Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummers: 10/128959-25; 10/117939-25; 10/120909-25 (gev. ttz)
Datum uitspraak: 6 augustus 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboorteplaats] 1997 te [geboortedatum],
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
feitelijk verblijvend op het adres:
[adres 1], [postcode] [plaatsnaam].
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2025.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. P.L. van Montfoort heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering (10/128959-25 & 10/117939-25, feit 2)
Het onder parketnummer 10/128959-25 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Het onder parketnummer 10/117939-25 onder 2 ten laste gelegde is, voor wat betreft de diefstal van de slof sigaretten, door de verdachte bekend. Tevens is ten laste gelegd dat de verdachte deze diefstal heeft vergezeld/gevolgd met bedreiging van geweld. Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat deze bedreiging niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte hiervan partieel zal worden vrijgesproken. Nu de verdachte het ten laste gelegde voor wat betreft de diefstal heeft bekend en hij van het overig ten laste gelegde wordt vrijgesproken, zal dit feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewijswaardering (10/117939-25, feit 1 & 10/120909-25)
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 10/117939-25 onder 1 ten laste gelegde wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier. De verbalisanten zeggen de verdachte te herkennen op basis van de camerabeelden. Echter, op basis van deze beelden kan geen herkenning plaatsvinden. Verder is het onmogelijk om de in het dossier beschreven route te lopen binnen de tijd zoals die uit het dossier naar voren komt.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 10/120909-25 ten laste gelegde omdat bij de verdachte het oogmerk op de diefstal ontbrak. De verdachte was in de veronderstelling dat zijn vriend het pakje sigaretten reeds had betaald. Toen deze vriend plots de winkel uit rende is hij hem gevolgd.
Beoordeling
Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 1] op 5 april 2025 een bedrag van €1.250,- heeft gepind uit een geldautomaat. Op het moment dat zij juist het geld uit de geldautomaat had genomen werd het geld direct uit haar handen gepakt door een man. Volgens haar omschrijving droeg de man een grijsachtig jack met capuchon. Verder had de man een blanke huidskleur, was hij middelmatig qua lengte en had hij een normaal postuur. [getuige] geeft een vergelijkbare omschrijving van de man. De verbalisanten krijgen te horen dat de verdachte een flat aan de Albertine Agneslaan is ingegaan. Op de opgevraagde beelden van binnen in die flat blijkt een man te zien die als volgt wordt omschreven:
[naam 1] is een verzorgde jongeman van ca. 15 ' 20 jaar. Lengte ca. 1.80 m. Licht(getint) met een lichte snorgroei, opvallende rondlopende wenkbrauwen en volle lippen. Hij draagt een grijsachtig jack (Nike) met capuchon en zwarte pet (voorzijde merkloos en achterzijde staat een witte tekst). Achter op het jack staat in het midden van zijn rug een klein logo (merk/tekst). [naam 1] heeft een lichtgrijze trui aan met rood/gele accenten op zijn borst. Verder draagt hij een donkere joggingachtige broek met opvallend witte sneakers (Nike Air Max). [naam 1] heeft verzorgd kort donker opgeschoren haar. [naam 1] beweegt en loopt soepel (zijn rechterschoen staat iets naar buiten gekeerd bij het plaatsen van zijn voeten). [naam 1] heeft een zwarte telefoon in zijn rechterhand (het is niet duidelijk of hij bij vertrek iemand belt).
Dit betreft een uitgebreide en duidelijke beschrijving van de persoon in de flat. Als de beelden van de pinautomaat en van de hal van de flat vervolgens worden verspreid onder de verbalisanten herkennen zij de man direct als zijnde de verdachte. De verdachte wordt herkend aan zijn gezicht, postuur en ook aan zijn lichaamsbeweging en houding. Een verbalisant herkende verdachte vooral aan de wenkbrauwen, kaaklijn, neus en oogopslag. Hiernaast heeft de politie een vergelijking gemaakt van het signalement van de persoon bij de pinautomaat en de persoon in de hal van de flat. Hieruit volgt dat dit signalement overeenkomt op de opvallende sportschoenen, de zwarte pet, een rond embleem op de mouw en een embleem op de achterzijde van de jas.
Op grond van deze combinatie van factoren, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de beschrijvingen van de persoon die bij de geldautomaat het geld afpakte en de beschikbare beelden van de pinautomaat en de beelden in de hal van de flat, zodanig overeenkomen, dat de rechtbank geen reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van de herkenningen zoals die zijn gedaan door de verbalisanten. Verdachte is naar het oordeel van de rechtbank degene die de aangeefster en de getuige hebben beschreven, degene die op de beelden van de geldautomaat is te zien en degene die in de hal van de flat is te zien. Op basis van de door de verdachte genomen route van de pinautomaat naar de hal van de flat aan de Albertine Agneslaan in combinatie met het tijdsbestek waarin deze route is afgelegd is en ook in combinatie met het feit dat uit het dossier blijkt dat de verdachte deze route rennend heeft afgelegd stelt de rechtbank vast dat het verdachte is geweest die bij de pinautomaat het geld heeft afgenomen, waarna hij rennend naar het huis in de flat is gegaan, zeker nu beide locaties slechts één blok van elkaar verwijderd zijn. De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar verweer.
Daarnaast heeft de verdachte zich op 20 april 2025 schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) een diefstal van een pakje sigaretten toebehorend aan de Tabakshop Dordtselaan. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de verdachte op enig moment een pakje sigaretten aanneemt van de winkelmedewerker, om het pakje vervolgens (zonder dat de verdachte het pakje heeft betaald) door te geven aan de mannelijke persoon in wiens gezelschap hij in de winkel was. De verdachte heeft daarmee de handeling verricht waarmee het pakje aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende, de Tabakshop, is onttrokken. Kort hierna snelt de andere mannelijke persoon de winkel uit, waarna het er even op lijkt dat de verdachte (alsnog) het pakje sigaretten gaat betalen omdat verdachte een bankpas vast lijkt te hebben en aanstalten lijkt te maken om daarmee te betalen. In plaats daarvan snelt ook de verdachte zonder te betalen de winkel uit op het moment dat een andere klant de deur opent. Naar de uiterlijke verschijningsvorm van de hiervoor omschreven handelingen en in onderlinge samenhang en tijdverband bezien, was op dat moment bij de verdachte het oogmerk op de diefstal aanwezig. De lezing van de verdachte, dat hij schrok van het feit dat zijn compagnon ineens de winkel verliet, acht de rechtbank onaannemelijk, aangezien dit niet strookt met zijn aanstalten bij de pinautomaat.
Conclusie
Het onder parketnummer 10/117939-25, feiten 1 en 2 en parketnummer 10/120909-25 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/117939-25, feiten 1 en 2 en parketnummer 10/120909-25 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/128959-25 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
10/117939-25
1hij op of omstreeks 5 april 2025 te Vlaardingen, op de openbare weg te weten aan deLoper,een geldbedrag van in totaal 1250 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of tendele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welkediefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreigingmet geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor tebereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door (met kracht) dat geldbedrag uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] tetrekken en/of te rukken;
2hij op of omstreeks 15 april 2025 te Schiedameen slof sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera,in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2],gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die[slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "kom dan, dan schiet ik je dood",althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
10/128959-25
hij,op of omstreeks 24 april 2025 te Rotterdam,twee flessen alcoholische drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaan supermarkt Dirk van den Broek ([adres 2]), in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd vangeweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3],gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met eenfles, althans met een (hard) voorwerp in/tegen het gezicht, althans het lichaam, vandie [slachtoffer 3] te slaan en/of duwen;
10/120909-25
hij op of omstreeks 20 april 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een pakje sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aanTabakshop Dordtselaan, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
10/117939-25
Feit 1: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken
Feit 2: diefstal
10/128959-25
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken
10/120909-25
medeplegen van diefstal door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere (gekwalificeerde) diefstallen. Vooral de manier waarop de verdachte te werk is gegaan wordt hem aangerekend. De hoge leeftijd (85) van de dame die hij bij de geldautomaat heeft beroofd heeft hem er niet van weerhouden om zijn daad te plegen. De dame is hevig geschrokken van de beroving die op klaarlichte dag plaatsvond en zij heeft hierdoor een kleine wond aan haar hand opgelopen. Daarbij heeft de verdachte een medewerkster van een slijterij uit het niets met een volle glazen fles in het gezicht geslagen. Deze medewerkster heeft hierdoor letsel opgelopen, enkel en alleen omdat verdachte flessen alcohol wilde stelen. De verdachte schroomt niet om geweld te gebruiken bij de diefstallen en gaat tevens brutaal te werk. De verdachte heeft met de gepleegde diefstallen geen enkel respect getoond voor andermans bezittingen of andermans lichamelijke integriteit en was slechts uit op zijn eigen financiële gewin, al dan niet om zijn tabakverslaving in stand te houden. Dergelijke diefstallen leveren, naast het ongemak en de ergernis, een aanzienlijke schadepost op voor de betrokkenen, terwijl dit soort feiten tevens bijdragen aan de gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit herhaalde handelen de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 juli 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, maar niet binnen een voorafgaande periode van vijf jaren.
Rapportages
Op 19 juni 2025 heeft deskundige [naam 2], psycholoog NIP/BIG, een Pro Justitia rapport over de verdachte uitgebracht. De deskundige komt in dat rapport tot de conclusie dat de verdachte kampt met een verstandelijke ontwikkelingsstoornis, met navenante beperkingen op het gebied van coping, gewetensvorming en impulsbeheersing. De deskundige concludeert dat deze stoornis ook aanwezig was tijdens het plegen van de delicten en komt tot de conclusie dat deze het gedrag van de verdachte beïnvloedde ten tijde van het plegen van delicten.
De verdachte is afgelopen jaren grotendeels uit de handen van justitie gebleven, maar is toch weer de fout ingegaan nadat hij zijn (begeleidde) huisvesting is verloren. Een dergelijke verandering in zijn persoonlijke situatie gaat zijn copingspotentieel ruimschoots te boven. Daarbij komt dat zijn gewetensfunctie niet zodanig ontwikkeld is dat dit een voldoende drempel opwerpt. Ook is de verdachte gevoeliger voor (negatieve) beïnvloeding door anderen. Verder merkt de deskundige op dat de mogelijkheden van de verdachte om middels gewenst gedrag inkomen te genereren beperkt zijn. Gelet op al het voorgaande adviseert de deskundigen de verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. De deskundige adviseert, de verdachte onder toezicht van de reclassering te plaatsen en binnen dit toezicht in de eerste plaats aandacht te schenken aan zijn (praktische) leefomstandigheden (huisvesting/inkomen/dagbesteding). Als deze adequaat zijn vormgegeven kan aanvullend psychische ondersteuning in gang worden gezet gericht op zijn keuzes qua sociale contacten en het aanleren van alternatieve gedragsmogelijkheden als er onverhoopt iets in zijn bestaan verkeerd mocht gaan. Het bovenstaande kan worden gerealiseerd binnen het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf met proeftijd en toezicht door de reclassering.
Verder heeft ook Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) rapporten over de verdachte opgemaakt. De reclassering schat het recidiverisico en het risico op letsel hoog in. De verdachte heeft complexe gedragsproblematiek in combinatie met zwakbegaafdheid. Betrokkene is sinds zijn puberteit in beeld bij (jeugdhulp)instanties. Ondanks de aanwezigheid van een WLZ én VG 6 (voor mensen met een ernstige meervoudige beperking) indicatie lijkt de juiste vorm van hulp voor de verdachte nog niet te zijn gevonden. Na zijn gedwongen vertrek bij MEE is de verdachte tussen wal en schip geraakt en is het tot op heden, ondanks de aanwezigheid van een WLZ indicatie, niet gelukt om een passende woonvorm te vinden. Voor praktische ondersteuning is Pameijer inmiddels van start gegaan. De reclassering is van mening dat betrokkene thuis hoort in een zorgkader en dat hier ook de middelen voor zijn (WLZ-indicatie) en dat voorwaarden binnen een forensisch kader niet passend zijn aangezien de kans bestaat dat de verdachte overprikkeld raakt en er reeds een regulier (zorg)kader aanwezig is. De reclassering adviseert zodoende negatief over het opleggen van bijzondere voorwaarden.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur daarvan acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het Pro Justitia rapport en de reclasseringsrapporten en op hetgeen ter terechtzitting door de raadsvrouw daaromtrent naar voren is gebracht. De rechtbank neemt de conclusies over van de deskundige ten aanzien van de stoornis en het feit dat daarvan ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten sprake was. De rechtbank zal de verdachte de ten laste gelegde feiten dan ook in verminderde mate toerekenen. Met de reclassering, de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat een forensisch kader, in de vorm van bijzondere voorwaarden niet wenselijk is en dat de verdachte beter gebaat is met een zorgindicatie zoals deze reeds is gerealiseerd. Zij ziet dan ook af van het opleggen van bijzondere voorwaarden. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat de last die de verdachte aan de maatschappij bezorgt niet verminderd zal worden door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Ten aanzien van de op te leggen duur van de gevangenisstraf overweegt de rechtbank dat de eis van de officier van justitie niet in lijn ligt met de hoogte van straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd en tevens onvoldoende recht doet aan het leed dat de slachtoffers is aangedaan, hetgeen de verdachte nauwelijks lijkt te beseffen. Om die combinatie van redenen zal de rechtbank een hogere gevangenisstraf opleggen dan zoals door de officier van justitie is geëist. Nu de rechtbank afziet van het toepassen van het forensisch (straf)kader middels bijzondere voorwaarden, acht zij bovendien een langere proeftijd wenselijk dan is geëist door de officier van justitie om de verdachte langer ervan te weerhouden terug te vallen in zijn oude criminele gedrag. De rechtbank overweegt daarbij dat het totale pakket aan strafoplegging en begeleiding erop gericht is dat de last voor de maatschappij verlicht zal worden.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en verdediging hebben respectievelijk gevorderd en verzocht de onder parketnummer 10/117939-25 in beslag genomen pakjes sigaretten terug te geven aan de rechthebbende.
Beoordeling
Ten aanzien van de in beslag genomen goederen zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
9. Vordering benadeelde partij
[benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 1], ter zake van het onder parketnummer 10/117939-25 onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van €1.250,- aan materiële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering benadeelde partij, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de bepleite vrijspraak.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De schade bestaat uit de diefstal van een geldbedrag van in totaal €1.250,- waarvan is komen vast te staan dat dit geldbedrag door de verdachte bij de pinautomaat uit de handen van de benadeelde partij is getrokken. De vordering is genoegzaam onderbouwd, zodat de vordering geheel zal worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het toegewezen schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 5 april 2025.
Omdat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van
€1.250,- vermeerderd met de wettelijke rente en de kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
Primera
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: rechtspersoon Primera Woudhoek te Schiedam, ter zake van het onder parketnummer 10/117939-25 onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van €130,- aan materiële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering benadeelde partij, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het al dan niet toewijzen van de vordering benadeelde partij.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De schade bestaat uit de diefstal van een slof sigaretten ter waarde van €130,-. De vordering is genoegzaam onderbouwd en niet weersproken door de verdachte, zodat de vordering geheel zal worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het toegewezen schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 april 2025.
Omdat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij Primera Woudhoek een schadevergoeding betalen van €130,- vermeerderd met de wettelijke rente en de kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
[benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 2], ter zake van het onder parketnummer 10/128959-25 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft geen bedrag gevorderd.
Standpunten officier van justitie en verdediging
Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren nu de vordering onvoldoende is onderbouwd.
Beoordeling
De [benadeelde partij 2] zal heeft in haar vordering geen bedrag vermeld. Zij heeft daarmee niet gesteld schade te hebben geleden, zodat zij in haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Een eventuele vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, zal de [benadeelde partij 2] worden veroordeeld in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding door de [benadeelde partij 2] geen inhoudelijke beslissing genomen.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
11. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder parketnummers 10/117939-25 onder 1 en 2, 10/128959-25 en 10/120909-25 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze als hiervoor omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 189 (honderdnegenentachtig) dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 120 (honderdtwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd (69 dagen) die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht, zodat in onderhavig geval 0 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf resteren;
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van €1.250,- (zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting
aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen €1.250,- (zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van €1.250,- niet mogelijk blijkt,
gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 22 (tweeëntwintig) dagen, de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de [benadeelde partij 1] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Primera Windhoek
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Primera Windhoek, te betalen een bedrag van €130,- (zegge: honderddertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij Primera Windhoek gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting
aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te €130,- (zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van €130,- niet mogelijk blijkt,
gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 (twee) dagen, de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij Primera Windhoek tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
[benadeelde partij 2]
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat de [benadeelde partij 2] de vordering slechts kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de [benadeelde partij 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst;
gelast de teruggave aan de rechthebbende van:
- Marlboro Gold (Goednr. G6977374)
- Marlboro Gold (Goednr. G6944372)
Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,
en mrs. M. van Zinnen en A.P. Hameete, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
10/117939-25
1hij op of omstreeks 5 april 2025 te Vlaardingen, op de openbare weg te weten aan deLoper,een geldbedrag van in totaal 1250 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of tendele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welkediefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreigingmet geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor tebereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door (met kracht) dat geldbedrag uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] tetrekken en/of te rukken;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 15 april 2025 te Schiedameen slof sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera,in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2],gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die[slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "kom dan, dan schiet ik je dood",althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
10/128959-25
hij,op of omstreeks 24 april 2025 te Rotterdam,twee flessen alcoholische drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaan supermarkt Dirk van den Broek ([adres 2]), in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd vangeweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3],gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met eenfles, althans met een (hard) voorwerp in/tegen het gezicht, althans het lichaam, vandie [slachtoffer 3] te slaan en/of duwen;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
10/120909-25
hij op of omstreeks 20 april 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een pakje sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aanTabakshop Dordtselaan, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;( art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht )