedenis in de telefoon. In het bijzonder wordt hierbij betrokken dat uit de chatgesprekken volgt dat de verdachte zocht naar een veilige plek om de vrachtwagen met de container heen te brengen, waar zij onopgemerkt konden blijven. Zo worden in een gesprek met ‘Sje’ berichten gestuurd over een ‘bak’ (de rechtbank begrijpt: de container), dat ze een plek zoeken, over de vraag of daar ‘camies’ (de rechtbank begrijpt: camera’s) zijn en dat hij gaat kijken of het veilig is. In een gesprek met ‘ [naam] ’ vraagt de verdachte ‘of het daar heet is en dat ze anders voor een andere plek kijken’. Voorts blijkt uit de zoekgeschiedenis dat de verdachte wist waar het schip met de container vandaan kwam. Daarbij mede in aanmerking genomen dat de handelingen die met de container werden verricht niet vallen onder de reguliere werkwijze van het lossen van goederen en het een feit is van algemene bekendheid dat de Rotterdamse haven een plek is waar op grote schaal via containers (uit Zuid-Amerika) cocaïne wordt binnengebracht en dat deze cocaïne vervolgens door uithalers uit deze containers moet worden gehaald, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte opzet had op de invoer van cocaïne.
Medeplegen
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte samen met anderen de cocaïne heeft ingevoerd. De verdachte heeft, door de chauffeur van de vrachtwagen aan te sturen en daarnaast met anderen in contact te staan over waar de chauffeur zich bevond en op welke plek en op welke manier de cocaïne moest worden uitgehaald, een voldoende significante rol gehad voor medeplegen van invoer van de cocaïne.
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van ongeveer 92 kilo cocaïne in de periode van 23 oktober 2023 tot en met 7 november 2023 te Rotterdam.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2023 tot en met 7 november 2023 te
Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals
bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 92 kilogram cocaïne, in elk
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van 92 kilogram cocaïne. De verdachte heeft bij het verdere vervoer en de aflevering een organiserende en coördinerende rol gehad. Hij stond in contact met onder meer de chauffeur van de vrachtwagen en bepaalde waar de container naartoe werd gereden om daar de cocaïne uit te kunnen halen.
De verdachte heeft door zo te handelen een bijdrage geleverd aan de internationale drugshandel. De handel in harddrugs vormt een gevaar voor de volksgezondheid, gaat niet zelden gepaard met andere vormen van criminaliteit, waaronder zware geweldsfeiten, en heeft door de enorme bedragen die er in omgaan een ontwrichtende werking op delen van de samenleving en op het legale handelsverkeer. De verdachte heeft zich hier kennelijk niet om bekommerd en dat rekent de rechtbank hem aan.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in 2021 een geldboete heeft gekregen voor een opiumfeit, maar dat hij voor het overige niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 28 augustus 2024. De reclassering heeft met de beschikbare informatie geen advies kunnen geven over eventueel op te leggen interventies en/of toezicht, omdat de verdachte in gesprekken met de rapporteur een ontkennende houding had.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank ook acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden is. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
8. Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van de verdachte is bij beslissing van 18 april 2024 met ingang van 22 april 2024 tot aan de einduitspraak geschorst. Die schorsing geldt daarom tot vandaag.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis voort te laten duren.
Beoordeling
De rechtbank begrijpt het verzoek van de verdediging aldus dat verzocht wordt de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen. Gelet op het oordeel van de rechtbank en de overwegingen ten aanzien van de strafmaat ziet de rechtbank geen reden om de voorlopige hechtenis van de verdachte opnieuw te schorsen. Het verzoek wordt afgewezen.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
wijst af het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en S.W.H. Bootsma, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 februari 2025.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2023 tot en met 7 november 2023 te
Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals
bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 92 kilogram cocaïne, in elk
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2023 tot en met 7 november 2023 te
Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor
te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet,
- het opzettelijk afleveren, verstrekken en/ of vervoeren
van 92 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij
de Opiumwet behorende lijst I
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
door
- met één of meer mededader(s) afspraken te maken en/of contact te onderhouden
en/of informatie uit te wisselen over het vervoeren en/of afleveren en/of uithalen
van de container [containernummer] (met daarin cocaïne), en/of
- door gegevens van de UWT en/of de track- & trace-gegevens van het motorschip
[naam schip] te raadplegen, en/of (aldus) de aankomst en de locatie van
container [containernummer] te monitoren.