ECLI:NL:RBROT:2025:15789

ECLI:NL:RBROT:2025:15789

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-08-2025
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 10/119779-25; 01/072834-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van grote hoeveelheid MDMA. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd 2 jaren met daaraan gekoppeld enkele (bijzondere) voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/119779-25; 01/072834-21 (TUL)

Datum uitspraak: 6 augustus 2025

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] , [postcode] [plaatsnaam] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P.L. van Montfoort heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het over de verdachte opgemaakte rapport van 9 juli 2025;

- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 01/072834-21.

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 17 april 2025 te Waalwijk,in elk geval Nederland,opzettelijkheeft vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 42 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van diewet;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu hem een beroep op psychische overmacht toekomt. De verdachte werd met een pistool op zijn hoofd onder druk gezet om de drugs te vervoeren. Daarnaast werd hem gezegd dat zijn familie het moest ontgelden als hij de drugs niet zou vervoeren.

Beoordeling

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht moet sprake zijn van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden. Het enige aanknopingspunt betreft de door de verdachte afgelegde verklaring bij de politie dat hij onder druk gezet zou zijn. Dit is echter onvoldoende concreet en overigens voor de politie ook niet verifieerbaar. Daarmee is onvoldoende aannemelijk geworden dat de omstandigheden waaronder de verdachte de MDMA heeft vervoerd zodanig waren dat daarbij sprake was van een van buiten komende drang waaraan hij redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden. Het verweer wordt daarom verworpen.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van een grote hoeveelheid MDMA. Het is algemeen bekend dat de handel in harddrugs gepaard gaat met vele andere vormen van (zware) criminaliteit, waaronder geweld en ondermijning. Tegen dit soort strafbare feiten dient daarom streng en consequent te worden opgetreden. Daarnaast zijn drugs slecht voor de volksgezondheid en is de productie ervan gevaarlijk voor de omgeving en slecht voor het milieu. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van die negatieve effecten.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 juni 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, maar niet binnen een voorafgaande periode van vijf jaren.

Rapportages

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 juli 2025. Dit rapport houdt – kort gezegd – het volgende in.

De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. Zij ziet het psychosociaal functioneren als grootste risicofactor. Er is sprake van een licht verstandelijke beperking en beperkte copingvaardigheden in stressvolle situaties en het onvermogen om grenzen te stellen. Het bieden van forensisch ambulante begeleiding om de verdachte te kunnen laten ventileren, handelingsalternatieven te bieden en te herhalen en het stabiliseren van praktische leefgebieden zoals financiën en dagbesteding is daarom geïndiceerd. Naast forensisch ambulante begeleiding acht de reclassering het volgen van een sociale vaardigheden training passend om zijn sociale netwerk in kaart te brengen, risico's hieromtrent te bespreken alsmede het leren grenzen te stellen. Zij adviseert dan ook om in eerste instantie in te zetten op forensisch ambulante begeleiding en een training om risicofactoren vanuit de leefsituatie te verminderen. Tegelijkertijd acht de reclassering het van belang om binnen het toezicht de mogelijkheid open te hebben om op te schalen naar een vorm van begeleid wonen, mocht blijken dat de ambulante ondersteuning onvoldoende toereikend is om risico's te verlagen en stabiliteit aan te brengen. Zij adviseert daarom ook de bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling en begeleid woning/maatschappelijke opvang.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het bewezen feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur daarvan acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Omdat de reclassering gemotiveerd oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert, ziet de rechtbank aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte aanleiding een lagere straf op te leggen dan zoals door de officier van justitie is geëist. De rechtbank houdt daarmee rekening met de door de reclassering beschreven (beperkte) cognitieve vermogens van de verdachte en het (on)vermogen van de verdachte om de gevolgen van zijn handelen te overzien.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

8. In beslag genomen voorwerpen

Standpunten officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen geldbedragen ter hoogte van in totaal €1.055,- verbeurd te verklaren.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

De in beslag genomen geldbedragen, in totaal ter hoogte van €1.055,- zullen worden verbeurd verklaard. De geldbedragen zijn door middel van het strafbare feit verkregen.

9. Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 17 oktober 2022 van de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant is de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met een proeftijd van 3 jaar. De proeftijd is ingegaan op 1 november 2022.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tenuitvoerlegging volledig ten uitvoer te leggen.

De verdediging heeft primair verzocht tot afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging. De verdediging heeft subsidiair verzocht de resterende gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.

Beoordeling

Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van het vonnis van 28 april 2023 en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan dat vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Gelet op het feit dat de verdachte in het overgrote deel van zijn proeftijd niet in aanraking is gekomen met politie en justitie, ziet de rechtbank aanleiding om slechts een gedeelte, te weten twee weken, van de voorwaardelijk opgelegde staf ten uitvoer te leggen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze als hiervoor omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 28 april 2023 van de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van: 2 (twee) weken;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging voor het overige;

gelast de verbeurdverklaring van:

- geldbedrag €5,- (Goednr. G6945502)

- geldbedrag €1.050,- (Goednr. G6945503)

Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. M. van Zinnen en A.P. Hameete, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 17 april 2025 te Waalwijk,in elk geval Nederland,opzettelijkheeft vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 42 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van diewet;

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.F. Smulders

Griffier

  • mr. E.P. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand