Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-039732-25
Parketnummer vordering TUL: 10-222279-23
Datum uitspraak: 10 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] , [plaatsnaam] ,
raadsvrouw: mr. F.O. Ligeon-Merton, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 10 december 2025.
2. Tenlastelegging
De verdachte staat terecht voor de verdenking van (1) medeplegen van diefstal met geweld, subsidiair medeplichtigheid aan diefstal met geweld en (2) medeplegen van afpersing, subsidiair medeplichtigheid aan afpersing. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. C. de Bruijn heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Vrijspraak - feit 1 en 2 primair (medeplegen)
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring feit 1 en 2 subsidiair (medeplichtigheid)
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 in de subsidiaire variant bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:
de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 10 december 2025;
het proces-verbaal van de politie (pagina 8 e.v. van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende de verklaring van [aangever] ;
het proces-verbaal van de politie (pagina p. 127 e.v. van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] ;
het proces-verbaal van de politie (pagina p. 21 e.v. van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] .
Nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit, wordt met bovenstaande opgave volstaan. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1. subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 30 december 2024 te Capelle aan denIJssel en/of Rotterdam op/aan de openbare weg, de Solislaan Bahialaan, in elk geval op/aan de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een jas en/of een ketting en/of een pet en/of een ring en/of een tas met inhoud (teweten onder andere een telefoon en/of een zonnebril en/of Airpods en/of eenoplader en/of passen), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever][aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever] ,gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door voornoemde [aangever]
- vast te pakken en/of- meermalen te slaan en/of- te schoppen en/of- meermalen naar de grond te trekken en/of te brengen en/of
- dreigend de woorden toe te voegen: “we gaan jou steken” en/of “doe die jas uit endie schoenen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 december2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door
- (via snapchat) met die [aangever] af te spreken, en/of
- met die [aangever] naar de plaats delict te lopen en/of hem naar de plaats delict telokken.
2. subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 30 december 2024 te Capelle aan denIJssel en/of Rotterdam op/aan de openbare weg, de Solislaan Bahialaan, in elk geval op/aan de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[aangever] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een jas en/of een kettingen/of een pet en/of een ring en/of een tas met inhoud (te weten onder andere eentelefoon en/of een zonnebril en/of Airpods en/of een oplader en/of passen), in elkgeval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde [aangever] en/of een derdetoebehoorde(n) door voornoemde [aangever]
- vast te pakken en/of- meermalen te slaan en/of- te schoppen en/of- meermalen naar de grond te trekken en/of te brengen en/of
- dreigend de woorden toe te voegen: “we gaan jou steken” en/of “doe die jas uit en die schoenen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 december2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door- (via snapchat) met die [aangever] af te spreken, en/of
- met die [aangever] naar de plaats delict te lopen en/of hem naar de plaats delict telokken.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
1. medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
2. medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
De bewezen feiten leveren op:
de eendaadse samenloop van
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte worden opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een straatroof en afpersing. De verdachte heeft op 30 december 2024 via snapchat afgesproken met het zestienjarige slachtoffer en hem naar een afgesproken plaats gelokt, zodat haar (toenmalige) vriend (en een mededader) de spullen van het slachtoffer konden afpakken. De verdachte is samen met het slachtoffer naar de Bahialaan gelopen en daar is het slachtoffer door de medeverdachten bedreigd, vastgepakt, naar de grond gewerkt, geslagen en geschopt. Het slachtoffer werd gedwongen tot het afgeven van zijn jas, waarna hij ook is beroofd van zijn ketting, ring, pet en tas (met daarin onder meer zijn telefoon, zonnebril, airpods, oplader en passen).
Diefstal met geweld en bedreiging met geweld en afpersing op de openbare weg zijn ernstige feiten. Het wakkert gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving aan. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden. Zij kunnen bang zijn om op straat te zijn en om opnieuw in een vergelijkbare situatie terecht te komen. De verdachte is met haar handelen voorbijgegaan aan deze gevolgen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages en verklaringen van de deskundige op de terechtzitting
GZ-psycholoog [naam 1] (NIFP) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd van 24 juni 2025. Dit rapport houdt – verkort weergegeven – het volgende in.
De verdachte heeft een reactieve hechtingsstoornis, een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een persisterende depressieve stoornis (dysthymie). Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De verdachte heeft destijds gehandeld uit liefde voor haar vriend die door het slachtoffer zou zijn gepest. De verdachte verlangt naar erkenning en liefde en wilde haar vriend behagen. De verdachte handelt bovendien impulsief, zij heeft moeite met het overzien van de gevolgen van haar gedrag voor een ander en kan denkfouten maken als er sprake is van gewelddadig gedrag door een ander naar iemand die zij liefheeft. Het advies is om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Zonder interventies is de kans op herhaling van delictgedrag hoog. Dit komt voornamelijk doordat er sprake is van een verstoorde ouder-kindrelatie. De verdachte heeft een sterke wens en behoefte naar nabijheid, positieve bevestiging en een emotionele basisveiligheid. Hoewel de moeder haar best doet, is zij onmachtig gebleken om voldoende aan de sluiten bij wat de verdachte nodig heeft. De inzet van hulpverlening heeft daartoe heeft nog geen verbetering in de situatie kunnen brengen. Niettemin is de verdachte intrinsiek gemotiveerd om de situatie te veranderen, een goede toekomst te krijgen en nooit meer in jeugddetentie terecht te komen. De verdachte staat open voor behandeling en begeleiding.
Om de kans op herhaling van delictgedrag te verlagen en de ontwikkeling van de verdachte positief te beïnvloeden is het advies om een leerstraf in de vorm van Tools4U op te leggen. Daarnaast is het nodig dat de verdachte een agressieregulatie-training volgt, individuele en non-verbale therapie en schema-therapie ontvangt, maar ook dat het contact tussen de moeder en de verdachte begeleid wordt. Het advies is om deze begeleiding en behandeling op te leggen in het kader van bijzondere voorwaarden bij een (voorwaardelijke) jeugddetentie.
De jeugdreclassering heeft een briefrapportage opgemaakt, gedateerd van 25 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er zijn al voor een langere tijd zorgen over de thuissituatie van de verdachte. Hoewel duidelijk is dat de moeder haar best doet, lijkt zij onvoldoende in staat om voldoende sensitief aan te sluiten op de behoeften van de verdachte. Dit leidt bij de verdachte tot agressief en oppositioneel gedrag dat wordt aangewakkerd door mensen die haar eisend, bepalend en direct aanspreken en/of uitdagen. Aan het begin van de schorsing van de voorlopige hechtenis ging het goed met de verdachte en lukte het haar om zich aan de voorwaarden te houden. Haar gedrag is echter onlangs veranderd. De verdachte toont (opnieuw) zelfbepalend gedrag, spijbelt van school en komt te laat of niet op stage. De inzet van verschillende (vrijwillige en gedwongen) hulpverlening heeft de zorgen de afgelopen jaren nog niet kunnen doen verminderen.
Het advies van de jeugdreclassering is om de verdachte een onvoorwaardelijke leerstraf op te leggen, zodat zij leert omgaan met haar agressieproblematiek. Daarnaast is een voorwaardelijke straf nodig om ervoor te zorgen dat de verdachte start met psychomotorische therapie (PMT), er hulp komt in de thuissituatie en dat zij naar school gaat volgens het rooster. De jeugdreclassering kan erop toezien of ze hieraan meewerkt en bijsturen indien nodig.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [naam 2] , heeft ter terechtzitting aanvullend naar voren gebracht dat de verdachte niet goed in haar vel zit en weerstand biedt. De thuissituatie en de relatie van de moeder en de verdachte liggen daaraan ten grondslag. Het is daarom noodzakelijk dat er naast individuele hulp (gericht op agressieregulatie), ook hulp komt in de thuissituatie. Dit kan Fivoor bieden. Een leerstraf is eveneens helpend en passend. Het is daarnaast belangrijk dat de verdachte naar school gaat en een positieve vrijetijdsbesteding heeft. Bijzondere voorwaarden zijn nodig als stok achter de deur.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd van 4 december 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De thuissituatie van de verdachte is instabiel en wordt gekenmerkt door conflicten. De verdachte raakt hiervan snel overprikkeld, impulsief en beïnvloedbaar en dat maakt dat zij terugvalt in grensoverschrijdend gedrag. Het risico op herhaling is aanzienlijk wanneer er geen stevig en passend kader wordt ingezet. De verdachte is gebaat bij een voorspelbaarheid en structuur. Het is daarbij belangrijk dat zij ondersteund wordt bij het omgaan met haar boosheid, impulsiviteit, groepsdruk en bij het leren maken van andere keuzes in haar sociale contacten. Wanneer er meer rust ontstaat in de thuissituatie en er duidelijkheid is voor de verdachte, kan zij aan haar ontwikkeling toekomen en het risico op nieuwe incidenten verminderen.
De Raad adviseert een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf. Als bijzondere voorwaarden adviseert de Raad dat de verdachte onderwijs volgt volgens het lesrooster, meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en aan de nodige hulpverlening en dat zij zich houdt aan de meldplicht bij de jeugdreclassering.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (15 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusies van de GZ-psycholoog worden gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over. Nu bij de verdachte sprake is van psychische stoornissen die ook aanwezig waren ten tijde van het ten laste gelegde feit, acht de rechtbank de verdachte voor dit feit verminderd toerekeningsvatbaar.
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan, ook bij het jeugdstrafrecht, niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de adviezen van de deskundigen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die de jeugdreclassering heeft geadviseerd. Het voorwaardelijk deel van de voorgenomen straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte, haar belaste verleden en de instabiliteit die zij toen ervoer en nu ervaart in haar thuissituatie. Verder wordt er rekening mee gehouden dat de periode van voorarrest voor de verdachte een ingrijpende ervaring is geweest. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte de hulp en begeleiding te geven die zij nodig heeft om zich positief te ontwikkelen en haar ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen jeugddetentie zal de rechtbank gelijk houden aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, zodat zij niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis.
Naast de deels voorwaardelijke jeugddetentie ziet de rechtbank aanleiding om aan de verdachte een leerstraf in de vorm van TACt regulier op te leggen. Vanwege de zorgen over de (emotionele) vaardigheden van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat deze leerstraf van toegevoegde waarde is.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een diefstal met (bedreiging van) geweld en medeplichtigheid aan een afpersing. Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zonder verdere begeleiding wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
7. Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 30 november 2023 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van veroordeeld voor zover van belang tot een taakstaf, bestaande uit een werkstraf van 120 uren, waarvan een gedeelte groot 60 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 14 december 2023.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich allebei op het standpunt dat de proeftijd met één jaar moet worden verlengd, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat in het kader van de bijzondere voorwaarden de komende periode veel van de verdachte zal worden gevraagd.
Beoordeling
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van het vonnis van de kinderrechter en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat zij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Met de officier van justitie en de verdediging ziet de rechtbank redenen om die last niet te geven, maar in plaats daarvan de proeftijd te verlengen met één jaar.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 48, 49, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n,77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
10. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 41 (éénenveertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 14 (veertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (de jeugdreclassering) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de hulpverlening die de jeugdreclassering noodzakelijk acht, zoals hulpverlening van Fivoor of een soortgelijke instelling;
- medewerking zal (blijven) verlenen aan en zich zal inspannen voor de begeleiding door de coach van Coach-point of een soortgelijke instelling;
- gedurende de proeftijd naar school zal gaan volgens het lesrooster en zich daar actief zal inzetten;
- gedurende de proeftijd een zinvolle vrijetijdsbesteding zal hebben, in de vorm van een bijbaan of sport, en zich daar actief voor zal inzetten;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- dat de veroordeelde medewerking zal verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
legt de verdachte een leerstraf op voor de duur van 35 (vijfendertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject TACt regulier;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 30 november 2023 opgelegde werkstraf van 120 uren, waarvan een gedeelte groot 60 voorwaardelijk, met één jaar.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. M.A. van der Laan-Kuijt en D.G.J. Roset, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1zij op of omstreeks 30 december 2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdamop/aan de openbare weg, de Solislaan, in elk geval op/aan de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een jas en/of een ketting en/of een pet en/of een ring en/of een tas met inhoud (teweten onder andere een telefoon en/of een zonnebril en/of Airpods en/of eenoplader en/of passen), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer][slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd vangeweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met hetoogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bijbetrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzijde vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, doorvoornoemde [slachtoffer]- vast te pakken en/of- meermalen te slaan en/of- te schoppen en/of- meermalen naar de grond te trekken en/of te brengen en/of- dreigend de woorden toe te voegen: “we gaan jou steken” en/of “doe die jas uit endie schoenen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 30 december 2024 te Capelle aan denIJssel en/of Rotterdam op/aan de openbare weg, de Solislaan, in elk geval op/aan deopenbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een jas en/of een ketting en/of een pet en/of een ring en/of een tas met inhoud (teweten onder andere een telefoon en/of een zonnebril en/of Airpods en/of eenoplader en/of passen), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer][slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] ,gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door voornoemde [slachtoffer]- vast te pakken en/of- meermalen te slaan en/of- te schoppen en/of- meermalen naar de grond te trekken en/of te brengen en/of- dreigend de woorden toe te voegen: “we gaan jou steken” en/of “doe die jas uit endie schoenen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 december2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door- (via snapchat) met die [slachtoffer] af te spreken, en/of- met die [slachtoffer] naar de plaats delict te lopen en/of hem naar de plaats delict telokken;
2zij op of omstreeks 30 december 2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdamop/aan de openbare weg, de Solislaan, in elk geval op/aan de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas en/of een ketting en/of eenpet en/of een ring en/of een tas met inhoud (te weten onder andere een telefoonen/of een zonnebril en/of Airpods en/of een oplader en/of passen), in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde [slachtoffer] en/of een derdetoebehoorde(n) door voornoemde [slachtoffer]- vast te pakken en/of- meermalen te slaan en/of- te schoppen en/of- meermalen naar de grond te trekken en/of te brengen en/of- dreigend de woorden toe te voegen: “we gaan jou steken” en/of “doe die jas uit endie schoenen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 30 december 2024 te Capelle aan denIJssel en/of Rotterdam op/aan de openbare weg, de Solislaan, in elk geval op/aan deopenbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een jas en/of een kettingen/of een pet en/of een ring en/of een tas met inhoud (te weten onder andere eentelefoon en/of een zonnebril en/of Airpods en/of een oplader en/of passen), in elkgeval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde [slachtoffer] en/of een derdetoebehoorde(n) door voornoemde [slachtoffer]- vast te pakken en/of- meermalen te slaan en/of- te schoppen en/of- meermalen naar de grond te trekken en/of te brengen en/of- dreigend de woorden toe te voegen: “we gaan jou steken” en/of “doe die jas uit endie schoenen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 december2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door- (via snapchat) met die [slachtoffer] af te spreken, en/of- met die [slachtoffer] naar de plaats delict te lopen en/of hem naar de plaats delict telokken.