ECLI:NL:RBROT:2025:15745

ECLI:NL:RBROT:2025:15745

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 11842769 VV EXPL 25-487
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding; Cao Schoonmaak; contractwisseling; nieuwe arbeidsovereenkomst met ander schoonmaakbedrijf; wie is werkgever; artikel 7:616a BW.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11842769 VV EXPL 25-487

datum uitspraak: 18 november 2025

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. J.M.P. Franx,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,

3. [gedaagde 3] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] , Duitsland,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] , Duitsland,

(statutaire) vestigingsplaats: [vestigingsplaats 3] ,

gedaagden,

die niet zijn verschenen.

De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’, ‘ [gedaagde 1] ’, ‘ [gedaagde 2] ’, ‘ [gedaagde 3] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 4 september 2025 betekend aan [gedaagde 3] , met bijlagen;

de dagvaarding van 4 september 2025 die openbaar is betekend aan [gedaagde 1] , met bijlagen, en de publicatie van een uittreksel daarvan in de Staatscourant van 10 september 2025;

het formulier K (artikel 14 lid 1 Verordening (EU) nr. 2020/184 (‘de EU-betekeningsverordening’)) inzake de betekening van de dagvaarding aan [gedaagde 2] ;

de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiser] .

Op 24 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiser] , met een tolk in de Spaanse taal, en zijn gemachtigde.

2. Het geschil

[eiser] eist samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,:

primair,

ten aanzien van [gedaagde 2] Clean en [gedaagde 3]

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het loon van € 7.933,62 bruto en de vakantietoeslag van € 1.244,75 bruto;

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen het maandelijkse loon vanaf 1 juli 2025 te betalen;

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen de salarisspecificaties over de periode 1 december 2024 tot en met 30 juni 2025 te overleggen op straffe van een dwangsom;

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen de salarisspecificaties vanaf 1 juli 2025 te overleggen op straffe van een dwangsom;

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen in de kosten die zijn gemaakt in verband met de buitenlandse betekening, met de wettelijke rente;

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de nakosten, met rente;

ten aanzien van [gedaagde 2]

[gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging;

[gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente;

[gedaagde 2] te veroordelen tot het opnieuw registreren van [eiser] bij het pensioenfonds en zorg te dragen voor correctie van het ten onrechte niet-opgebouwde pensioen, op straffen van een dwangsom;

[gedaagde 2] te veroordelen hiervan bewijsstukken te overleggen, op straffe van een dwangsom;

subsidiair

ten aanzien van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het loon van € 7.933,62 bruto en de vakantietoeslag van € 1.244,75 bruto;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen het maandelijkse loon vanaf 1 juli 2025 te betalen;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen de salarisspecificaties over de periode 1 december 2024 tot en met 30 juni 2025 te overleggen op straffe van een dwangsom;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen de salarisspecificaties vanaf 1 juli 2025 te overleggen op straffe van een dwangsom;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de kosten die zijn gemaakt in verband met de buitenlandse betekening, met de wettelijke rente;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de nakosten, met rente;

ten aanzien van [gedaagde 1]

[gedaagde 1] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging;

[gedaagde 1] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente;

[gedaagde 1] te veroordelen tot het opnieuw registreren van [eiser] bij het pensioenfonds en zorg te dragen voor correctie van het ten onrechte niet-opgebouwde pensioen, op straffen van een dwangsom;

[gedaagde 1] te veroordelen hiervan bewijsstukken te overleggen, op straffe van een dwangsom.

[eiser] baseert zijn vordering op het volgende. [eiser] had sinds 10 oktober 2018 een arbeidsovereenkomst met [bedrijf X] . in de functie van Kamermeisje. Op de arbeidsovereenkomst is de collectieve arbeidsovereenkomst in het Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf (hierna: cao Schoonmaak) van toepassing. [eiser] verrichtte de schoonmaakwerkzaamheden bij [gedaagde 3] in Rotterdam. [gedaagde 3] heeft per 1 september 2024 de schoonmaakovereenkomst met [bedrijf X] . opgezegd. De schoonmaakwerkzaamheden bij [gedaagde 3] zijn daarna overgenomen door [gedaagde 2] .

[eiser] heeft een nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (dezelfde functie en dezelfde locatie) gesloten met [gedaagde 1] . De arbeidsovereenkomst is ingegaan op 1 december 2024. Volgens [eiser] heeft hij nog even gewerkt bij [gedaagde 3] , maar werd hem in maart 2025 de toegang tot de schoonmaakwerkzaamheden bij [gedaagde 3] ontzegd. [eiser] heeft zich beschikbaar gehouden voor de bedongen arbeid maar geen loon ontvangen sinds 1 januari 2025. Hij wil dat het (achterstallige) loon en vakantietoeslag wordt betaald vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente. Verder wil hij (onder meer) de loonspecificaties ontvangen, dat hij weer wordt aangemeld bij Pensioenfonds Schoonmaak en dat daarvan een bewijs wordt verstrekt, een en ander op straffe van een dwangsom.

Gedaagden zijn niet verschenen en hebben dus geen verweer gevoerd.

3. De beoordeling

Verstek

Tegen de niet verschenen gedaagden wordt verstek verleend. Wat betreft [gedaagde 1] geldt in dat verband het volgende. [gedaagde 1] is opgeroepen door de dagvaarding in Duitsland te laten betekenen overeenkomstig de bepalingen in de EU-betekeningsverordening. Een bewijs dat de dagvaarding is betekend in Duitsland (formulier K) is echter niet overgelegd zodat niet duidelijk is of het stuk [gedaagde 1] (tijdig) heeft bereikt. Artikel 22 lid 1 EU-betekeningsverordening bepaalt dat de rechter in dat geval zijn beslissing aanhoudt totdat is gebleken dat de betekening of kennisgeving van het stuk respectievelijk de afgifte ervan voldoende tijdig is geschied zodat, in dit geval, [gedaagde 1] de gelegenheid heeft gehad zich te verweren.

De rechter kan desondanks in gemotiveerde spoedeisende gevallen voorlopige of bewarende maatregelen bevelen (artikel 22 lid 3 EU-betekeningsverordening). Dat doet zich hier voor. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij een beslissing op zijn vordering. Dit volgt uit de aard van de zaak (loonvordering). Daarnaast acht de kantonrechter van belang dat de stukken zowel per aangetekende post als per UPS koerier aan [gedaagde 1] zijn verzonden en dat [gedaagde 1] zekerheidshalve ook bij openbaar exploot is opgeroepen.

[gedaagde 1] is werkgever

[eiser] is in de eerste plaats van mening dat formeel gezien, [gedaagde 2] zijn werkgever is. Op basis van artikel 44 lid 2 cao Schoonmaak, was [gedaagde 2] verplicht om aan alle werknemers die op het moment van contractwisseling werkzaam waren op het object en die aan de gestelde voorwaarden voldeden, een arbeidsovereenkomst aan te aanbieden. [gedaagde 2] wenste de werknemers echter niet over te nemen. Daarop heeft [gedaagde 1] vervolgens in januari 2024 de medewerkers waaronder [eiser] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden met behoud van de bestaande arbeidsvoorwaarden zoals die bij [bedrijf X] golden. [eiser] die geen Nederlands of Engels spreekt, is ten tijde van deze overgang niet gewezen op zijn rechten onder de cao Schoonmaak en heeft een contract met [gedaagde 1] ondertekend. [eiser] stelt dat als hij wel op zijn rechten was gewezen, hij in dienst zou zijn getreden bij [gedaagde 2] omdat deze verplicht was om hem een arbeidsovereenkomst aan te bieden. In het kader van het kort geding met beperkte bewijsmogelijkheden kan echter niet worden vastgesteld dat [gedaagde 2] in deze is aan te merken als de formeel werkgever van [eiser] . Hiertoe dient een bodemprocedure te worden geëntameerd. De primaire vordering tegen [gedaagde 3] hangt samen met de vordering tegen [gedaagde 2] . Omdat vooralsnog onvoldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde 2] formeel werkgever is van [eiser] houdt ook de vordering tegen a&o geen stand. Voldoende staat wel vast dat [eiser] met [gedaagde 1] een arbeidsovereenkomst heeft en dat [gedaagde 1] is aan te merken als werkgever.

Gelet op het voorgaande wordt de primaire vordering van [eiser] afgewezen en komt de kantonrechter toe aan de subsidiaire vordering van [eiser] .

[gedaagde 1] zal op basis van de arbeidsovereenkomst met [eiser] worden veroordeeld tot betaling van het (achterstallige) loon en vakantiegeld vermeerderd met de wettelijke rente. De wettelijke verhoging wordt toegewezen over het loon en vakantiegeld tot en met juni 2025. Voor toewijzing bij voorbaat van de wettelijke verhoging over het toekomstige loon bestaat in het kader van dit kort geding geen aanleiding, zodat dit zal worden afgewezen. Verder moet [gedaagde 1] de gevorderde loonspecificaties verstrekken over de periode 1 december 2024 tot en met 30 juni 2025 onder de bepaling dat dit binnen vier weken na de datum van dit vonnis moet gebeuren. Hieraan wordt een dwangsom verbonden van € 50,- per dag met een maximum van € 2.000,- . De vordering tot het overleggen van loonspecificaties vanaf 1 juli 2025 wordt eveneens toegewezen maar zonder de gevorderde dwangsommen. Het gaat hier om toekomstige loonspecificaties. Ook daar wordt niet op voorhand al een dwangsom aan verbonden. Ook is niet duidelijk binnen welke termijn deze specificaties moeten worden verstrekt.

De vordering jegens [gedaagde 1] tot het opnieuw registreren van [eiser] bij het pensioenfonds en zorg te dragen voor correctie van het ten onrechte niet opgebouwde pensioen wordt toegewezen onder de bepaling dat dit binnen vier weken na de datum van het vonnis moet gebeuren. Hieraan wordt een dwangsom verbonden van € 50,- per dag met een maximum van € 2.000,-. Hiervan moet [gedaagde 1] bewijsstukken overleggen. Er wordt geen afzonderlijke dwangsom aan deze veroordeling verbonden nu niet duidelijk is aangegeven welke bewijsstukken dit betreft.

[gedaagde 2] is aansprakelijk voor betaling van het loon inclusief vakantiegeld van [eiser]

heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde 2] aansprakelijk is voor betaling van loon op basis van ketenaansprakelijkheid (artikel 7:616a BW). De arbeid werd immers verricht in dienst van [gedaagde 1] ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht van [gedaagde 2] . [gedaagde 2] zal gelet daarop hoofdelijk worden veroordeeld het loon inclusief vakantiegeld te betalen.

[gedaagde 2] hoeft geen loonspecificaties te verstrekken. Die verplichting rust alleen op de werkgever (artikel 7:626 BW). Die vordering van [eiser] wordt dus afgewezen.

Betekeningskosten

[eiser] wil ook dat AHG en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de kosten in verband met de vertaling, verzending per koerier, aangetekende verzending en verzending per koerier en betekening / kennisgeving in Duitsland. [eiser] heeft deze kosten echter niet gespecificeerd en voorzien van facturen of betalingsbewijzen. Die vordering wordt daarom als onvoldoende bepaald c.q. onderbouwd afgewezen.

Proceskosten

De kantonrechter zal [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ambtshalve hoofdelijk, dus wanneer de een betaalt de ander daarvan is bevrijd, veroordelen in de proceskosten, omdat zij (voor het grootste deel) ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan [eiser] moeten betalen op € 90,- aan griffierecht en € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dit is in totaal € 768,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als het vonnis wordt betekend.

De kosten in verband met de openbare betekening van de dagvaarding van € 144,47 en € 10,- voor de publicatie in de Staatscourant zijn gemaakt ten behoeve van [gedaagde 1] zodat alleen [gedaagde 1] in deze kosten zal worden veroordeeld.

Uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, dat wanneer de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan [eiser] te betalen € 7.933,62 bruto en de vakantietoeslag van € 1.244,75 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over voornoemde bedragen vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde 1] om binnen vier weken na de datum van dit vonnis aan [eiser] de loonspecificaties over de maanden 1 december 2024 tot en met 30 juni 2025 te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag voor iedere dag dat [gedaagde 1] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.000,-;

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, dat wanneer de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan [eiser] te betalen het loon van € 1.322,27 bruto per maand vanaf 1 juli 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde 1] en [eiser] zal zijn geëindigd, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling en veroordeelt [gedaagde 1] daarvan de loonspecificaties te verstrekken;

veroordeelt [gedaagde 1] om binnen vier weken na de datum van het vonnis [eiser] opnieuw te registreren bij Pensioenfonds Schoonmaak en zorg te dragen voor correctie van het ten onrechte niet-opgebouwde pensioen, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag voor iedere dag dat [gedaagde 1] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.000,- en veroordeelt [gedaagde 1] om bewijsstukken te overleggen dat zij aan deze verplichtingen heeft voldaan;

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, dat wanneer de een betaalt de ander daarvan is bevrijd, in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 768,-;

veroordeelt [gedaagde 1] in de kosten van de openbare betekening van de dagvaarding van € 154,47;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Willemsen en in het openbaar uitgesproken.

540

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?