ECLI:NL:RBROT:2025:15792

ECLI:NL:RBROT:2025:15792

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-07-2025
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 10/219956-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Zeden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd 2 jaren met daaraan gekoppeld enkele (bijzondere) voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/219956-23

Datum uitspraak: 22 juli 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1960,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:[adres], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. F. Laros, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juli 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Aandewiel heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende steunbewijs aanwezig is in het dossier om tot een veroordeling te kunnen komen.

Beoordeling

Zedenzaken kenmerken zich door het feit dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de veronderstelde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de enkele verklaring van een getuige (het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan echter in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs, in combinatie met de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer, wel voldoende wettig bewijs van het ten laste gelegde opleveren.

Het slachtoffer heeft verklaard dat haar grootvader haar sinds haar achtste/negende jaar misbruikt heeft als haar grootmoeder niet thuis was. Dit is volgens haar voor het laatst gebeurd op 18 maart 2023 toen zij veertien jaar oud was. Zij heeft over dit laatste incident een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd. Zij beschrijft dat de verdachte haar heeft gezoend, haar heeft betast bij haar borsten en daaraan heeft gelikt en dat hij haar heeft betast bij haar vagina. Dit heeft zij de dag daarop verteld aan de maatschappelijk werkster van haar school. Die heeft vervolgens actie ondernomen door contact met haar moeder op te nemen. Vervolgens is de politie is ingeschakeld en is een forensisch medisch onderzoek ingesteld aan het lichaam van het slachtoffer door middel van een daarvoor bestemde zedenbemonsterinsgset. Uit dat onderzoek volgt dat er DNA-materiaal afkomstig van de verdachte is aangetroffen op de rechterborst van het slachtoffer.

Ter terechtzitting is de verdachte geconfronteerd met de resultaten van het DNA-onderzoek. De verdachte verklaarde daarop dat hij weleens haar was opvouwt en dat wellicht daardoor zijn DNA-materiaal op haar lichaam terecht zou kunnen zijn gekomen. Deze verklaring acht de rechtbank niet aannemelijk. Temeer nu de plek waar het DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen exact overeenkomt met de eerder afgelegde verklaring van het slachtoffer over waar zij betast zou zijn. De rechtbank verwerpt het verweer van eventuele secundaire DNA-overdracht dan ook.

Het jarenlange misbruik dat het slachtoffer beschrijft, is niet ten laste gelegd. De rechtbank staat daarom alleen voor de vraag of het incident op 18 maart 2023 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De verklaringen van het slachtoffer zijn gedetailleerd en consistent. Zij worden ondersteund door de verklaringen van haar moeder en de maatschappelijk werkster van haar school die op gedetailleerde punten met elkaar overeenstemmen. De rechtbank ziet mede door de ondersteuning van de resultaten van het DNA-onderzoek geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid de verklaring van het slachtoffer en gaat daarom bij de beoordeling uit van de juistheid daarvan.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of deze handeling van de verdachte kan worden aangemerkt als een ontuchtige handeling. Van ontucht is sprake als een handeling kan worden aangemerkt als een seksuele handeling die in strijd is met de sociaal-ethische norm. Daarbij zijn de omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld een (ongelijkwaardige) verhouding tussen de betrokken personen, van belang. Er is geen enkele twijfel dat sprake is van het plegen van ontuchtige handelingen wanneer een grootouder zijn kleindochter van 14 jaar zoent en haar aanraakt bij haar borsten en vagina. Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, leidt tot het oordeel dat de verdachte ontuchtige handelingen met het slachtoffer heeft gepleegd, door haar op bovengenoemde plekken te betasten.

Conclusie

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2023 te Rotterdam,met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nogniet had bereikt,buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (meermalen)- zoenen van haar en/of- betasten van en/of likken aan haar borst(en) en/of- betasten van haar schaamstreek en/of venusheuvel

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft met de bewezen verklaarde handelingen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van zijn toen veertienjarige kleindochter. Hij heeft zijn kleindochter gezoend, haar borsten betast en daaraan gelikt en haar vagina betast.

In zijn algemeenheid worden deze handelingen door een slachtoffer als (zeer) ingrijpend en traumatisch ervaren. Minderjarigen bevinden zich nog in de fase van hun (psycho-)seksuele ontwikkeling en de verdachte heeft met zijn handelen de normale seksuele ontwikkeling verstoord. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en hij heeft de bevrediging daarvan vooropgesteld. Hij heeft zich niet bekommerd om de (ernstige) gevolgen die deze gedragingen (ook op latere leeftijd) voor zijn kleindochter zouden kunnen hebben. De verdachte heeft daarnaast misbruik gemaakt van zijn positie als grootouder. Zijn kleindochter had zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. Bovenal heeft de verdachte in zijn verhoren, noch op de terechtzitting enige verantwoording voor zijn handelen genomen. De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 maart 2025. Dit rapport houdt – kort gezegd – het volgende in.

De reclassering kan het recidiverisico niet inschatten. Bij een veroordeling adviseert zij

een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Door de ontkennende houding van de verdachte en het gebrek aan volledig zicht op meerdere leefgebieden heeft de reclassering geen compleet en helder beeld van de aard van de risico’s. Hierdoor kan zij ook niet inschatten of zij uitvoering kan geven aan een effectief toezicht. De verdachte heeft zich wel bereidwillig verklaard om mee te werken aan de voorwaarden die door de reclassering noodzakelijk worden geacht. Hierdoor ziet de reclassering enigszins mogelijkheden om een traject met reclasseringsbelang en bijzondere voorwaarden te starten. Echter, vraagt de reclassering zich af gezien de houding- en de leeftijd van betrokkene of er verbeteringen in cognitie en gedrag middels (behandel)interventies bereikt kunnen worden.

Het is voor de reclassering ook niet duidelijk of de verdachte bij eventuele gesprekken openheid van zaken zal geven met betrekking tot het seksueel grensoverschrijdende gedrag, binnen het reclasseringstoezicht en de behandeling. Hierdoor zal een langere tijd nodig zijn om inzicht te krijgen in het gedrag van betrokkene en dus ook langere tijd om te kunnen werken aan gedragsverandering.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het bewezen feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur daarvan acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Omdat de reclassering gemotiveerd oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert, ziet de rechtbank aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het tevens opleggen van de in het reclasseringsadvies genoemde bijzondere voorwaarden contactverbod / locatieverbod / vermijden contact met minderjarigen aangezien sinds het ten laste gelegde geen ongewenste contacten met het slachtoffer, of met andere minderjarigen, hebben plaatsgevonden.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 maart 2023 te Rotterdam,met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nogniet had bereikt,buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (meermalen)- Zoenen van haar en/of- betasten van en/of likken aan haar borst(en) en/of- betasten van haar schaamstreek en/of venusheuvel;( art 247 Wetboek van Strafrecht )

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.P. Hameete

Griffier

  • mr. E.P. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand