ECLI:NL:RBROT:2025:15741

ECLI:NL:RBROT:2025:15741

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 10-116517-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling van medeplegen van opzettelijk teweegbrengen van een explosie. Oplegging van een jeugddetentie groot deel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10-116517-25

Datum uitspraak: 10 december 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 2009,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman: mr. R. Moghni, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 10 december 2025.

2. Tenlastelegging

De verdachte staat terecht voor de verdenking van het medeplegen van opzettelijk teweegbrengen van een explosie. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C. de Bruijn heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht het feit bewezen. Zij baseert dit op de volgende bewijsmiddelen:

Nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit, wordt met bovenstaande opgave volstaan. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 18 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief te plaatsenvoor/in een portiek aan [adres 2][adres 2] en/of voornoemd explosief aan te steken,terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woningen plus inboedel aan de[adres 2] en/of één meer aangrenzende woningenplus inboedel en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende bewoners van de woningen aan de [adres 2] en/ofde bewoners van één meer aangrenzende woningen en/of passanten aan [de locatie][de locatie],te duchten was.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een explosie. De verdachte is daartoe door iemand anders aangezet in ruil voor geld. De verdachte is in de nacht van 18 januari 2025 met instructies en een explosief afgezet in de buurt van [de locatie]. De verdachte is met het explosief naar het portiek gelopen en heeft het explosief daar aangestoken. Hierop is een flinke ontploffing ontstaan, met een enorme ravage tot gevolg. In het beton van het portiek is een inslag ontstaan, er zijn vier plafonds ingestort en er zijn drie woningen voor onbepaalde tijd onbewoonbaar verklaard. Deze enorme explosie moet uiterst bedreigend en beangstigend zijn geweest voor de bewoners van de woningen, een plek waar men zich – zeker in de nachtelijke uren – bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Een dergelijke explosie zorgt ook voor omwonenden en in algemene zin in de samenleving tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk zich schuldig heeft gemaakt aan dit ernstige feit en dat hij niet over de gevolgen van zijn handelen heeft nagedacht.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapportage en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd van 18 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Het risico op herhaling van delictgedrag is laag. De risicofactoren die de kans op herhaling verhogen liggen in de domeinen relaties, geestelijke gezondheid en vaardigheden. De verdachte is beïnvloedbaar en hij heeft moeite om in probleemsituaties oplossingen te bedenken en de gevolgen van zijn gedrag te overzien. Daarnaast omringt de verdachte zich met antisociale jongeren en heeft hij geen vaste vrijetijdsbesteding. De verdachte heeft sinds zijn schorsing van de voorlopige hechtenis een positieve ontwikkeling doorgemaakt en er zijn ook beschermende factoren in het leven van de verdachte. Hij staat open voor hulp en gaat naar een nieuwe school. Op school gaat het goed en de verdachte is gemotiveerd. De moeder van de verdachte is bovendien positief betrokken. Het is van belang dat de verdachte deze positieve ontwikkeling vasthoudt. De Raad vindt het daarom belangrijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft om de verdachte te ondersteunen en de continuïteit te waarborgen. Het is daarnaast van belang dat de verdachte hulp krijgt, zodat hij bewust blijft nadenken over met wie hij omgaat, welke keuzes hij maakt en nadenkt over de gevolgen van zijn acties, maar ook dat hij op zoek gaat naar een zinvolle vrijetijdsbesteding.

De Raad adviseert een voorwaardelijke werkstraf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte een dagbesteding en (structurele) vrijetijdsbesteding vindt en behoudt, meewerkt aan de inzet van een jongerencoach en eventueel andere aanvullende behandeling, gericht op traumaverwerking, emotieregulatie en het vergroten van weerbaarheid en zich houdt de meldplicht.

De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [naam 1], heeft ter zitting het advies van de Raad ondersteund en het volgende toegelicht. Het contact met de verdachte is goed en verloopt positief. De verdachte gaat op dit moment ’s ochtends naar school. Hij is actief in de les aanwezig en gemotiveerd voor zijn toekomst. Na de kerstvakantie zal de verdachte vaker naar school gaan. De verdachte is gestart met psychomotorische therapie (PMT) en hij heeft een jongerenwerker. De jongerenwerker heeft de verdachte ondersteund bij het realiseren van zijn scooterrijbewijs, waardoor de kans op het vinden van een bijbaan is vergroot. De verdachte heeft een intensief programma en hij gaat binnenkort beginnen aan een stage. Dit maakt dat hij weinig tijd over heeft voor andere activiteiten.

De jongerenwerker, [naam 2], heeft ter zitting toegelicht dat hij intensief contact heeft met de verdachte en met hem gesprekken voert om zijn gedrag te verbeteren en hem gemotiveerd te houden. De verdachte is gemiddeld drie dagen per week op de ontmoetingsplaats (HUB) aanwezig. Hij doet daar gemotiveerd mee aan activiteiten. De verdachte wordt ook ondersteund bij het vinden van een bijbaan. De verdachte heeft een druk programma, hij ontwikkelt zich positief en het is belangrijk dat dit niet wordt doorkruist.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (15 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.

Deze doelen van het jeugdstrafrecht doen er niet aan af dat gezien de aard en ernst van het feit en de schade die het teweeg heeft gebracht, niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd aan daders van de leeftijd van verdachte.

De rechtbank ziet aanleiding een groot deel van de op te leggen jeugddetentie in voorwaardelijke vorm op te leggen, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die de Raad heeft geadviseerd. Daarbij heeft de rechtbank gelet op de jonge leeftijd van de verdachte, zijn rol en het feit dat zijn medeverdachte is veroordeeld voor mensenhandel, dus de uitbuiting van de verdachte (de medeverdachte heeft 28 maanden gevangenisstraf gekregen). De verdachte heeft zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis bovendien goed aan de voorwaarden en afspraken gehouden en hij ontwikkelt zich positief. De verdachte doet het goed op school, stelt zich open voor hulp en is gemotiveerd. Het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen jeugddetentie zal de rechtbank gelijk houden aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat hij niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis en zijn positieve ontwikkeling niet wordt doorkruist. Het voorwaardelijke strafdeel dient erop toe te zien dat de verdachte de hulp en ondersteuning krijgt die hij nodig heeft en hem te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf, zoals gevorderd door de officier van justitie, daarom passend en geboden.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat deze jeugddetentie groot 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Reclassering (de jeugdreclassering) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding en/of zich zal inzetten voor onderwijs en zich zal houden aan de afspraken en regels die daar gelden;

- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor het vinden en behouden van een structurele vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;

- gedurende de proeftijd zal (blijven) meewerken aan en zich zal (blijven) inzetten voor de begeleiding van een jongerencoach vanuit stichting JOZ of een soortgelijke instelling;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de hulpverlening vanuit ASVZ of een soortgelijke instelling wanneer de jeugdreclassering dat nodig acht;

- gedurende de proeftijd zal (blijven) meewerken aan begeleiding en/of behandeling vanuit Pameijer of een soortgelijke instelling, zoals behandeling gericht op traumaverwerking, emotieregulatie en/of het vergroten van de weerbaarheid;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- dat de veroordeelde medewerking zal verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. M.A. van der Laan-Kuijt en D.G.J. Roset, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2025.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief te plaatsenvoor/in een portiek aan [adres 2][adres 2] en/of voornoemd explosief aan te steken,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woningen plus inboedel aan de[adres 2] en/of één meer aangrenzende woningenplus inboedel en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende bewoners van de woningen aan de [adres 2] en/ofde bewoners van één meer aangrenzende woningen en/of passanten aan deFranselaan,te duchten was.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Doorduijn

Griffier

  • mr. V. Lankhaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?