beslissing
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer : ROT 23/618 en ROT 22/80 / 692269 HA RK 25-16
Beslissing van 9 januari 2025
op het verzoek van:
mr. Y.E. Schuurmans,
rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, team Bestuur 1 (hierna: de rechter), ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[appellant] , wonende te Leiden, appellant,
en
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
gevestigd te 's-Gravenhage, verweerder.
1. Het procesverloop en de processtukken
Bij de rechter zijn in behandeling de zaken tussen appellant en verweerder met kenmerk ROT 23/618 en ROT 22/80 (de hoofdzaken). Deze hoofdzaken gaan (elk) over een verzoek tot openbaarmaking op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (thans: de Wet Open Overheid) van bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties berustende informatie over door het Huis voor Klokkenluiders ingeschakelde juridische dienstverlening. De mondelinge behandeling van de hoofdzaken staan gepland op dinsdag 14 januari 2025.
Op 8 januari 2025 heeft de rechter, als lid van de meervoudige kamer die de zaken op 14 januari a.s. zal behandelen, een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2. Het verzoek
De rechter heeft haar verzoek tot verschoning als volgt toegelicht.
De rechter heeft in 2027 in haar functie als hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden op verzoek en tegen betaling juridisch advies verstrekt aan de voorzitter van het Huis voor Klokkenluiders. Dat verzoek had betrekking op de
Zaaknummer / rekestnummer : ROT 23/618 en ROT 22/80 / 692269 HA RK 25-16 Uitspraak : 9 januari 2025
2
beslismomenten in het onderzoek dat het Huis voor Klokkenluiders verricht, de mate waarin dat appellabele besluiten betreffen en welke medewerkers bevoegd zijn de eed of belofte af te nemen. Nu er in de hoofdzaak discussie bestaat over de reikwijdte van het verzoek op basis van de Wet Open Overheid en de volledigheid van de door verweerder verstrekte overzichten en informatie, verzoekt de rechter om zich van de zaak te mogen verschonen.
De rechter is geen advocaat en heeft het advies in 2017 verstrekt, maar vindt dat elke schijn van het ontbreken van onbevangenheid moet worden voorkomen.
3. De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
De door de rechter aangevoerde feiten en omstandigheden, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, leveren naar het oordeel van de verschoningskamer een zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor onder 3.3. bedoeld.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
4. De beslissing
De rechtbank wijst toe het verzoek van mr. Y.E. Schuurmans om zich in.de bestuursrechtelijke procedures van [appellant] als appellant en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als verweerder met kenmerk ROT 23/618 en ROT 22/80 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. A.J.P. van Essen en mr.
A. Verweij, rechters, in het bijzijn van mr. E.E.F. Bronkhorst, griffier, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 9 januari 2025.