RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking
team Insolventie – meervoudige kamer
verzoek afkoelingsperiode en maatwerkvoorziening
rekestnummer: C/10/707650 HO RK 25/1797 ea
uitspraakdatum: 5 november 2025
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikelen 376 en 379 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 1] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 2] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 3] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 4] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 5] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 6] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 7] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 8] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna gezamenlijk aan te duiden als verzoeksters,
advocaat: mr. J. van den Dolder, kantoorhoudende te Oud-Beijerland.
1. De procedure
Verzoeksters hebben op 1 oktober 2025 ieder een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd.
Verzoekster hebben gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
Verzoeksters hebben op 1 oktober 2025 ter griffie een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
Verzoeksters hebben Koninginneweg Holding B.V. en RK Finance B.V. (hierna tezamen ook: Koninginneweg Holding c.s.) alsmede ING Bank N.V. (hierna: ING Bank) als belanghebbenden aangeduid.
De rechtbank heeft in de tussenbeschikking van 3 oktober 2025 zich bevoegd verklaard ten aanzien van alle verzoeksters (artikel 262 Rv en artikel 369 lid 8 Fw) en daarnaast bij wijze van tijdelijke voorziening een afkoelingsperiode afgekondigd voor de periode totdat bij eindbeslissing op het verzoek is beslist, een datum voor de (online) mondelinge behandeling van het verzoekschrift bepaald en overige beslissingen aangehouden. Op 8 oktober 2025 heeft de rechtbank de datum voor de (online) zitting nader bepaald op 27 oktober 2025.
Koninginneweg Holding c.s. en ING Bank zijn opgeroepen voor de zitting.
De advocaat van Koninginneweg Holding c.s. heeft op 21 oktober 2025 een zienswijze ingediend. Koninginneweg Holding c.s. heeft verzocht om de aanstelling van een observator.
De advocaat van ING Bank heeft op 22 oktober 2025 een zienswijze ingediend.
De advocaat van verzoeksters heeft op 22 oktober 2025 nadere producties in het geding gebracht.
De verzoeken zijn op 27 oktober 2025 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Ter zitting zijn, door middel van een online video-verbinding, verschenen en gehoord:
namens verzoeksters:
- [naam] , bestuurder;
- [naam] , finance manager;
- mr. J. van den Dolder, advocaat;
- R. Ros, adviseur Kruger;
- L. Franse, adviseur Kruger;
namens Koninginneweg Holding B.V.:
- [naam] , bestuurder;
- mr. S.J.B. Drijber, advocaat;
namens RK Finance B.V.;
- [naam] , bestuurder;
- mr. S.J.B. Drijber, advocaat;
namens ING Bank:
- [naam] ;
- [naam] ;
- [naam] ;
- [naam] .
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
Verzoeksters verzoeken de rechtbank:
1. zich relatief bevoegd te verklaren om kennis te nemen van alle verzoeken die door
hen worden ingediend in het kader van de totstandkoming van het Akkoord;
2. voorshands bij wijze van tijdelijke voorziening een afkoelingsperiode zoals bedoeld in artikel 376 lid 2 Fw af te kondigen voor de periode totdat bij eindbeslissing op de (andere) verzoeken is beslist;
3. voorshands bij wijze van tijdelijke (maatwerk) voorziening zoals bedoeld in artikel 379 Fw te bepalen dat Koninginneweg Holding B.V. c.s. of enig ander persoon met stemrecht in het kapitaal van Verzoekster daaronder ook begrepen diens opvolgers onder algemene of bijzonder titel, de bevoegdheid tot het (doen) uitoefenen van de stemrechten verbonden aan de aandelen in Verzoekster niet kan/kunnen uitoefenen althans niet met betrekking tot:
a. de schorsing van enige bestuurder van Verzoekster;
b. het ontslaan van enige bestuurder van Verzoekster;
c. het benoemen van enige nieuwe bestuurder van Verzoekster;
d. het wijzigen van enige (al dan niet statutaire) bevoegdheid van de algemene vergadering van aandeelhouders.
4. een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw jegens derden af te kondigen voor een periode van vier (4) maanden, en tevens te bepalen dat:
a. de financiers en leasemaatschappijen waaronder Koninginneweg Holding B.V. c.s. en ING Bank geen verhaal mogen nemen door het (automatisch) incasseren van aflossingen dan wel te verlangen dat Verzoekster aflossingen voldoet;
b. Koninginneweg Holding B.V. c.s. (of diens opvolgers) het pandrecht op de aandelen in het kapitaal van Verzoekster en haar groepsmaatschappijen niet mogen uitwinnen dan wel anderszins verhaal nemen;
c. derden hun eigen verplichtingen jegens Verzoekster niet mogen opschorten omdat er een akkoord wordt voorbereid;
d. derden geen overeenkomsten mogen wijzigen, opschorten of ontbinden omdat er een akkoord wordt voorbereid.
5. een (maatwerk)voorziening zoals bedoeld in artikel 379 Fw, inhoudende dat Koninginneweg Holding B.V. c.s. of enig ander persoon met stemrecht in het kapitaal van Verzoekster daaronder ook begrepen diens opvolgers onder algemene of bijzonder titel, de bevoegdheid tot het (doen) uitoefenen van de stemrechten verbonden aan de aandelen in Verzoekster niet kan/kunnen uitoefenen zoals onder 3 beschreven.
Verzoeksters zeggen toe dat zij binnen een termijn van ten hoogste twee maanden (een) akkoord(en) als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw zullen aanbieden.
De groep waarin verzoeksters met elkaar verbonden zijn, heeft activiteiten in de wegenbouw en in de op- en overslag. De synergie tussen de wegenbouwdivisie en de op- en overslagdivisie is van significant belang voor de groep. De wegenbouw-activiteiten zijn ondergebracht in [verzoekster 4] , de dochtermaatschappij van [verzoekster 3] De op- en overslag is ondergebracht in [verzoekster 6] , [verzoekster 7] en [verzoekster 8] , de dochtermaatschappijen van [verzoekster 5]
[verzoekster 2] houdt alle geplaatste aandelen in [verzoekster 3] en in [verzoekster 5] [verzoekster 1] houdt de helft van de geplaatste aandelen in [verzoekster 2] Koninginneweg Holding B.V. en RK Finance B.V. houden ieder een kwart van de geplaatste aandelen in [verzoekster 2]
Verzoeksters verkeren in de toestand als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw. Door problemen bij de werkmaatschappijen ontstaan ook liquiditeitstekorten bij de (tussen)holdingvennootschappen. Er is een reorganisatie en een herstructurering nodig. Hiervoor hebben zij adviseur Kruger ingeschakeld.
Verzoeksters 2 tot en met 8 zijn hoofdelijk verbonden voor de schuld aan financier en pandhouder ING Bank. ING Bank wil verzoeksters de kans geven tot herstructurering.
Koninginneweg Holding c.s. heeft geldleningen aan [verzoekster 2] verstrekt.
De leningen zijn achtergesteld bij vorderingen van ING Bank. Daarnaast heeft Koninginneweg Holding c.s. management fee tegoed van [verzoekster 2] Koninginneweg Holding c.s. heeft in verband met haar vorderingen pandrecht op de door [verzoekster 1] gehouden helft van de aandelen [verzoekster 2] en op de aandelen in [verzoekster 3] , [verzoekster 4] , [verzoekster 5] , [verzoekster 6] en [verzoekster 7]
Koninginneweg Holding c.s. heeft laten weten geen WHOA-traject te zullen ondersteunen. Koninginneweg Holding heeft voorgesteld de groep op te knippen, waarbij waardevolle activa ten gunste van Koninginneweg c.s. aan de groep worden onttrokken.
Koninginneweg Holding c.s. kan betaling van opeisbare management fee vorderen. Verzoeksters vrezen ook verhaalsacties door andere schuldeisers, waaronder de Belastingdienst die diverse dwangbevelen heeft uitgevaardigd en kredietverzekeraars van leveranciers die op betaling aandringen. Een leasemaatschappij ontbond de lease-overeenkomst maar draaide dat terug naar aanleiding van de beschikking van 3 oktober 2025. Nadat de rechtbank die beschikking wees, is een payrollbedrijf bereid – na zekerheidstelling – haar dienstverlening voort te zetten. Verscheidene onderaannemers zijn vanwege de beschikking van 3 oktober 2025 bereid werken te blijven uitvoeren. De Belastingdienst heeft aangegeven voor het ogenblijk pas op de plaats te maken nu het WHOA-traject is ingezet. Zonder afkoelingsperiode kunnen de ondernemingen niet voortgezet worden.
Koninginneweg Holding c.s. heeft als houder van de helft van de aandelen in [verzoekster 2] en als pandhouder van de andere helft van de aandelen in [verzoekster 2] , gelet op de aan de pandrechten verbonden stemrechten, de mogelijkheid in de aandeelhoudersvergadering besluiten te nemen die de beoogde herstructurering doorkruisen. De verzochte maatwerkvoorzieningen beogen dat te voorkomen.
Verzoeksters zijn in staat aan hun lopende verplichtingen te voldoen vanaf fixatiedatum 1 oktober 2025, hetgeen blijkt uit per verzoekster opgestelde liquiditeitsprognoses. Tijdens de verzochte afkoelingsperiode wordt de door ING Bank gestelde kredietlimiet niet overschreden en hebben alle verzoeksters een positieve kasstroom.
Het belang van de gezamenlijke schuldeisers van verzoeksters is met de afkoelingsperiode gediend. Er zijn geen gronden om aan te nemen dat derden met verhaalsrechten wezenlijk in hun belangen worden geschaad, aldus steeds verzoeksters.
3. Het standpunt van belanghebbenden
ING Bank staat niet afwijzend tegenover de afkondiging van een afkoelingsperiode.
Koninginneweg Holding c.s. staat niet (meer) afwijzend tegenover de afkondiging van een afkoelingsperiode ten aanzien van verzoeksters 3 tot en met 8. Koninginneweg Holding c.s. staat nog wel afwijzend tegenover de afkondiging van een afkoelingsperiode ten aanzien van [verzoekster 1] en [verzoekster 2] Koninginneweg Holding c.s. staat verder afwijzend tegenover de verzochte maatwerkvoorzieningen.
[verzoekster 1] maakt geen onderdeel uit van de groep van verzoeksters 2 tot en met 8. Er is sprake van een geschil tussen enerzijds aandeelhouder [verzoekster 1] en anderzijds aandeelhouder Koninginneweg Holding c.s., dat niet via een WHOA-traject beslecht hoort te worden.
Er is geen sterke verbondenheid tussen verzoeksters. Er is beperkt sprake van onderlinge opdrachten. Er is geen fiscale eenheid. [verzoekster 2] heeft geen 403-verklaring afgegeven. Er zijn wel onderlinge schuldposities maar die hebben een beperkte omvang. In ieder geval [verzoekster 2] dient buiten de toepassing van de WHOA te blijven.
Met name ten aanzien van [verzoekster 2] is geen sprake van een toestand als bedoeld in artikel 370 Fw. De verzochte afkoelingsperiode is niet noodzakelijk in de zin van artikel 376 lid 4 sub a Fw. Er zijn genoeg mogelijkheden om zonder WHOA-traject een schuldenverlichting te bewerkstelligen. Het verzoek om afkondiging van een afkoelingsperiode levert misbruik van recht op. Schuldsanering is niet het primaire doel van (de bestuurder van) [verzoekster 2] , maar het op een zijspoor zetten van Koninginneweg Holding c.s. ten gunste van een aan de bestuurder van [verzoekster 2] gelieerde investeerder.
Koninginneweg Holding c.s. heeft geen voornemen om verhaalsacties te ondernemen. Koninginneweg Holding c.s. kan verder de aan de pandrechten verbonden stemrechten op de helft van de aandelen in [verzoekster 2] – blijkens de pandakte – niet uitoefenen zolang zij niet schriftelijk aan de pandgever heeft medegedeeld dat zij van het stemrecht gebruik wil maken, en zo’n mededeling is niet gedaan.
Indien Koninginneweg Holding c.s. op aandeelhoudersniveau het bestuur van [verzoekster 2] ter discussie stelt, betekent dat niet dat Koninginneweg Holding c.s. de totstandkoming van een akkoord tegenwerkt.
De door verzoeksters ex artikel 379 Fw verzochte (maatwerk)voorzieningen houden een opschorting van het stemrecht Koninginneweg c.s. in. Dat is niet in het belang van [verzoekster 2] maar alleen in het belang van haar bestuurder. Immers, er wordt in het verzoek specifiek verwezen naar schorsing, ontslag en de benoeming van bestuurders alsmede het wijzigen van de statuten. Door de opschorting van het stemrecht van Koninginneweg Holding c.s. worden haar belangen disproportioneel geschaad. Niet valt in te zien welk belang van de schuldeisers hiermee is gediend, zoals bedoeld in artikel 379 Fw.
Bij voortzetting van het WHOA-traject dient een observator aangesteld te worden die oog heeft voor de belangen van onder andere Koninginneweg Holding c.s., aldus steeds Koninginneweg Holding c.s.
4. De beoordeling
Nu de rechtbank in de beschikking van 3 oktober 2025 ten aanzien van de hierboven onder 2.1 genoemde (voorshands) verzoeken 2 en 3 reeds een beslissing heeft genomen zal zij zich hierna beperken tot de verzoeken 4 en 5.
Afkoelingsperiode
Op grond van artikel 376 Fw kan, nadat een verklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw is gedeponeerd, door de schuldenaar of (zo die is aangewezen) door de herstructureringsdeskundige aan de rechtbank het verzoek worden gedaan om een afkoelingsperiode af te kondigen. Indien (nog) geen herstructureringsdeskundige is aangewezen en het verzoek door de schuldenaar is gedaan, dient het akkoord reeds te zijn aangeboden of dient de schuldenaar toe te zeggen dat binnen ten hoogste twee maanden een akkoord zal worden aangeboden.
Verzoeksters hebben startverklaringen ter griffie gedeponeerd en zij hebben in hun verzoekschrift toegezegd dat zij binnen twee maanden (een) akkoord(en) zullen aanbieden zodat zij kunnen worden ontvangen in hun verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode. Zij kunnen ook worden ontvangen in hun verzoek om maatwerkvoorzieningen.
Op grond van artikel 376 lid 4 Fw wordt het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode toegewezen indien summierlijk blijkt dat aan drie vereisten wordt voldaan, namelijk (1) dat dit noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten of om de door schuldenaar gedreven onderneming door middel van een akkoord gecontroleerd af te kunnen wikkelen, (2) dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij gediend zijn en (3) dat de door de afkoelingsperiode getroffen derden niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.
Bij de behandeling van het verzoek is summierlijk gebleken dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om de door de verzoeksters gedreven onderneming(en) tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten. Immers, uit de overgelegde financiële gegevens en de daarop gegeven toelichting blijkt summierlijk dat de werkmaatschappijen niet met het betalen van hun schulden zullen kunnen voortgaan en niet in staat zijn hun onderlinge financiële verplichtingen jegens andere verzoeksters (de holding vennootschappen) te voldoen, waardoor deze in dezelfde toestand verkeren, terwijl de Belastingdienst dwangbevelen uitvaardigde, onder meer management fees opeisbaar zijn en inmiddels een lease-maatschappij, een payrollbedrijf en onderaannemers slechts bereid zijn diensten en werken voort te zetten, omdat voorlopig een afkoelingsperiode is afgekondigd.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeksters bij een afkoelingsperiode zijn gediend. Uit de stellingen van verzoeksters volgt dat – indien de herstructurering slaagt – er een hogere uitkering aan schuldeisers zal volgen dan in het alternatieve geval. Verzoeksters hebben verklaard en onderbouwd dat verzoeksters hun lopende verplichtingen kunnen voldoen gedurende de verzochte afkoelingsperiode.
Het valt redelijkerwijs aan te nemen dat derden met verhaalsrechten niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad. In de beschikking van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank overwogen dat een afkoelingsperiode verhindert dat Koninginneweg Holding c.s. aan haar pandrecht verbonden rechten uitoefent of gebruik maakt van aan het pandrecht verbonden stemrechten. Van inbreuk op de rechten van Koninginneweg Holding c.s. is echter geen sprake. De vordering van Koninginneweg Holding c.s. werd namelijk achtergesteld bij de vordering van ING Bank, waarbij werd overeengekomen dat Koninginneweg Holding c.s. geen beslagen mag leggen en haar pandrechten op aandelen niet mag uitoefenen zolang de vordering van ING Bank niet volledig is voldaan. Hoewel uit de aan de rechtbank overgelegde stukken blijkt dat de achterstelling betrekking heeft op een beperkt gedeelte van de vorderingen van Koninginneweg Holding c.s., hebben partijen ter zitting bevestigd dat deze achterstelling op al haar vorderingen uit hoofde van geldlening betrekking heeft. Kortom: een afkoelingsperiode heeft geen verdergaande effecten dan de overeengekomen achterstelling en raakt daarmee de belangen van Koninginneweg Holding c.s. niet wezenlijk.
De rechtbank ziet in één en ander aanleiding om ten aanzien van alle verzoeksters een afkoelingsperiode van vier maanden te gelasten, ingaande op 3 oktober 2025, zijnde de datum van de tussenbeschikking.
Maatwerkvoorzieningen
Voor een maatwerkvoorziening tegen Koninginneweg Holding c.s. als financier bestaat geen belang. Zoals hiervoor werd overwogen verhindert de afkoelingsperiode, waarover Koninginneweg Holding c.s. geïnformeerd is, op zichzelf dat Koninginneweg Holding c.s. aan het pandrecht verbonden rechten uitoefent of gebruik maakt van aan het pandrecht verbonden stemrechten (behoudens met machtiging van de rechtbank). Verder is de rechtbank gebleken dat de betreffende stemrechten nog niet op Koninginneweg Holding c.s. zijn overgegaan. De afkoelingsperiode verhindert eveneens dat Koninginneweg Holding c.s. de overgang van de stemrechten bewerkstelligt (behoudens met machtiging van de rechtbank). Er is geen grond voor toewijzing van de tegen Koninginneweg Holding c.s. als aandeelhouder gevraagde maatwerkvoorziening. Koninginneweg Holding c.s. houdt de helft van de aandelen in [verzoekster 2] De andere helft wordt door een van Verzoeksters gehouden. Koninginneweg Holding c.s. kan dus niet als aandeelhouder een doorslaggevende stem uitoefenen. Onder dergelijke omstandigheden geldt dat verzoeksters onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Koninginneweg Holding c.s. de uitvoering van een herstructureringsplan op onredelijke wijze zal kunnen voorkomen of belemmeren.
Koninginneweg Holding c.s. kan als aandeelhouder enerzijds de totstandkoming van (een) WHOA-akkoord(en) niet op onredelijke wijze voorkomen of belemmeren en mag anderzijds – zolang van zodanige obstructie geen sprake is – haar aandeelhoudersbevoegdheden uitoefenen.
Observator
De rechtbank zal het verzoek ex art. 376 lid 9 Fw jo artikelen 379 en 380 Fw om een observator aan te stellen afwijzen. De rechtbank ziet mede vanwege het volgende op dit moment geen aanleiding om een observator aan te stellen.
Mediation
Ter zitting is de mogelijkheid van een mediation tussen (in elk geval) de aandeelhouders [verzoekster 1] en Koninginneweg Holding c.s. besproken en zij hebben zich tot mediaton bereid verklaard. De rechtbank zal via de griffier een medewerker van het mediationbureau van de rechtbank vragen contact op te nemen met (de advocaten van) [verzoekster 1] en Koninginneweg Holding c.s. en één of een drietal mediators met bedrevenheid op het gebied van herstructurering voor te dragen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- kondigt een afkoelingsperiode af zoals bedoeld in artikel 376 Fw voor een periode van vier maanden, ingaande op 3 oktober 2025, die inhoudt:
- dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoeksters behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoeksters bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt aangeboden, en
- dat de behandeling van een door een schuldeiser jegens verzoeksters ingediend verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst dan wel geschorst blijft;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Aukema, voorzitter, mr. P.J. Neijt en mr. S. Boot, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.