ECLI:NL:RBROT:2025:15793

ECLI:NL:RBROT:2025:15793

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-07-2025
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 10/254957-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Zeden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht, seksueel binnendringen van het lichaam. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd 3 jaren met daaraan gekoppeld enkele (bijzondere) voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/254957-23

Datum uitspraak: 22 juli 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum 1] 1966,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:[adres], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. R.G. van der Laan, advocaat te Leiden.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juli 2025.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De tenlastelegging is gebaseerd op de wetsartikelen zoals die luidden tot 1 juli 2024.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging stelt dat de verklaringen van de aangeefster primair op essentiële onderdelen onaannemelijk en ongeloofwaardig zijn en niet als bewijs kunnen worden gebezigd. Subsidiair stelt zij dat sprake is van sterke contra-indicaties. Daarnaast is er onvoldoende steunbewijs. Wat de verdediging betreft is onvoldoende wettig dan wel overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten en verzoekt zij verdachte vrij te spreken.

Beoordeling

Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door de aanwezigheid van slechts twee personen bij de veronderstelde handelingen: de vermeende dader en het vermeende slachtoffer. Ook in deze zaak is dat het geval.

Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering

(hierna: Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring is steunbewijs nodig, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met betrouwbare verklaringen van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Uitgangspunt voor dit vereiste van steunbewijs is dat niet voor alle onderdelen van de tenlastelegging steunbewijs aanwezig hoeft te zijn. Het gaat erom dat in elk geval een deel van de feiten en omstandigheden die in de aangifte worden genoemd ondersteuning vindt in één of meer andere bewijsmiddelen.

Aangeefster heeft op meerdere momenten een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd. Dat heeft zij niet alleen bij de politie gedaan, maar ook op verschillende momenten bij haar vriend, buurvrouw en moeder. Tijdens het informatief gesprek op 11 februari 2021 verklaarde aangeefster dat zij seksueel is misbruikt door de verdachte. Tijdens haar aangifte op 3 maart 2021 verklaarde zij wederom dat ze is misbruikt. Aangeefster verklaarde toen: “Ik ben seksueel misbruikt, ik ben verkracht en daarvan doe ik aangifte. Dat is mij overkomen en het was al een tijdje terug. Ik was 13 en ik heb even teruggekeken in mijn informatie omdat ik wilde kijken of alles klopte wat ik verteld had. Ik heb mijn oude agenda gevonden en die heb ik ook meegenomen. Ik weet nog dat het een week voordat ik voor het eerst ongesteld werd, was gebeurd. In mijn agenda zag ik dat mijn eerste menstruatie was op 18 oktober 2016.”

Voorts heeft aangeefster verklaard dat ze vaak stoeide met de verdachte en dat hij haar wel eens kneep en vaak haar borsten aanraakte. Aangeefster heeft dit een eerste keer in het bijzijn van de buurvrouw aan haar moeder verteld. Aangeefsters moeder heeft vervolgens met de verdachte gesproken. Aangeefster verklaart dan: “Hij zei dat hij dit dat nooit zou kunnen doen bij zijn dochter, ik voelde me helemaal schuldig omdat ik hem vals beschuldigd had want hij ging helemaal huilen dat hij dat nooit bij zijn dochter zou kunnen doen, en ik had ook helemaal geen bewijs. Hij zei dat het gewoon vriendschappelijk was (…). Ik had ook mijn excuses aangeboden want ik wilde niet dat het uit de hand zou lopen, ik wilde het gewoon tegen mijn moeder zeggen omdat ik er zo over dacht. Doordat hij zich zo ging verdedigen zag ik dat mijn moeder aan mij ging twijfelen en daardoor zei ik: 'Laat maar". Mijn buurvrouw [naam] zat ook bij dat gesprek.” Aangeefster doet later voor een tweede keer haar verhaal bij de buurvrouw. De buurvrouw heeft over de tweede keer verklaard dat aangeefster toen zei dat ze bang was om niet geloofd te worden. Mede gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aangeefster angstig was om hierover te praten.

Aangeefster heeft in haar verklaringen meerdere situaties specifiek genoemd waarin het misbruik gebeurde. Tijdens het misbruik zou haar moeder ook in het bed hebben gelegen en niks hebben gemerkt omdat ze lag te slapen. Aangeefster heeft verklaard waarom haar moeder niks merkte: “(…) mijn moeder nam vaak slaappillen (…) Mijn ma werd dan ook niet wakker eigenlijk.”

Over het vingeren op de bank verklaarde aangeefster dat ze een hoekbank hadden waar je op kunt liggen. Ze verklaarde dat daar een deken lag en dat het altijd onder de deken gebeurde als hij met zijn vinger aan haar clitoris zat.

Verder verklaarde aangeefster dat ze er niks van zei, gewoon stil bleef liggen en deed of er niets gebeurd was. Dat alles gewoon goed zou komen alsof het niet gebeurd was. Dat ze kon blijven doen of het haar vader was en dat alles gewoon goed zou komen. Daarnaast heeft ze tevens verklaard dat ze schrok toen ze de vinger van de verdachte op haar clitoris voelde en wilde gaan schreeuwen, maar bevroor. Ze verklaarde dat ze wel wat wilde zeggen, maar niets kon zeggen: “Ik leek wel een pop of zo. Alsof er met mij gespeeld werd en ik kon niets doen.”

Zowel bij het informatieve gesprek als in haar aangifte, aanvullende aangifte en verklaringen bij haar vriend, buurvrouw en moeder heeft zij zeer uitgebreid, gedetailleerd, en consistent verklaard over waar en hoe de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en om welke handelingen het ging. De rechtbank acht haar verklaringen daarom betrouwbaar.

Daarnaast zijn er andere bewijsmiddelen, namelijk de verklaring van de verdachte, de spraakmemo en de verklaring van de moeder, die de verklaring van de aangeefster ondersteunen. Allereerst blijkt uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat hij met aangeefster in één bed en naast haar op de bank heeft gelegen ten tijde van de ten laste gelegde periode.

Voorts blijkt uit de spraakmemo van een opgenomen gesprek tussen de verdachte en aangeefster dat de verdachte meerdere malen sorry zegt tegen aangeefster en tevens aangeeft het zich niet meer te herinneren. Aangeefster vraagt dan expliciet of hij zich niks herinnerde en daar antwoordde hij ontkennend op. Als aangeefster vraagt hoe je zoiets niet kan herinneren, verklaart de verdachte dat het komt door zijn suiker. Ter terechtzitting is de verdachte hiernaar gevraagd en heeft hij verklaard dat dit niet klopt. De verdachte verklaarde ter terechtzitting dat hij tijdens voornoemd gesprek waarvan de spraakmemo is opgemaakt niet zou hebben verklaard dat hij zich niks meer kan herinneren door zijn suikerziekte. De verdachte verklaarde ter terechtzitting dat hij daarentegen alles nog heel goed herinnert op zijn leeftijd en dat hij het niet heeft gezegd. Als de rechtbank hem ter terechtzitting nogmaals voorhoudt dat de spraakmemo een uitwerking is van het opgenomen gesprek met aangeefster, ontkent hij wederom stellig. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring ter terechtzitting tegenstrijdig is met de uitgewerkte spraakmemo.

Op de vraag van de rechtbank waarom de verdachte dan blijkens de spraakmemo meerdere malen ‘sorry’ en ‘het spijt me’ zegt, voert de verdediging aan dat de verdachte geen sorry zegt voor wat hij heeft gedaan, maar voor de situatie.

De moeder van aangeefster heeft verklaard dat zij de verdachte alleen heeft gesproken nadat haar dochter alles had verteld. De moeder verklaarde dat hij begon te huilen en sorry tegen haar zei. De moeder heeft daarna blijkens haar verklaring gevraagd waarom hij dit met aangeefster heeft gedaan. Hij zei volgens de moeder: “sorry ik denk dat ik hulp moet zoeken bij een kerk.” Als de verdachte dit ter terechtzitting wordt voorgehouden, dan ontkent hij wederom en zegt hij dat hij dit niet tegen haar heeft gezegd.

Op grond van het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, waaronder het meerdere malen ‘sorry zeggen’ tegen aangeefster, stelt de rechtbank vast dat verdachte sorry heeft gezegd voor zijn handelen en niet enkel voor de situatie zoals door de verdediging wordt betoogd.

De rechtbank stelt voorop dat gelet op het voorgaande zij van oordeel is dat de verklaring van de aangeefster in voldoende mate wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier. Met betrekking tot de wijze waarop het misbruik heeft plaatsgevonden gaat de rechtbank daarom uit van hetgeen de aangeefster daarover heeft verklaard.

Met inachtneming van het voorgaande acht de rechtbank op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn stiefdochter in de periode van 11 oktober 2016 tot en met 6 juli 2018 te Hoogvliet meerdere malen heeft misbruikt op de wijze zoals primair ten laste is gelegd. Het misbruik heeft mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam door met de vingers wrijven over de vagina en de clitoris en tussen de schaamlippen en het brengen en houden van zijn tong bij en tussen de schaamlippen van de vagina en het likken van en zuigen aan de borsten en tepels en het houden van de penis tegen de anus en wrijven over de anus en het brengen van de penis in de anus van de aangeefster.

Conclusie

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hijop één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 11 oktober 2016 tot en met 6juli 2018te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,met een kind dat hij heeft verzorgd of heeft opgevoed als behorende tot zijn gezinen/of een aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog nietdie van zestien jaren had bereikt,buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of medebestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], teweten het meermalen, althans eenmaal- met de vinger(s) wrijven over de vagina en/of de clitoris en/of bij en/of tussen deschaamlippen en/of- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, tong bij en/of tussen de schaamlippenvan de vagina en/of- likken van/aan de borsten en/of van/aan de tepels en/of zuigen aan de borst(en)en/of- houden van de penis tegen de anus en/of wrijven over de anus en/of- brengen/houden van de penis in de anus;

5. Strafbaarheid feit

Het (primair) bewezen feit levert op:

met een kind dat dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin en een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig zedendelict door zijn minderjarige stiefdochter in haar thuissituatie, dus in haar veilige omgeving meermalen te misbruiken. Het misbruik heeft thuis plaatsgevonden, waar zij als kind woonde en opgroeide en moest kunnen vertrouwen op haar stiefvader. Hij heeft haar gedurende een periode van bijna twee jaren meerdere malen misbruikt, door onder andere bij haar seksueel binnen te dringen.

De verdachte heeft daarmee misbruik gemaakt van de tussen hem en de aangeefster bestaande vertrouwensrelatie. De verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en emotionele integriteit van de aangeefster, iets waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Door zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de beschadiging van een jeugdig persoon.

In dat verband overweegt de rechtbank dat buiten kijf staat dat jonge slachtoffers van seksueel misbruik nog geruime tijd worden geconfronteerd met de gevolgen. Ook op latere leeftijd kunnen slachtoffers nog last krijgen van hetgeen hen is overkomen. De aangeefster heeft in haar slachtofferverklaring treffend verwoord wat de gevolgen voor haar en haar familie zijn en dat zij EMDR-therapie zal gaan krijgen om deze gebeurtenissen te verwerken.

Afgezien van het feit dat kinderen van dit soort handelingen verschoond behoren te blijven, is dit ook voor de moeder in kwestie een zeer moeilijke situatie. De rechtbank rekent de verdachte voornoemd feit zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juni 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportages

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 januari 2025. Dit rapport houdt – kort gezegd – het volgende in.

De reclassering schat het recidiverisico laag in. De verdachte is, ook na het ten laste gelegde, niet in beeld bij justitie. De reclassering merkt op dat de verdere persoonlijke omstandigheden van de verdachte zonder opmerkelijke problematiek verlopen. Zo is zijn situatie qua huisvesting, dagbesteding en financiën stabiel en is hij zonder bijzonderheden opgegroeid. De verdachte heeft tot op heden een hechte band met zijn kinderen en kleinkinderen. De verdachte heeft geen daadwerkelijk sociaal netwerk daarbuiten maar ervaart dat niet als een gemis. Verder lijkt er geen sprake te zijn van problematiek qua middelengebruik en psychische problematiek. Wel is er sprake van fysieke en enkele seksuele beperkingen door met name diabetes en kan gelet op het ten laste gelegde seksuele problematiek en/of problematiek anderszins niet worden uitgesloten.

Aangezien de reclassering een terugval in het gedrag niet kan uitsluiten, acht zij gelet op de ernst van het ten laste gelegde en de risico's klevend aan een terugval in dergelijk gedrag, een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd, gekoppeld aan een proeftijd en de bijzondere voorwaarden meldplicht en een ambulante behandeling.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Omdat de reclassering gemotiveerd oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert, ziet de rechtbank aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet geen reden om aan het voorwaardelijke gedeelte als bijzondere voorwaarde een locatie- en contactverbod te verbinden zoals gevorderd door de officier van justitie, nu niet is gebleken dat de verdachte in verband met de onderhavige feiten de afgelopen periode het slachtoffer in de buurt van haar woning heeft getracht te benaderen dan wel op andere wijze met het slachtoffer in contact is getreden.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], bijgestaan door mr. M.S.L. Leeflang ter zake van het primair ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,00 aan materiële schade bestaande uit een nog te volgen EMDR-therapie en een vergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade. Zij verzoekt de vergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente en ook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De advocaat van de benadeelde partij heeft een schriftelijke toelichting ingediend ter zake de immateriële schade. Op de terechtzitting heeft zij toegelicht dat de post nader te onderbouwen materiële schade is opgevoerd in verband met een mogelijk hoger beroep en dat zij ervan uitgaat dat de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de immateriële schade reëel is en vermeerderd met de wettelijke rente en alsook de schadevergoedingsmaatregel kan worden toegewezen. De officier van justitie ter terechtzitting heeft tevens verzocht tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de post nader te onderbouwen materiële schade.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert ten aanzien van de immateriële schade aan het oordeel van de rechtbank en bepleit niet-ontvankelijkheid van het overige materiële deel van de vordering.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De door de benadeelde partij geleden immateriële schade acht de rechtbank naar billijkheid voor de volledige € 10.000,00 toewijsbaar, gelet op de onderbouwing en hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding boven acht geslagen op de Letsellijst van het Schadefonds geweldsmisdrijven.

De benadeelde partij zal voor het overige materiële deel van haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van dit deel van de vordering thans ontbreken.

Met betrekking tot het toegewezen bedrag, zal tevens de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 6 juli 2018. Daarnaast zal de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd tot betaling van het toegekende schadebedrag.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een bedrag van € 10.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente betalen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 245 (oud) en 248 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen € 10.000,- (hoofdsom, zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 10.000,- niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 85 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hijop één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 11 oktober 2016 tot en met 6juli 2018te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,met een kind dat hij heeft verzorgd of heeft opgevoed als behorende tot zijn gezinen/of een aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog nietdie van zestien jaren had bereikt,buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of medebestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], teweten het meermalen, althans eenmaal- met de vinger(s) wrijven over de vagina en/of de clitoris en/of bij en/of tussen deschaamlippen en/of- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, tong bij en/of tussen de schaamlippenvan de vagina en/of- likken van/aan de borsten en/of van/aan de tepels en/of zuigen aan de borst(en)en/of- houden van de penis tegen de anus en/of wrijven over de anus en/of- brengen/houden van de penis in de anus;( art 245 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hijop een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 11 oktober 2016 tot en met 6juli 2018te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,met een kind dat hij heeft verzorgd of heeft opgevoed als behorende tot zijn gezinen/of een aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwdeminderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2003, die toen de leeftijd van zestienjaren nog niet had bereikt,buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (telkens bij die[slachtoffer]) meermalen, althans eenmaal- met de vinger(s) wrijven over de vagina en/of de clitoris en/of- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of tong bij en/of tussende schaamlippen van de vagina en/of- likken van/aan de borsten en/of van/aan de tepels en/of zuigen aan de borst(en)en/of- houden van de penis tegen de anus en/of wrijven over de anus en/of- brengen en/of houden van zijn, verdachtes penis in de anus;( art 247 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand